Wat was eerst: Spinoza’s necessitarianisme of z’n metafysica?

0
5


Hoewel sommige vragen inzake de interpretatie van Spinoza’s
filosofie onbeantwoordbaar zijn, daar we niet rechtstreeks in z’n geest kunnen
kijken, kan elke serieuze poging daartoe om hem uit zijn stellingen en bewijzen
e.d. te reconstrueren zeer interessant zijn om successievelijk meer van zijn
leer te begrijpen.


Ook al denk ik dat de in de titel van dit blog gestelde
vraag (als de bekende kip-ei-kwestie) uiteindelijk niet te beslissen zal zijn, een
poging wagen om de vraag te beantwoorden, kan interessante resultaten
opleveren.


Sebastian Bender, postdoc aan de Humboldt Universiteit in
Berlijn [
cf.], plaatste recent een interessant artikel op academia.edu: “Spinoza’s Necessitarian Metaphysics.” [Cf.] Daarin tracht hij aan te tonen dat de aanname van Don
Garrett dat Spinoza’s necessitarianisme* zijn uitgangspunt was van waaruit hij
tot zijn substantie-monisme kwam, niet juist is en dat het omgekeerd moet
worden gezien, n.l. dat zijn necessitarianisme voortkwam uit zijn substantie-monisme
en wel m.n. vanwege hoe Spinoza de attributen zag.


Voor mij eindigt het gevecht onbeslist en kunnen beiden
gelijk hebben. Maar boeiend is wel om de worstelpartij die Sebastian Bender
aangaat, te bekijken. Een leerzame exercitie. Aanbevolen.
(Ik neig in de richting die Don Garrett aanneemt en dat Spinoza's necessitarianisme-intuïtie vooraf ging; maar het feit dat Bender die positie uit Spinoza's metafysica ziet volgen is een indicatie ervoor hoe goed het Spinoza gelukt is om zijn filosofie in geometrische vorm neer te leggen).


Een van de interessante resultaten die het oplevert is dat
je in kort bestek meteen een overzichtje meekrijgt van de diverse posities die
grote deelnemende partijen in de secundaire literatuur hebben ingenomen.

          


*) Ik houd het maar bij necessitarianisme, want we hebben er
niet één goed Nederlands woord voor. [Afbeelding van hier geleend]