‘n Klokkenluider, die niet

0
12
weet, waar de klepel hangt.
Een klokkenluider, die niet wist waar de klepel hing.

Er zijn drama’s, die gebeuren. Zo maar. Spontaan.
Er zijn ook drama’s die groeien, soms tientallen jaren. Zo begon in de jaren vijftig van de vorige eeuw een geschiedenis, die ruim dertig jaar later pas zijn afloop beleefde.

Freddy was een gewone jongen. Na zijn schooltijd bleek, dat voor zijn droomberoep geen plaats was in het gezin van zijn ouders.
>Je zoekt maar een baan, waar je mee kunt verdienen, als je nog verder wilt komen in het leven<. Na zijn diensttijd werd dit ernst en zo vond hij werk als »reizend verkoper«. Hij kreeg een bestelauto, die volgepakt werd met textielwaren en daarmee moest hij iedere twee, drie weken een vaste route volgen om de »buitenklanten« te bedienen. Meestal boerenfamilies in een van de twee polders, die zijn rayon vormden.
Hieraan kwam na een paar jaar een einde, toen hij werd ontslagen. De omzet was te gering, maar dat werd niet als reden aangevoerd. Hij werd ontslagen wegens diefstal, dan wel verduistering. Wat er echt gebeurd was, is nooit helemaal duidelijk geworden.
Zaterdags moest hij zijn auto uitruimen en werd er afgerekend in de zaak. Een van de verkoopsters, die net geen klanten bediende, nam deze in ontvangst, tekende die af op lijsten en Freddy moest met de lijst naar het kantoor de verschillen betalen. Het moet dan zo zijn geweest, dat er minder werd aan ontvangsten werd betaald, dan er aan goederen was »verdwenen«.
Freddy had inmiddels kennis aan een meisje gekregen. De buurman van haar ouder was de plaatselijke voorzitter van de KAB, de overkoepelend orgaan van de r.k. vakbonden. Hij stelde voor, dat Freddy lid moest worden, dan kon hij wel zorgen, dat hij geholpen werd.
Niet geheel tot zijn volle tevredenheid – hij voelde zich volmaakt onschuldig en slachtoffer van fouten van de afrekenende collega – werd het motief (arbeids)gerechtelijk opgeheven. Bij gebrek aan eenduidig bewijs. Maar het ontslag werd niet ongedaan gemaakt.
Tekenend voor de directeur was diens laatste optreden !
Freddy kreeg zijn afrekening op tafel voor hem uitgeteld. Hij moest echter eerst een brief tekenen, dat hij dit geld ontvangen had. Maar op het ogenblik, dat hij zijn handtekening had gezet en de brief weer naar de directeur toeschoof, had deze het geld al weer naar zich toegehaald. Met de woorden >>Zo, dat is dan precies het bedrag, dat je mij nog schuldig was, bij de laatste afrekening!<< En Freddy vertrok zonder cent ontvangen te hebben, maar wel met achterlating van zijn handtekening voor ontvangst van zijn laatst verdiende loon.
Wat restte was zijn lidmaatschap van een vakbond.
En dat nam hij mee naar zijn volgende baan. Een over bijna heel Nederland vertegenwoordigd bedrijf, dat veel verschillende onderdelen kent. Zijn lidmaatschap van de vakbond werd »aangepast».
Zijn nieuwe vakbond zag wat in Freddy en in de loop van de jaren werd hem de gelegenheid geboden naast de vak-cursussen de »vakbond»-leergangen te volgen. Als de meeste zakken in het leven, maar volkomen zonder tegenzin, voldeed hij aan de verzoeken van de bond zich in te zetten in bepaalde functies. Een ervan was voorzitter van de regionale afdeling. Een andere, die hij met blijdschap aanvaardde was het als gekozen lid van het hoofdbestuur van zijn bond. Als een van de weinige bonden had de zijne, als link naar de praktijk, een aantal niet-bezoldigden in het bestuur, die op een van de jaarlijkse landelijke vergaderingen werden gekandideerd en gekozen. Voorwaar geen ere-baantje. Juist in zijn hoofdbestuur- periode werd de federatie met de NVV-bonden voorbereid. En hij was in de gelegenheid de stem van de achterban te laten horen. Hoewel dit op het progressieve deel van het hoofdbestuur wel een remmende werking had in de besluitvorming, er werd naar geluisterd en het hielp eventuele pijn wat milder te maken.
