Amber in love with autumn.

0
3


In het begin van de middag als de zon schijnt is het nu een genot om vanuit
het keukenraam de tuin in te kijken. Met een achtergrond van groene
zomereikenbladeren knallen de kleuren van de amberboom (Liquidambar styraciflua)
er uit!

De amberboom is een loofboom uit de familie Altingiaceae. De amberboom
is een van de meest voorkomende hardhoutsoorten in het zuiden van de Verenigde
Staten. Binnen de VS komt het voor van het meest zuidwestelijke deel van
Connecticut, westelijk en zuidelijk Missouri, en het oostelijke deel van Texas
tot aan centraal Florida. Maar de boom groeit ook in Mexico, van zuidelijk
Nuevo Léon tot zuidelijk Chiapas. Ook in Guatamala en Honduras komt de boom
voor. De boom komt in de Verenigde Staten voor tot op gemiddelde hoogte,
terwijl de boom in de Latijns-Amerikaanse landen tot de nevelwouden behoort,
daar groeit de boom tot op hogere hoogtes waar het klimaat meer gematigd is. De
amberboom kan tot 45 m hoog worden, maar wordt in Nederland niet hoger dan 10-20
m. Hij neemt hier tamelijk langzaam in grootte toe hoewel hij in het
herkomstgebied geldt als een snelle groeier. De amberboom heeft veel zon nodig.
De jonge boom heeft een kegelvorm. Later wordt de boom breder met een eironde
tot ronde vorm. De jonge bast is roodbruin, later wordt deze grijsbruin en diep
gegroefd. Bij oudere bomen worden op de takken en twijgen kurklijsten gevormd. De
boom is eenhuizig en bloeit in april en mei vrij onopvallend. De manlijke
in ronde groepen of aar. 5 – 7,5 cm lang. De vrouwelijke alleenstaand of in
paren ±1-2 cm in doorsnede. De vrij onopvallende bloemen stellen weinig voor maar de vruchten die van september tot november aan de boom hangen zijn heel
speciaal. Ze zijn groen en zo groot als
een grote knikker, hebben puntige uitsteeksels. Als ze later in de herfst bruin
worden en laten ze hun gevleugelde zaden vaak vallen voordat de vruchten zelf
op de grond vallen.

De bladeren doen denken aan die van de esdoorn, maar hebben
een verspreide bladstand. Het is handvormig samengesteld vijf- tot zeventallig
en 10-15 cm groot. De nervatuur van het blad is handnervig en het blad heeft
een gezaagde bladrand. In Amerika komt het fenomeen
"Indian summer" voor: verschillende boomsoorten zorgen voor prachtige
herfstkleuren. De warme, zonnige nazomerdagen en koele, maar niet vrieskoude
nachten zorgen voor goede omstandigheden hiervoor. Vooral aan de oostkust van
noord Amerika komt deze "Indian summer" voor, van Canada tot in de
staat Virginia. Tijdens de Indian Summer in de Verenigde Staten speelt de
amberboom wel niet zo’n hoofdrol als de esdoorn, maar een Oscar voor de beste
bijrol lijkt wel gerechtvaardigd. De chlorofyl (bladgroenkorrels) in het
blad wordt tijdens het groeiseizoen continu
aangemaakt en weer opgebruikt. Wanneer in het najaar de intensiteit van de zon
afneemt, wordt er ook minder chlorofyl aangemaakt door de boom.

Voordat het blad uiteindelijk
afsterft, zal de plant die stof terugtrekken uit de bladeren en in de takken
opslaan. Naast bladgroenkorrels bevat het blad
ook andere pigmenten. Deze stoffen worden zichtbaar nadat het chlorofyl terugtrekt
en verdwenen is uit het blad. Anthocyaan is rood van kleur, xantofyl is
geel en caroteen oranje. Deze verschillende kleurstoffen bepalen samen
de kleur van de herfstbladeren. De mate van bladverkleuring verschilt per
soort, maar ook de locatie en weersomstandigheden spelen hierbij een rol.
Anthocyaan wordt na eerste nachtvorst vaak versterkt aangemaakt in het blad.
Bomen van harder hout, zoals eik, beuk, iep en esdoorn vertonen vaak meer
bladverkleuring, van bruin tot geel, oranje en rood.

Chlorofyl werd trouwens
in 1817 ontdekt door Joseph Caventou en Pierre Joseph Pelletier. Liquidambar
styraciflua is in 1753 officieel benoemd door Linnaeus op basis van een
exemplaar hem toegezonden door Peter Kalm na diens ontdekkingsreizen in
Noord-Amerika. De geslachtsnaam is afgeleid van het Latijn liquidus,
"vloeibaar" en het Arabisch Amber, "gom", een verwijzing
naar de welriekende rode gom die de bladeren van de boom bij warmte afscheiden
en die uit de stam kan worden afgetapt, de storax of styrax, die in Klein-Azië al
eeuwen uit de verwante soort Liquidambar orientalis  werd gewonnen. De Arabieren uit Klein Azië
haalden uit de bast een kleverige half doorzichtige aangenaam riekende en
zoetachtige stof en noemden dat ambar. 
De Zuid- , Midden- en Noord Amerikaanse Indianen maakten ook al gebruik
van de  geneeskrachtige eigenschappen van
de amberboom. Zoals sweet gum tea is een geneeskrachtige kruidenthee die door
de Cherokee indianen gebruikt werd bij koorts. In de burgeroorlog werd dit ook
gebruikt door de Southern artsen. Door in de bast te snijden tot het cambium
bij de sapstroom gaat de boom "bloeden" en onderaan droogt deze
uittredende vloeistof op. Die gom verklaart ook de soortaanduiding styraciflua
die "met storax vloeiend" betekent. Deze ingedroogde knikker grote
taaie zoetige druppels kauwden de indianen op de sweet gum. In de Verenigde
Staten wordt deze manier van winning nog steeds gebruikt voor de productie van
kauwgom. Daarnaast wordt het gebruikt voor het aromatiseren van snoep, dranken
en tabak. Ook voor de parfum-, wierook-, lijm- en schoenpoets productie wordt de
hars van de amberboom in meer of mindere mate gebruikt. Het hout met zijn mooie
nerf wordt toegepast in de meubelmakerij, onder andere als fineer. Stuk gewreven
bladeren geven een aangename zoete geur af. Vanwege zijn mooie verkleuring van
de bladeren in de herfst die spectaculair 
dieprood, geel en oranje kleuren is het niet verwonderlijk dat de
amberboom al sinds 1640 als sierboom wordt aangeplant in Europa. Hij is nog
steeds razend populair en is in menig park/tuin als solitair en of als laanboom
te zien. In onze achtertuin schittert zij nu ook in de hoofdrol van de jaarlijkse
terugkerende herfstfilm: Amber in love with autumn.