Uilenwijsheid.

0
100


Zeker nu met de herfstkleuren van de boombladeren biedt dat
de uitgelezen kans om mooie plaatjes te maken in de natuur.  Maar mijn doel is niet om door het bos van
het Landgoed te lopen maar twee straten verderop in het dorp. Daar staan bij
het zorgcentrum een aantal Esdoornbomen. Die kleuren altijd mooi in de herfst.
Vorig jaar had ik in een van deze straatbomen een Ransuil (Asio otus) ontdekt. Uiteraard
heb ik de Ransuil dit jaar hier vaker gezien en soms zijn er zelfs twee
aanwezig. Elke keer kijken ze je weer indringend aan met hun oranjegele ogen.
De Ransuil omringd met de herfstkleuren is nu nog mooier!

Aan de braakballen en poep die onder de bomen
ligt is op te maken dat in de laan zeker drie favorieten plekjes zijn. Net als
veel andere vogelsoorten maken ook Ransuilen braakballen, die alle
onverteerbare delen van hun prooi het lichaam uitwerken voordat het
spijsverteringskanaal erdoor verstopt raakt. Onder roestplaatsen kan soms een
hele stapel van zulke harige ballen worden aangetroffen. Deze zijn voor
onderzoekers een onschatbare bron van informatie over het menu van de uilen en
daarmee ook over de muizen die in een bepaald gebied voorkomen. Inmiddels heb
ik ook al een paar braakballen onderzocht. Het geeft een breed spectrum van
prooidieren weer die de Ransuil in de dorpstuinen vangt. En levert daarmee een
belangrijke bijdrage aan de "bestrijding" van muizen in het dorp. In
tijden van muizen schaarste schakelen veel Ransuilen met gemak over op het eten
van kleine vogels zoals Huismussen. Doordat deze uilensoort zo'n onopvallend leven
leiden is het aantal Ransuilen in Nederland slechts bij benadering bekend. Wel
is duidelijk dat deze uilensoort moeilijke tijden doormaakt; de aantallen zijn
lager dan circa dertig jaar geleden. Volgens SOVON daalde het aantal broedparen
in de periode 1990-2007 met meer dan 5% per jaar. Waarschijnlijk broeden er in
Nederland ongeveer 5.000 tot 6.000 paren in 1998-2000. Als voornaamste oorzaak
van de achteruitgang wordt de uitbreiding van de Havik in het buitengebied aangemerkt.
Zelf denk ik dat er een ander probleem speelt en dat is de dramatische verarming
van ons buitengebied. De Ransuil staat nog als niet bedreigd op de
internationale IUCN rode lijst. Deze uil is in 2004 wel als kwetsbaar op de
Nederlandse rode lijst gezet.  Normaal
komt de Ransuil  voor in bosachtige
gebieden met naaldbomen en open terreinen. Het dorpse leven ten opzichte van
het harde buitenleven heeft zo zijn voordelen. Er zijn mooie roestbomen in de
vorm van oude coniferen aanwezig. Er zijn ook bijna of geen Haviken in het dorp
te zien. Daarnaast is de winterse temperatuur in het dorp milder. Het geknoei
van mensen en vogels op de wintervoederplaatsen is ook voor muizen interessant.
Door deze onverwachte voedselbron profiteren ook de Ransuilen van. Daarom verblijven
Ransuilen graag in elkaars gezelschap in hun roestplaats in de aanwezige (oude)
coniferen van dorpstuinen.  Als
tuineigenaar kun je op plaatsen die geschikt zijn voor Ransuilen, maar waar
geen natuurlijke nesten aanwezig zijn, 
kunstnesten aanbrengen. Dat kan een bodem zijn van een rieten mand zijn met opstaand randje, die je in de boom plaatst. Inmiddels heb ik in het dorp vlakbij de
esdoornbomen al een paar overwintering roestbomen met Ransuilen gevonden. Per
roestboom zijn dat er ongeveer vier uilen. Vandaag zijn de esdoornbomen na de
eerste nachtvorsten en door de harde wind zijn bladeren verloren. De gevallen
bladeren zijn inmiddels door de Gemeente opgeruimd. Nu de bomen geen
beschutting meer kunnen bieden zijn de Ransuilen hier verdwenen. Die zitten nu,
het weer kouder wordt, lekker gezellig en warmpjes bij elkaar gekropen in de
coniferen om goed door de winter te komen. Uilenwijsheid in de natuur is soms dichterbij dan je denkt.