Spinoza spotte met de ezel van Buridanus

0
13

De Scholastische filosoof Jean Buridan (voor 1300 – na 1358) is onder deskundigen, mediaevisten, vooral bekend geworden door zijn bewegingsleer (hij had kritiek op die van Aristoteles en bedacht de ‘impetus’, de voorloper van de ‘impuls’-idee), maar leeft bij een deel van het grotere publiek vooral voort in een gedachte-experiment dat aan hem wordt toegeschreven, maar dat in zijn bewaard gebleven werken niet voorkomt en waarschijnlijk eerder als bespotting van hem door een latere stand-up-filosoof is bedacht. Het is niet bekend wie de grappige ezel-situatie ingebracht heeft.

Buridanus nam een positie in tussen twee rivaliserende stromingen w.b. de relatie tussen wil en verstand (iets waar later Spinoza ook een duidelijke eigen positie in zou kiezen), n.l. diegenen die de wil als ondergeschikt aan het verstand zagen (Aristoteles en Thomas van Aquino) en de voluntaristische opvatting (van Augustinus, Duns Scotus en William van Ockham) die van mening waren dat de wil – minstens enigszins en soms – in staat was tot eigen activiteit, dus onafhankelijk van het verstand. Buridanus vond, in lijn met de eerste stroming, dat menselijk geluk voortkwam uit intellectueel handelen (hetgeen overeenkwam met het juiste verstaan van God, we herkennen er Spinoza’s latere denken in), maar, in overeenstemming met de andere stroming, zag hij in de wil een zichzelf-bepalende kracht om tot dat doel te komen. Daarvoor gaf hij een verdere draai aan een concept van Albertus Magnus, die vond: zekerheid komt in graden. Buridanus bedacht het kunnen-uitstellen als typering van de wil. Als de wil de kracht ontbeert om het kwade als zodanig te kiezen is het nog steeds in staat is om zijn keuze uit te stellen en eerst maar eens niets te doen als het goede van een mogelijk alternatief nog onduidelijk of onzeker is. Met onze wil kunnen we besluiten een handeling op te schorten als "het verstand oordeelt dat het goed zou zijn om de kwestie nader te onderzoeken." Vanwege onwetendheid of allerlei belemmeringen zal ons kiezen nooit optimaal kunnen zijn. Het compromis van Buridanus lijkt een truc om de wil toch vooral onder jurisdictie van het verstand te brengen. Het is waarschijnlijk dat Buridan gewoon een meer voluntaristische terminologie toepaste omdat in zijn tijd een meer intellectualistische benadering van de wil in een kwade reuk stond. Vandaar dat die vondst van wil-als-uitstel later bespottelijk gemaakt, geparodieerd werd met die “ezel van Buridanus”. Want de vrije wil zo opgevat zou immers vooral tot inactiviteit kunnen leiden.

 

De ezel van Buridanus zou namelijk van honger omkomen wanneer hij zich op gelijke afstand tussen twee hooikorven bevond, die van gelijke omvang en kwaliteit  waren en die hem allebei even sterk aantrokken. Hij zou nooit met absolute zekerheid weten welke van de twee schelven beter was – dus van honger sterven.

De almaar uitstellende zogenaamde ‘vrije wil’ redde die ezel niet, maar het lachwekkende verhaaltje moest de werkelijke vrije wil redden. *)