In de greep van de griep

0
3
Soms kan iets zo hardnekkig zijn, dat het ongeloofwaardig wordt. Bijvoorbeeld het aangeven van pijn moet zeker niet te lang duren, want na korter of langere tijd zullen steeds meer mensen het niet eens meer aanhoren.
Een ander dergelijk fenomeen is de »hollandse« griep. Die griep, die ieder seizoen uit een ander land schijnt te komen en waar dan net op dat moment geen passend serum voor aanwezig blijkt te zijn. Nee, niet de influenza, die epidemisch veel slachtoffers kan eisen.Het verschil tussen die twee is in enig buitenlandse taal moeilijk uit te leggen.
Al heel vroeg kreeg ik met griep te maken. De nu gebruikelijke klachten. Verkoudheid, neus, keel, soms voorhoofdsholte-ontsteking. Geen stem, hoesten proesten. Maar ook naar de spijsvertering. Misselijk, diarree, overgeven, geen trek in eten. Echt die griep, waar nu geen enkele nederlandse dokter meer voor uit bed komt. En telefonisch alleen naar de aspirine of paracetamol zal verwijzen.
Mijn risico begon altijd al in oktober met een tweede golf in februari.
Toen het bedrijf waar ik werkte, met griepvaccinatie begon, stond ik vrijwillig al voor in de rij. Kon men mij ook nooit verwijten, dat ik er niets tegen gedaan had.
>Dokter, helpt het echt ?
> Nee, het houdt de griep niet tegen, maar je zult het minder erg krijgen, dan wanneer je zonder prik verder gaat.
Deze waarschuwing wordt wel gegeven, maar het was vaak de dokter zelf, die het vergat. Het bedrijf accepteerde het niet.
Afhankelijk van de personeelschef liet men mij die drie ziekte-dagen met rust, dan wel werden er buitensporige maatregelen genomen. Zo werd ik de eerste dag al opgebeld met de boodschap > U moet u morgen bij de bedrijfsarts melden<, ondanks dat ik nog rillend van koorts op bed lag. Ik heb zelfs een chef gehad, die me gewoon op mijn werk liet komen.
Dit heeft zich werkelijk tot de laatste tien jaren van mijn bedrijfs-»optreden« doorgezet. Ik kreeg toen ander werk, waar de verhoudingen totaal anders lagen. En er van meer vertrouwen sprake was.
Toen ik eind oktober 1991 officieel afscheid nam ging mij abonnement op de herfst- en voorjaarsgriep gewoon door. Voor mij het bewijs, dat ik mijn bazen nooit beduveld heb, maar waar kon ik me toen nog rechtvaardigen?
Voorjaar 1992, najaar 1992 en ook eind januari 1993. Enfin, de gebruikelijke procedure. Vervelend was altijd, dat die voorjaarsgriep vaak kwam rond de verjaardag van mijn vrouw.

Maar in 1993 liep het anders. Begin maart bezocht ik onze huisarts met de vraag, of het normaal is, dat je na een griep een harde plek in je hals overhoudt? Nee, dat was het niet. Dat zou u toch moeten weten ? Komt u over twee weken maar terug, als het niet over is.
Ik moest wèl terug en de dokter verwees me door naar een chirurg van het plaatselijk ziekenhuis. >Ja, dat wordt wel opereren, maar ik moet eerst weten wat het is.
En de keten van onderzoeken werd in gang gezet.Eerst een foto, dan een echo. Maar geen van beide gaf een bevredigend antwoord. Ik kon de onrust van de chirurg bespeuren. En hem begrijpen. De hals is een verzamelplaats van allerlei belangrijke »doorvoerplaatsen« van en naar het hoofd, de hersenen. Daar naar iets gaan »graven« waar je geen zekerheid over hebt en dan alles, wat er wel hoort rustig laten zitten, is een hele opgave.
De oplossing werd verwacht van een mri-scan, die eens in de zoveel tijd mobiel in het ziekenhuis kon worden gebruikt.
Toen ik bij de chirurg kwam voor de uitslag kon ik me moeilijk iemand voorstellen, die er nog stralender uitzag dan deze man! De oplossing was gevonden. Hij hoefde mij niet langer te behandelen. Ik werd doorverwezen naar de kno-arts, want dit behoorde tot diens competentie. Deze arts was nog jong en vrij resoluut. Weer nieuwe onderzoeken. En al gauw – maar alles bij elkaar toch een half jaar na de start – verwees hij me door naar zijn »professor« in de universiteitskliniek. Diens chef de clinique had al een internationale reputatie als oncologisch chirurg. En die zou me kunnen helpen.
Mijn »harde plek« was een tumor.
De opnieuw noodzakelijke onderzoeken werden snel na elkaar afgewerkt. Op een maandag in september werd ik opgenomen. Voor de functieonderzoeken van longen en hart Dinsdagmorgen om half acht ging het naar de 10e verdieping. En om 8 uur moest ik overrollen van het bed op de veel smallere operatietafel. De enige angst, die ik had, was, dat ik er met de zelfde snelheid aan de andere kant weer af zou rollen. Een peloton anesthesisten stond al klaar en de chirurgen heb ik al niet meer gezien. De chef had me al verteld, dat hij gewend was zittend te opereren bij klassieke muziek. Ik had nog gevraagd, of ik mee mocht luisteren, maar die dinsdagmorgen heb ik niets gehoord.
Het eerst volgend wat ik beleefde was, dat er twee verpleegsters me aan de neus trokken en op de wangen tikten.
>U kunt nu wakker worden !
>Jé, moet dat zo? en ik sliep weer in.
In deze toestand werd mijn lichaam afgevoerd naar de zaal, gelukkig niet naar de IC !
Het eerste, dat ik na de operatie bewust gedaan heb was …. aftrekken! Op de klok boven de deur zag ik, dat het kwart voor drie was. Dus moeten ze, zeg maar, zo’n zes en een half uur met me bezig geweest zijn. Ik kende wat standaardtijden voor operaties. Die waren wel wat minder!
 
Vrijdagmorgen mocht ik naar huis. Met een hoofd, ingepakt als van een bokser, die zijn laatste match verloren had.
Mijn eerste bezoek bij de chirurg na de operatie, was er een van een tevreden dokter. Maar met zorgen !
Hij heeft me niet alleen gecontroleerd, maar ook voorgelicht.De tumor zat in een van de twee speekselklieren. Die is verwijderd. Maar vervelender is, dat er ook enkele omliggende spieren opgeofferd moesten worden. De functie daarvan kan slechts beperkt door andere spieren worden overgenomen. Er zullen dus wat beperkingen optreden.
Het vrij-bewegen van het hoofd wordt beperkt. U wordt ontraden nog auto te rijden, want het »kijken-over-de-linker schouder«, zoals voorgeschreven, zal maar moeilijk meer lukken. Geldt ook voor het fietsen. Dat was dan voor de praktijk.
Maar nu de ziekte ! Wij weten, dat het geen kwaadaardig gezwel was. Maar wat het wel is, weten we nog niet. We hopen, dat het Internet ons daar over zal kunnen voorlichten. U hoeft dus feitelijk niet bang te zijn voor uitzaaiingen!
Dat is toch een hele geruststelling.
Enkele weken later kon ik met een nog verpakt gezicht naar het afscheidsfeest van mijn laatste directe baas.
Maar toen was me al een drama zeer duidelijk. En daar was in de kliniek niet over gesproken.
Ik zal nooit meer behoorlijk kunnen zingen. Dus… Afloop van deze voorstelling.