Een andere interessante job was zijn deelname aan de overlegcommissie van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor, in zake van de uitkeringen van de Werkloos-heids Wet, voor zijn bedrijfstak en namens zijn vakbond. Ook hier kon hij een paar leuke succesjes boeken.
Maar het liefst was toch wel zijn deelname aan het Plaatselijk Dienst Overleg. Toen de wet dienaangaande gewijzigd werd en de plaatselijk directeur niet meer automatisch de voorzitter van de bijeenkomsten hoefde te zijn, werd hij de voorzitter van dit orgaan.
Geloof echter niet, dat dit een bevoorrechte positie onder de collega’s opleverde! Integendeel, zijn normale werk werd meer kritisch bekeken dan dat van de anderen. Maar voor hem was het voornaamste dat hij er een genoegen aan kon beleven, op die manier iets meer voor zijn collega’s te betekenen.
Door de steeds vorderende automatisering van het bedrijf kreeg hij verschillende andere funkties bij verschillende andere onderdelen van het bedrijf.  Meest duurde het maar even, of ook daar vond hij weer zijn plaats in de bij horende PDO.
Zo kwam hij in de tachtiger jaren als administrateur bij een van de technische afdelingen van het bedrijf. Zijn baas werd een man, die erg veel belang hechtte aan populariteit. Alle medewerkers moesten hem bij de voornam noemen. Hij trok veel met zijn mensen op, ook buiten het werk. Maar hij was evenzeer gesteld op populariteit bij de firma’s waar zijn onderdeel namens het totale bedrijf zaken mee deed. Maar juist in die dagen werden de belangen van die firma’s in het bedrijf steeds belangrijker. En dat wilde men wel laten merken ook. Gelukkig bleven de »steekpenningen« aardig binnen de perken. Een fles wijn en een agenda, of sleutelhanger met de Kerst, dat ging allemaal nog wel.
Het drama begon met het »aanbieden« van een sportdag voor het hele personeel van deze afdeling. De oudste administrateur, reeds licht gehandicapt, bleef als enige op kantoor achter als »telefoonwacht«.
Freddy, die van alles was behalve sportief, vond, dat hij zich wel kon excuseren. Toen dit niet zo lukte, werd het onderwerp »sportdag« op de agenda van de eerstvolgende PDO-vergadering geplaatst. Nu met als uitgangspunt, dat een sportdag allesbehalve binnen de taken van het personeel van deze afdeling viel. Men zou dus nooit verplicht kunnen worden tot deelname daaraan. Maar de directeur gebruikte zijn macht en kondigde af, dat de deelname aan deze sportdag, die in een sportcentrum op grote afstand van de vestiging werd gehouden, verplicht was. Dus ook voor Freddy.
Op de dag zelf was hij dus daar verplicht naar toe gereisd met zijn collega’s, die bij hem in de buurt woonden. Na koffietijd werd hij door de directeur van het toeleveringsbedrijf uitgenodigd mee te gaan naar de manege. Hoewel hij vond, dat hij daar niets te zoeken had, voldeed hij aan dit verzoek. Dat ter plaatse werd gevolgd door nog een aantal andere verzoeken, die hij veel liever had geweigerd. Ondanks de daardoor veroorzaakte stress vond hij wel, dat er erg veel bekijks van bazen en collega’s was. Vanachter de ramen vandaan van een belendend restaurant.
Het resultaat van de pogingen van de »vreemde« directeur was, dat op een gegeven moment volkomen tegen zijn zin op de rug van een van de paarden zat en daarmee een gedeeltelijk rondje door de manege te »rijden«.
Zijn bijna totale ellende werd volmaakt, toen hij net zag, dat zijn directeur met drie briefjes van honderd gulden zwaaide en deze overhandigde aan de onderdirecteur van het toeleveringsbedrijf. Toen begreep hij, dat er op zijn handelen een weddenschap was afgesloten, die zijn baas had verloren. Zijn weerzin veranderde in walging.
De dag erop diende hij bij zijn baas een brief in, waarin hij het lidmaatschap en daarmee ook het voorzitterschap van de PDO opzegde. Zijn baas reageerde onmiddellijk. Wat dacht Freddy wel ? Hij zat daar niet voor zichzelf, dus kon hij om deze persoonlijke redenen geen ontslag nemen. Hij was voor zijn vakbond als zodanig verkozen. Freddy begreep, dat zijn baas bang was, dat deze hele zaak doorgegeven moest worden aan de vakbond. Waar echter niemand mee gerekend had gebeurde echter.

Wanneer hij daar zat als vertegenwoordiger van een vakbond en daarmee als resultaat van een desbetreffende verkiezing, dan was het enige wat hem bleef… het ontslag nemen bij de vakbond. En dat deed onnoemelijk pijn. Zijn lidmaatschap was iets als een soort huwelijk voor hem geworden. Veel moois en veel waardere dingen meegemaakt. Maar ook veel goed kunnen doen. En daar kwam nu – en om deze reden – een eind aan.
De ontslagbrief aan de bond werd een verslagbrief, omdat hij wist dat dit de enige weg was voor het bondsbestuur deze stap begrijpelijk te maken. Daarna wachtte hij verder maar af.
Het vervolg kwam een week later.
Zijn directe chef kwam hem zeggen, dat hij ‘s middags bij de directeur moest komen. Nee, niet op diens kamer, maar in de kamer van een staflid, die tevens plaats bood voor het houden van vergaderingen. Toen hij er binnen stapte schrok hij.
Voor de tafel stond één stoel, achter de tafel zes andere. Op ieder stoel zat wel een functionaris met in het midden de directeur. Opzij zag hij tot zijn verwondering zijn maatje (aanspreekpunt!) van de vakbond zitten.
Hij voelde zich als voor een rechtbank: dit was geen gesprek meer.
En besloot zo veel mogelijk het zwijgen ertoe te doen. Te meer, daar ook zijn maatje zijn mond niet open deed. Na een paar minuten werd duidelijk wat er van hem werd verlangd. Hij moest een document ondertekenen, dat >>de aantijgingen in mijn brief aan de vakbond totaal ongegrond waren<<. Hierop zou de vakbond de gang van zaken niet langer erkennen als de reden van zijn ontslag bij die vakbond. En zo waren alle golven van opwinding dan weer glad gestreken.
Freddy vroeg nog wel, wat de consequentie zou zijn, wanneer hij dit stuk niet tekende?
Dat zou dan een nog veel groter en voor hem onaangenaam gevolg hebben! Freddy tekende.
Wat moet je, wanneer je een gezin hebt met een stel opgroeiende kindjes.
Hij kon gaan, er werd afscheid genomen van de vakbondsman, die een kopie van het stuk mee kreeg, de rest bleef achter.
Buiten het zicht van de vergadering, op een andere etage, greep zijn maatje Freddy bij de mouw.
>> Ik snap wel, hoe het gegaan is, maar dat is niet officieel meer. Ik snap ook, dat de arbeidsverhouding aardig onder druk is komen te staan. Maar wanneer je me nu zegt weer lid te worden dan weet ik een bevredigende oplossing ! Komende herfst zijn er verkiezingen voor het LOO (landelijk overleg orgaan) en jij stelt je kandidaat. Ik zal zorgen, dat je op een verkiesbare plaats komt. Wat dit inhoudt weet je ! Neven-job naar je zin en kunne en je bent van de vijf werkdagen er vier niet meer hier, maar bij ons.<<
Freddy had drie dagen nodig om zijn beslissing te nemen.
Het zou inderdaad MAAR een neven-job zijn, waaraan na 5 jaar mogelijk weer een einde zou komen. En dan zou hij weer helemaal terug moeten. En dan al vooraf, of dan pas goed weer dergelijke risico’s lopen.
Gedwongen worden tegen jezelf, tegen je eigen karakter te moeten handelen met het risico, dat je gezin er schade van kan ondervinden. Onaanvaardbaar.