Miriam van Reijen over "de grootsheid van de geest" bij Spinoza

0
5


Gisteren bracht The Ritman Library op Youtube en op haar website een reeks filmpjes waarin de sprekers zich
voorstellen en vertellen wat er van hen te verwachten is op het komende Symposium
in de Westerkerk in Amsterdam 'De grootsheid van de geest'. [Cf. blog]


Zo was er ook deze introductie van Miriam van Reijen. Ik heb
op dit blog al vaker video’s van haar gebracht. Ik overwoog even om deze
laatste van haar maar te negeren, daar ik met kromme tenen luisterde naar haar
korte praatje. Maar ik wil op dit blog alles wat over Spinoza gaat signaleren en dit dus niet negeren. Dan
doe ik er maar mijn commentaar bij.

Wij horen haar dus zeggen:


“Spinoza heeft ook wat geschreven
over de geest, eigenlijk over het Al wat is – over het uitdijend universum zou
je kunnen zeggen; hij noemt het ook God, de substantie. Daarin kunnen wij
mensen twee verschillende manifestaties van dat Al zien en dat is het ene wat hij het
lichamelijke, het materiële, uitgebreidheid noemt; en het andere is de geest.
Dus, als je vraagt: hoe groot is de geest bij Spinoza? Dan zeggen we: het is het
uitdijend universum – het is één manier waarop wij het uitdijend universum kunnen
beleven en ervaren.”


Ik wist niet wat ik hoorde! Is dit Spinoza? Ik herken er
niets in. Zo lijkt het alsof je voor de Anima
Mundi
o.i.d. bij Spinoza moet zijn; alsof er in het Al sprake is van een ‘Grote
Geest’. Inderdaad, Spinoza heeft “ook wat geschreven over de geest”, maar die
term (Mens in zijn Latijn) gebruikt
hij alleen in zijn filosofie van de menselijke geest (waarin hij één keer even ernaar
verwijst dat er van alles een idee in God of de natuur bestaat, dat dus alle
dingen animata zijn – naar een verschillende graad). Maar over de Mens Dei, of de Mens Naturae of een Spiritus Magnus o.i.d. heeft hij het nergens, niet één keer, nooit. Deze ‘begrippen’
of liever ‘onbegrippen’ komen bij hem niet voor. Dit past volstrekt niet in
zijn metafysica en zijn mens- en natuurleer.


Hij zou dit praatje over hem onzin vinden, daarvan ben ik overtuigd. Sorry,
Miriam, maar deze boodschap die zo in de openbaarheid wordt gebracht, moet ik hier
van dit commentaar voorzien. Dit kun je niet maken. Zeg niet dat de tijd te
kort was om dit goed neer te zetten. Daar je dit in die korte tijd niet kon
toelichten of eventueel nuanceren, had je dit beter helemaal niet moeten zeggen.