Siegfried Hessing, Einstein & Spinoza

0
7

Naar aanleiding van het blog dat ik gisteren schreef en dat ik wegens de afbeelding op de cover van Speculum Spinozanum 1677-1977, de titel meegaf “Een zaligverklaring van Benedictus de Spinoza…” ontving ik een link naar een site met aanbiedingen van dat boek en tot mijn verrassing stond daar een uitvoerige tekst, waarin meer gegevens over Siegfried Hessing vermeld worden. Graag maak ik daarmee een apart blog over hem – om te bewaren.

Siegfried Hessing en zijn vrouw de naïeve schilder Perle Hessing, geboren Hirsch - in mei 1971 in AustraliëSiegfried Hessing (over de foto onderaan meer) moet een nog grotere en fanatiekere Spinoza-fan geweest zijn dan ik mezelf ervaar. Ik maak het me makkelijk door veel op internet te zoeken en veel te lezen waar ik de hand op kan leggen en daar dan blogs over te maken. Maar Hessing deed veel en veel meer. Ook hij was van mening dat de orthodoxe joden het niet moesten wagen de in 1656 over Spinoza uitgesproken ban weer in te trekken. Die ban bestond trouwens niet meer, volgens hem was er de "trans-existential invalidity of such a ban." (In Speculum Spinozanum 1677-1977, p. 578) 

In 1932, the tercentenary of Spinoza’s birth, Einstein was asked by several people to write about Spinoza but refused. For example, Siegfried Hessing, a publicist from Czernowits, Rumania, invited him to join Henri Bergson, Sigmund Freud, Stefan Zweig, Romain Rolland, and others in writing a series of essays in honor of Spinoza. Einstein replied, “Unfortunately, to love Spinoza does not suffice to be allowed to write about him; this one must leave to those who have gone further into the historical background.” [Brief van Einstein aan Hessing van 8 September 1932. In: Max Jammer: Einstein and Religion PDF]

In 1933 verscheen dan Siegfried Hessing (Hrsg.), Spinoza-Festschrift: Zum 300. Geburtstage Benedict Spinozas (1632–1932).  Heidelberg, Karl Winter, 1933. [in 1962 heruitgegeven als  Dreihundert Jahre Ewigkeit. Spinoza-Festschrift 1632-1932, 2. verm. Auflage‚ Den Haag, Martinus Nijhoff, 1962, XLII, 205 pp.]

Zie het begin van de bespreking van dit Spinoza-Festschrift in: The Journal of Philosophy Vol. 30, No. 24, Nov. 23, 1933

Over die uitgave schreef Dr. Hans Alfred Grunsky van de Universität München in het schandelijke “Der Einbruch des Judentums in die Philosophie” onder meer (ik had dit al eens in een blog over Carp geciteerd):

„Anfang 1933 kam in einem deutschen Verlag eine Spinoza-Festschrift heraus, die jeder in die Hand nehmen sollte, der noch irgendwelchen Zweifel an dem jüdischen Charakter des Spinozismus hat. Unter 22 Verfassern, die Beiträge lieferten, befinden sich hoch gegriffen vier bis fünf Nichtjuden, darunter der Ehren-Bolschewist Romain Rolland.
„Gleich wie von den Brüdern in Christo eine Nachfolge Christi anerkannt wird, ebenso wollen wir Brüder in Spinoza deiner (Spinozas) Erkenntnis und Liebe Gefolgschaft leisten!“ ruft der herausgebende Jude Siegfried Hessing in seiner grotesk-geschmacklosen Lobrede auf Spinoza aus.“

Aangenomen dat Grunsky juist citeert dan had Hessing inderdaad een neiging tot zaligverklaring van Benedictus de Spinoza…