Het lijden, de dood en de begrafenis van Christus vatte Spinoza letterlijk op

0
63

We lezen de brief van Spinoza aan Oldenburg van 7 febr. 1676, een jaar voor zijn dood:

Verder vat ik evenals gij het lijden, de dood en de begrafenis van Christus letterlijk op, zijn opstanding daarentegen symbolisch. Toegegeven, de bijzonderheden waarmee ook deze laatste door de evangelisten wordt verhaald, zijn zodanig, dat wij niet kunnen ontkennen dat zij zelf geloofd hebben dat Christus lichamelijk is opgestaan, dat hij ten hemel is gevaren om te zitten aan Gods rechterhand, en dat ook ongelovigen dit hadden kunnen zien als ze erbij geweest waren op die plaatsen, waar Christus zelf aan zijn discipelen verscheen. Hierin kunnen zij echter, zonder dat dit de leer van het evangelie aantast, gedwaald hebben, zoals ook andere profeten is overkomen, waarvan ik in mijn vorige brief voorbeelden heb gegeven. Maar Paulus, aan wie Christus naderhand eveneens verschenen is, beroemt er zich op dat hij Christus gekend heeft, niet naar het vlees, maar naar de geest.