Giro : Ploegentijdrit voor CSC, roze trui voor Gontsjar

0
4

De eerste etappe op Italiaanse bodem leverde donderdag onmiddellijk een
nieuwe rozetruidrager op. De Oekraïner Sergej Gontsjar is de nieuwe
leider in de Ronde van Italië dankzij de tweede plaats die zijn ploeg
T-Mobile behaalde in de ploegentijdrit. Het scheelde niks of de Duitse
ploeg had het vooraf onaantastbaar geachte CSC geklopt.

Eén seconde hielden de Italiaan Ivan Basso en zijn teamgenoten na 35
kilometer over op T-Mobile, dat vijfde renner Matthias Kessler,
bepalend voor de eindtijd, in de slotmeters zag lossen. Dat kostte
vermoedelijk de zege, maar als troost mocht Gontsjar wel de leiderstrui
aantrekken. Zijn voorganger, de Duitser Stefan Schumacher, eindigde met
Gerolsteiner als zesde op ruim een minuut van CSC, Rabobank werd
veertiende op 1.18.

Hoe nipt ook, de ritzege in Cremona moet teambaas Bjarne Riis een groot
plezier hebben gedaan. De Deense oud-Tourwinnaar selecteert zijn
renners bij voorkeur op tijdrijderscapaciteiten en werkt continu aan de
teamgeest. Alleen daarom al is hij een groot liefhebber van het
onderdeel dat dit jaar niet voorkomt in het routeschema van de Tour en
in de Giro sinds 1989 niet meer was voorgekomen.

CSC had op alle meetpunten de snelste tussentijd en kwam uiteindelijk
binnen in een gemiddelde van 56,859 kilometer per uur. Dat was een
Giro-record. Del Tongo won de discipline in 1985 in een moyenne van
54,545. T-Mobile volgde goed, maar Discovery Channel (Savoldelli)
verloor meer tijd dan verwacht. Met gast Lance Armstrong in de
volgwagen moest het team 39 seconden toegeven. Daarmee won Basso dus op
een van de concurrenten voor de eindzege in de Giro. Damiano Cunego, de
andere topfavoriet, moest met Lampre ruim een minuut toegeven.

Bij T-Mobile waren de gevoelens gemengd. Met drie oud-wereldkampioenen
tijdrijden – Gontsjar, Michael Rodgers en Jan Ullrich – had de ploeg
misschien op de ritwinst gehoopt, wel resteerde het roze. „De sterke
prestatie van onze ploeg heeft me verrast, ik ben blij voor Sergej”,
zei Ullrich, die de Giro als voorbereiding beschouwt op de Ronde van
Frankrijk.