Mooi grijs gedraaid.

0
34

De molen van Verbeek is een echt onmisbaar sieraard voor het
dorp Sint Odiliënberg. Als de wieken in beweging zijn vind ik het altijd een
extra bonus om een rondje bij de molen te maken. In 1876 kwam de bouw van een grondzeiler
gereed. Grondzeilers staan voornamelijk in open gebieden met veel wind of die,
zoals in dit geval, op een natuurlijke verhoging in het landschap.

Foto:

De
topografische kaart uit 1890/1917 geeft duidelijk weer dat de grondzeiler die
toen nog in het open akkerveld vrij stond van bebouwing. In 1882 werd de
grondzeiler vernield door brand. Een molen was vooral in die tijd onmisbaar
voor de gemeenschap dus werd op deze plek 
in 1883 een beltmolen (KM) gebouwd. Deze werd op een kunstmatige
verhoging geplaatst om extra windvang te verkrijgen.  Toen aan het einde van de Tweede wereldoorlog
ongunstig uitpakte voor de vijand zijn in de directe omgeving door de beruchte
Duitse Sprengkommandos alle kerktorens, windmolens en andere hoge objecten
opgeblazen. Een klein geluk bij een ongeluk, gezien de Duitse "gründlichkeit",
is dan ook opmerkelijk dat de Duitse troepen de windmolen hebben ontzien. Na
een kort en fel gevecht werd St. Odiliënberg op 27 januari 1945 door de Britten
veroverd. Het dorp leed zware oorlogsschade. De schade aan de molen bleef
beperkt tot flinke gaten in de romp en schade aan het gevlucht. Na de oorlog
werd de molen weer herstelt door de eigenaren en heeft tot in de jaren 50
dienst gedaan als korenmolen.

Foto:

Vanaf het voormalige bejaardentehuis heb je een
mooi overzicht en zie je hoe het dorp Sint Odilienberg in de loop der jaren zich
flink heeft uitgebreid. De woonwijk achter de molen werd in laagbouw
uitgevoerd  om het molenbiotoop en windbelemmering
zo min mogelijk te schaden. In 1989 werd de molen verkocht aan de toenmalige
gemeente Sint Odiliënberg. Naderhand is het eigendom van de Molen van Verbeek
door gemeentelijke herindelingen overgegaan op Ambt Montfort en sinds 1 januari
2007 op Roerdalen. Na een grondige restauratie, werd de molen in 1993 opnieuw
in gebruik genomen. In het weitje en op de belt van de molen zie ik een paar
witte bloemetjes bloeien van Grijskruid (Berteroa incana).

Foto:

De eerste voornaam
van zijn Latijnse naam Berteroa is genoemd naar Carlo Giuseppe Bertero
(1789-1831), een botanicus uit Venetië. Grijskruid behoort tot de familie van
de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Meestal voltooit grijskruid zijn
levenscyclus van kieming tot zaad binnen één jaar en vormt geen winterknoppen.
Dat noemt men een therofyt. Maar grijskruid kan ook als tweejarige plant  optreden en vormt dan een soort rozetje van
blaadjes. De langwerpig, door sterharen grijsachtige bladeren hebben meestal
een gave rand, maar soms zijn ze grof getand. Ze zijn in de korte steel
versmald en worden 3-5 cm lang. Ondergronds vormt de plant een dunne penwortel.
Ook de rechtopstaande, slanke stengels van 20-70 cm zijn grijs door sterharen.
Aan deze stengels verschijnen de 4-6 mm grote bloemen met witte kroonbladen,
die diep zijn ingesneden.

Foto:

De bloeitijd is van juni, juli, augustus, september
tot zelfs in oktober. Voor insecten dus een waardevolle voedselbron. Na de
bloei ontwikkelen zich de doosvruchtjes. De hauwtjes zijn enigszins eivormig,
omhoog gebogen en worden 0,45-1 cm lang en 0,3-0,5 cm breed. De zijden zijn
enigszins bol. Verder zijn ze dicht behaard met sterharen en ongeveer
twee  keer zo lang als breed. De hauwtjes vormen lange, dichte trossen. De
zaden zijn kortlevend (één tot vijf  jaar). Grijskruid is inheems in de
uitgestrekte steppegebieden in Midden-Azië tot Oost-Europa.

Foto:

Dat grijskruid hier
bij de molen van Verbeek staat is niet zo vreemd maar juist een heel typische
groeiplaats voor deze plant. Vroeger werd grijskruid dikwijls met graan
aangevoerd. Als kaft van het koren werd gescheiden kwamen de onkruidvruchten en
zaden bij het vuil dat bij de korenmolen werd gestort. Daaruit kwamen vaak veel
uitheemse soorten tevoorschijn, waarvan grijskruid wel de opvallendste was. Grijskruid
is zelfs vereeuwig in de Friese taal en noemt men deze plant Mûneplant of te
wel in het Nederlands vertaald: molenplant. Geen slechte naamkeuze dus!
Tegenwoordig wordt het graan al voor verhandeling geschoond en bovendien zijn
de bloemrijke ruigten op beltmolens bijna allemaal door keurige maar o zo saaie
gazonnetjes vervangen.

Foto:

Grijskruid is daardoor sterk achteruitgegaan vergeleken met
een halve eeuw geleden. En stond grijskruid in 2012 zelfs op de rode lijst. Die
achteruitgang van dit soort planten doet ook afbreuk aan de cultuur- natuur-
historische waarde van beltmolens. Juist door deze typische planten een plekje
te gunnen kun je het bezoekende molenpubliek niet alleen een completer verhaal
vertellen in de molen maar ook bloeiend aan de buitenkant van de molen laten
zien. Dat is ook de reden om bij de molen van Verbeek
met vrijwilligers een nieuw project te starten met de toepasselijke naam:
molenbloem.

Foto: