Nooit te oud om te leren.

0
35

Op de site natuurberichten zie ik een artikeltje voorbij
komen dat over de plataanvouwmijnmot (Phyllonorycter platani) gaat.  Als je toch de hond uitlaat en een rij grote platanen
(Platanus x hispanica)  in het
dorp weet te staan is de uitlaatronde zo bepaald!

Foto:

Nu het blad van de bomen is
gevallen en heeft zich mooi bij een heggetje verzameld. Nu is het een kwestie
van even goed kijken.

Foto:

En inderdaad na een minuut heb ik een paar
bladeren gevonden met de kenmerkende aantasting gevonden. De mooie vlinder zien
we niet snel, want het is een zeer klein, ’s nachts actief diertje, dat ook nog
vaak hoog in de boom aanwezig is. Deze soort behoort tot de microlepidoptera,
ofwel ‘kleine vlinders’. De vlinders zijn in rusthouding slechts 4 tot 5
millimeter groot en van een bijna overdreven pracht: warm oker met een blinkend
zilveren tekening. Maar het niet zien van deze pracht ervaar ik niet als een
probleem. Als je op een zandpad dassen sporen ziet ben je ook blij zonder het
dier te zien. En dit is toch ook een goed bruikbaar spoor om het diertje vast
te stellen. De Nederlandse naam plataanvouwmijnmot verwijst naar zijn gastheer
de plataan en vraatspoor.  De rupsen van
de plataanvouwmijnmot is geheel gespecialiseerd in de bladeren van de plataan
en maken daar een karakteristiek vraatpatroon in. Veel van de rupsen van deze
vlinders zijn te klein om een heel blad te kunnen behappen. Die leven daarom
binnenin het blad en de sporen van hun eten, de vraatbeelden dus, zijn in het
algemeen goed zichtbaar en worden mijnen genoemd. Door het specifieke karakter
van die vraatbeelden kan in verreweg de meeste gevallen tot op de soort worden
gedetermineerd. Het determineren van de mijnen wordt bovendien nog
vergemakkelijkt, doordat mineerders vaak op één of slechts enkele soorten
waardplanten leven en doordat op een waardplantsoort meestal maar weinig
mineerdersoorten voorkomen. De plataanvouwmijnmot is wel heel erg gemakkelijk
te determineren: de soort leeft als rups alleen op de plataan en op de plataan
komt maar één soort vouwmijn voor. Bovendien spint de rups zijden draden in
haar mijn. Als het blad verdroogt ontstaan zo allemaal vouwtjes in de mijn,
vandaar dat deze ook wel eens kortweg vouwmijnmot wordt genoemd.

Foto:

De plataanvouwmijnmot  legt haar eieren omstreeks  mei/juni op
de onderzijde van het blad. Na het uitkomen maakt het  jonge rups maakt een onopvallend
jeugdmijntje. Vervolgens ondergaat de jonge rups een in vergelijking met andere
rupsen extra gedaante
verwisseling, d.w.z. gaat eruitzien als een normale rups met monddelen, waarmee
stukjes bladmoes kunnen worden gekauwd. Ook spint de rups nu draden aan de
binnenkant van de opperhuid volgens een vast patroon. Door het indrogen
van deze spinseldraden trekt de opperhuid samen en ontstaan vouwtjes, terwijl
de andere kant van het blad meer of minder opbolt. Op deze wijze komt de
karakteristieke vouwmijn tot stand. Bij de plataanvouwmijnmot zijn de mijnen
zeker anderhalve cm. lang,  zitten de
vouwtjes aan de onderkant van het blad en er kan veel meer dan 1 vouwmijn per
blad aanwezig zijn. Verpopping vindt in de mijn plaats, zodat in de
novemberbladeren niet alleen mijnen voorkomen met levende of dode rupsen, maar
ook en vooral met popjes; natuurlijk kunnen de mijnen ook leeg of verlaten
zijn. De poppen overwinteren in de mijn en de vlinders komen het daarop volgend
voorjaar uit.

Foto:

Ook zo'n popje is bij het pijltje aanwezig. Van oorsprong is dit
een Zuid Europese soort die altijd al algemeen is geweest zoals in Hongarije.
Deze soort komt pas sinds 1965 in Nederland voor en is pas sinds 1985 bekend in
Groot Brittannië, waar de soort zich gestaag verspreid heeft. Deze soort is
gedurende 5 jaar in de UK gevolgd en het bleek dat de soort zijn
verspreidingsgebied als een golf uitbreidde. De plataanvouwmijnmot komt nu ook in
geheel Nederland voor en eigenlijk overal waar platanen te vinden zijn.  Door zijn kieskeurig plataanmenu heeft de
plataanvouwmijnmot  een sterk stedelijke
verspreiding. Platanen staan namelijk vooral 
in parken en langs wegen. En inderdaad als je de Nederlandse
verspreiding ziet haal je zo de stedelijke bebouwing eruit. Echter in Limburg
zijn deze maar in een paar kilometerhokken van deze soort aangetroffen/gemeld
met name in Noord- en Zuid-Limburg. Ook in mijn directe omgeving zijn er bijna
geen meldingen gedaan. In de Gemeente Roerdalen is de enigste melding bij het
vlodrop station in 2009 (blauw bolletje). Daarom  neem ik de proef op de som. Als ik ze zo snel
om de hoek deze soort vindt hoe zit dat dan in de rest van de Gemeente
Roerdalen? Als je toch voor andere zaken rond kijkt en een plataan ziet staan
is het een kleine moeite om even te bukken om bladeren op te rapen en tegen het
licht te houden. Na een weekje rondneuzen is het mij wel duidelijk. De mot is ook
in de gemeente Roerdalen niet zeldzaam. Het verspreidingskaartje wijkt dan ook
niet af van het landelijke verspreidingsbeeld en zie je ook hier dat de soort
aan de dorpse plataan beplanting is gebonden. Best wel grappig ik had van deze
soort zelf nog nooit  gehoord laat staan
gezien. Zo zie je maar natuur dichtbij blijft je verbazen en ook hier blijkt je
bent nooit te oud om te leren!