Het ei van Spinoza – kende u dat?

0
35

Het recentste nummer van Tijdschrift Filosofie, Jrg. 22 nr. 3 mei/juni 2012, is een themanummer over Gilles Deleuze (het juli/augustusnummer is nog in aantocht) Over Gilles Deleuze heb ik al enige blogs geschreven (zie aan het eind). Ik houd afstand tot deze fantastische filosoof, maar wordt toch ook door zijn Spinoza-fascinatie gefascineerd. Naar mijn indruk heeft Deleuze het diepst en vergaandst het immanente karakter van Spinoza’s filosofie gepeild – en proberen na te volgen. Aan de hand van enige artikelen van dit themanummer probeer ik weer iets méér in Deleuze te komen. In het openingsartikel schrijft dr. Rico Sneller:

“Maar het is vooral Spinoza die Deleuze als geen ander bewondert. Wat de persoon van Jezus was voor het christendom, aldus Deleuze, dat was Spinoza voor de filosofie: geen filosoof heeft zo radicaal en consequent de totale immanentie gepredikt, en zozeer afgerekend met de voorstelling van een transcendente werkelijkheid waaraan het aardse hier en nu zou zijn opgehangen. Eén van de aspecten die Deleuze in Spinoza naar voren haalt, is zijn lichaamsfilosofie. De bijdrage van Dolphijn gaat hier uitvoeriger op in. Dolphijn brengt Spinoza's Godsvoorstelling in verband met de lastige aanduiding corps sans organes, 'lichaam zonder organen': het chaotische domein van de fundamentele onbepaaldheid waarop alle bepalingen eerst plaats kunnen vinden. Waar Spinoza tot dan toe vooral als rationalist was opgevat, wijst Deleuze op de fundamentele betekenis van de conatus (het verlangen van een zijnde om in het eigen bestaan te volharden).”