Vorstelijke zomerdas.

0
8


Lopend over de heide met zo'n warm en zonnig weer zou je
niet zeggen dat er een vuiltje aan de lucht is. Maar 's nachts waart zich hier op de heide een
onzichtbare sluipmoordenaar rond. De verspreid staande loofbomen
op de heide vertonen onmiskenbare tekenen van deze dader. Hij vergrijpt zich
vooral aan de jonge fris uitlopende blaadjes. Een paar dagen na de aanval zien
de eens zo groene blaadjes er verdord uit. Dat de dader geniepig de bomen vanaf de
grond aanvalt is duidelijk te zien aan de scheidingslijn. De onderste helft van
de Zomereik (Quercus robur)  is bruin
kaal en de bovenste helft was te hoog voor de dader en is helder groen.

Dit natuurverschijnsel noemt men nachtvorst. Men
spreekt van vorst aan de grond of nachtvorst wanneer de nachtelijke temperatuur
op klomphoogte (10 cm hoogte) boven kort geknipt gras tot onder het vriespunt daalt. De temperatuur wordt op weerstations gewoonlijk op 1,5 meter boven een
grasvlakte gemeten. Vlak boven de grond kan het temperatuurverloop echter
anders zijn. Tijdens een windstille en heldere nacht koelt het daar sterker af.
Voorwerpen op het aardoppervlak en ook bomen, struiken, bladeren en
grassprietjes zenden voortdurend straling uit en verliezen onder die
omstandigheden snel warmte. Meestal komt pas in de vroege ochtenduren de
temperatuur beneden het vriespunt, omdat dan de uitstraling niet langer
gecompenseerd wordt door de warmte aanvoer uit de grond. Bij vorst aan de grond
bevriest de in de lucht aanwezige waterdamp op oppervlakken. De direct bevroren
waterdamp (depositie) is als een witte aanslag (rijp) te zien op het gras, lage
struiken, de bovenkant van houten hekwerken of daken en ruiten van auto's. Voor
de land- en tuinbouw is het zeer belangrijk te weten of de temperatuur bij het
aardoppervlak onder nul kan komen. Door tijdig maatregelen te nemen, zoals
beregening, kan veel schade aan gewassen worden voorkomen. Vooral voor gewassen
die net in bloei staan, kan de vorst funest zijn. Of het vlak bij de grond ook
werkelijk tot vorst komt, hangt behalve van de weersomstandigheden af van
verschillende factoren. Voor de wind beschutte plaatsen zijn er in het algemeen
het gevoeligst voor, maar ook van belang zijn bodemgesteldheid, begroeiing en
hoogteverschillen. Droge grond is gevoeliger voor nachtvorst dan natte grond,
omdat in het water veel warmte is opgeslagen. Losse grond geleidt warmte
slecht, zodat als er nachtvorst verwacht wordt er beter niet geschoffeld kan
worden. Veengrond is gevoeliger voor nachtvorst dan kleigrond. Fruittelers ondervinden
in de dalen van Zuid-Limburg bijvoorbeeld meer last van vorst van de grond op
de plateaus, omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht, waardoor de koude
lucht van de hellingen af de dalen inrolt. Vanaf september kan er vorst aan de
grond optreden. In oktober in gemiddeld 5 nachten en in november 11. Vorst aan
de grond komt in de winter in De Bilt gewoonlijk op 15 of 16 dagen per maand
voor, in maart op 14 dagen, in april op 11 dagen en in mei op 3 dagen. Ook in
de zomer komt het lokaal in Nederland wel eens tot vorst aan de grond, maar in augustus
heeft het in De Bilt nog nooit gevroren. De ijsheiligen wordt vaak gezien als
de laatste periode in het jaar waar nachtvorst op kan treden. Vorstgevoelige
planten kunnen daarom het beste pas na de ijsheiligen buiten gezet worden,
omdat daarna de kans op vorst aan de grond een stuk kleiner wordt. Maar zelfs
tijdens de schaapscheerderkoude (5 en 20 juni) komt soms nog nachtvorst voor.
Daarom worden de schapen met name in juni ontdaan van hun dikke jas. Het lijkt
een groot drama voor de bomen dat het frisse jonge groen bevriest maar de bomen
hebben daar gelukkig een oplossing voor. Er zijn eindknoppen en okselknoppen.
De eindknoppen zitten aan het takuiteinde en de okselknoppen worden gevormd in
de bladoksels. Als het blad valt, zitten daar nog de knop met daaronder het
bladlitteken. De eindknop en de direct daaronder gelegen okselknoppen
overheersen de meer dieper gelegen okselknoppen. Deze overheersing van de top
wordt ‘apicale dominantie’ genoemd. Wordt de plant gesnoeid, of in dit geval
bevroren door de nachtvorst  dan vervalt
deze dominantie en kunnen diepere slapende knoppen gaan uitlopen. Het is maar
goed dat bomen dit  herstel vermogen
hebben. Na een paar weken is het verschil niet meer te zien.  Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat de
dader toeslaat maar door de stijgende zomertemperatuur wordt uiteindelijk de vorst
de das om gedaan.