De merkwaardige "identiteitsthese" [3]

0
34

Er is nogal vaak beweerd dat volgens Spinoza de geest hetzelfde  zou zijn als (identiek zou zijn aan) het lichaam. Dit wordt dan enerzijds gebaseerd op zijn herhaalde stelling dat zij “een en hetzelfde ding zijn” [una eademque res sit] dat op twee manieren te beschouwen is. En anderzijds op hoe het attribuut-begrip begrepen wordt, want die dingen hangen nauw met elkaar samen. Ik ben bezig met een reeks blogs om deze opvatting te bestrijden: geest en lichaam, denken en uitgebreidheid zijn bij Spinoza niet hetzelfde (net als in onze common sense niet).

Spinoza’s definitie van attributen heeft heel veel aanleiding gegeven voor discussie. Er zijn behoorlijk veel voorstellen gedaan over of en hoe deze definitie goed te begrijpen is. Volgens sommigen is er twijfel “of” hij überhaupt wel te begrijpen is en niet voor altijd duister en enigmatisch zal blijven.

Aldus luidt de definitie van attribuut: “Onder een attribuut versta ik een zaak die het verstand kent als iets dat het wezen van een substantie vormt [Per attributum intelligo id, quod intellectus de substantia percipit, tanquam ejusdem essentiam constituens]. “[ID4]

Sommigen hebben problemen met het begrip attribuut op zichzelf. Daar is nog veel over te zeggen, maar dat laat ik rusten. Maar dé grote vraag in de hele discussie is toch vooral: waarom wordt in die definitie het verstand, het intellect, door Spinoza erbij gehaald en geeft hij niet een meer rechtstreekse definitie? Waarom die a.h.w. omweg via het verstand?