Voor het zingen de kerk in

0
3
Rond mijn veertigste kwam ik in een plaatselijk ziekenhuis terecht. De achtergrond hiervoor was weer een heel andere geschiedenis.
Ik werd door een neuroloog opgenomen voor 4 weken absolute rust, nadat mijn linkerbeen spontaan verlamd raakte. Zeker de eerste drie weken mocht ik alleen maar mijn hoofd optillen om te eten. Iets wat leuk en aangenaam lijkt, bleek het in de praktijk helemaal niet te zijn! Maar dank zij de goede zorgen van het personeel mocht ik niet echt klagen.
Het enige uitje, dat ik dan ook met beide handen aangreep, was de deelname aan de zondagse godsdienstoefening in de kapel van het ziekenhuis.
Die van de tweede zondag van mijn verblijf daar zou een zeer bijzondere worden! De zusters waren er al de hele week mee bezig ! De beurt was aan een H. Mis, die verzorgd zou worden door een zanggroep, een Jongerenkoor uit de zelfde stad. Iets nieuws. Een Beat-Mis! Wat moet je daarbij voorstellen?
In tegenstelling tot de eerste zondag was de kapel overvol, maar mijn bed mocht erbij ! Er was het een en ander aan versiering aangebracht en toen ik werd binnengereden was het koor al (nog?) aan het repeteren. Toen ik bijna anderhalf uur later werd weggereden, was ik letterlijk met stomheid geslagen.
Begin zeventiger jaren sprak men nog algemeen over de weinig interesse, die jongelui voor geestelijke zaken konden opbrengen. Wat ik hier ervaren had was het tegengestelde van al dat gene, dat ik er over gehoord had. Het speet me, dat ik bijna gelijk naar zaal terug moest vanwege de middagmaaltijd. Graag had ik nog even met de koorleden en aanhang een kopje koffie meegedronken. Zulk enthousiasme en inzet en kunne, het was geweldig en had diepe indruk op me gemaakt.
Enige tijd later hoorde ik bij toeval, dat het koor zijn »residentie« had in een direct naburige parochie. Ik kon er achter komen, wanneer hun eerstvolgend »optreden« daar was en ben daar met mijn vrouw en vier tienerdochters naar toe geweest. Daar kreeg ik wel gelegenheid met koorleden te praten en zo kon ik me verzekeren van hun »dienstrooster«.
Er waren zo’n 25 jongere dames-leden en verder 12, 13 mannen, die voor de »zwaardere« stemmen zorgden. Zodat ook meerstemmige zang tot de mogelijkheden behoorde.
Na een half jaar als supporter aanwezig geweest te zijn, kwam haast gelijktijdig mijn en hun vraag >Heb je zin om mee te doen< en >Kan ik ook…?<
Ja, dat kon! Na een half jaar volgde mijn oudste dochter. Ik weet, dat er gelachen werd.
>Zo is er controle op wat pa doet bij al die jonge dames!<.
Wat mag ik mijn moed prijzen, om deze stap te zetten! Wat heb ik een vreugde aan mijn lidmaatschap beleefd !
Op de eerste plaats aan het zingen zelf. Hoewel ikzelf al jaren ingesteld was op de echte klassieke muziek, ondervond ik aan deze zang net zo’n plezier. Ik had eerder al eens gehoord, dat men zei >Zingen is dubbel bidden< en zo ervaarde ik het ook.
Er heerste een opperbeste, vriendschappelijke stemming in het koor, hoewel de leeftijd uiteen liep van 12, 13 tot wel 60 jaar.
Onze medewerking werd niet beperkt tot de maandelijks H. Mis in die kerk, maar we zongen ook in diverse protestante kerkdiensten, in bejaardentehuizen, het ziekenhuis dus.
Omdat deze koorzang nog in de kinderschoenen stond, werden we ook door verschillende gemeenten en parochies uitgenodigd een »keertje voor te komen zingen». En met succes, want dan verschenen ook daar jongerenkoren. Er kwamen uitwisselingen met andere jongerenkoren. En we trokken zelfs het land in. Er was soms wel eens een tante, of opa in een andere provincie, die ons had horen zingen in de kerk en dat dan »thuis« ook wel eens wilde laten horen.
Later werd er een landelijke federatie van jongerenkoren opgericht en zo kan ik me ook aan diverse koren-festivals herinneren. Waar dan zowel koor als dirigent ook nog wat »bijgepraat« werden!
Was alles dan zonneschijn ?
Nee ! Eens werden we voor de Vredes-zondag uitgenodigd in een oecumenisch dienst te zingen. Het enig oecumenische was, dat wij daar onze liederen zongen en onze fan-club hadden meegebracht. De dienst draaide voornamelijk rond de preek, waarvoor ze een studenten-pastor hadden uitgenodigd. En die preek stond mij bijzonder tegen. Het ging voornamelijk over het IKV. Daar is niets op tegen, maar die dominee oordeelde wel, dat wie geen lid van het IKV was, niet langer het recht had zich christen te noemen. En dat ging mij een paar kilometer te ver.
Ik was als Esperantist al enkele jaren bezig met zeer intensieve contacten aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn. Die mij genoeg tijd en geld kostten. En, nog voornamer, mij al de verzekering hadden verschaft op deze manier voor vrienden en vriendinnen aldaar het enig mogelijke te doen, wat toen haalbaar was.
De predikant had me zo op mijn ziel getrapt, dat ik moeite deed zijn adres op te sporen en daarna aan hem mijn positie uiteengezet. Er aan toevoegend, dat ik me, op deze wijze, volledig het recht toezegde, mij verder christen te noemen. Ik heb nooit wat van de man gehoord.

Als oudere lid te zijn van zo’n koor had ook verdere gevolgen. Je wordt op den duur gevraagd deel te nemen aan studiegroepen en werkcommissies. En ook daar ging een zeer goed gevoel van uit. Nu werd die parochie in die jaren geleid door zeer actieve paters, die er veel werk van maakten ook de »leken« actief bezig te houden. Op een van de »dank-je-wel«-avonden waren er meer dan 700 vrijwilligers uitgenodigd.
De terugslag kwam dan ook, toen er mutaties werden uitgevoerd. Toen al – in de tachtiger jaren – door gebrek aan nieuwe priesters. En zo daalde het enthousiasme, niet alleen in de werkgroepen, maar ook bij het jongerenkoor. De oude kern hield wel vol, maar de toestroom van jongeren was miniem. En toen er ook bij de »mannen« plaatsen wegvielen, kreeg ik last van mijn leeftijd. Ik voelde me ineens ook 13, 14 jaar ouder.
Toen ik de oversteek kon maken naar een nieuw opgericht gemend koor heb ik dit gedaan. En ik was niet alleen. Het zingen en de bijdrage daarmee aan de eredienst bleef dus gehandhaafd. Mede ook daardoor, dat dit zingen een werkelijk stuk van mijn leven geworden was.
Ik wist alleen niet, dat deze Afloop niet lang op zich zou laten wachten. Die kwam veel te vroeg. Mijn stem onderging een verandering. Pas later bleek waarom.
En het kwam niet meer goed. Maar dat wordt later beschreven.