Julie R. Klein over Spinoza’s perspectivisme

0
41

Gezien discussies die af en toe
op dit weblog gevoerd worden, lijkt het me op basis van mijn eigen
leeservaring aan te raden kennis te nemen van een artikel van Julie
R. Klein dat door Karel D'huyvetters is vertaald en al bijna twee
weken op zijn website
staat aangeboden als PDF.
Het betreft Julie R. Klein, ""By Eternity I Understand”:
Eternity According to Spinoza” [In: Iyyun – The Jerusalem
Philosophical Quarterly,
51 (July 2002): 295-324]

Centrale gedachte van het stuk is
dat Spinoza niet zozeer ontologische verschillen tussen het eeuwige
en eindeloze (God) en het tijdelijke en eindige (wereld en mens)
behandelt, maar in een verstrengeling van metafysica en epistemologie
de verschillen-in-eenheid ertussen benadrukt als wijzen van zien en
kennen: als wijzen van perspectief.

Ze laat in een mijns inziens
overtuigend betoog zien dat het bij 'tijd, duur en eeuwigheid' niet
zozeer om zijnswijzen gaat, maar om zienswijzen die
samenhangen met de drie kennisvormen: verbeelding, ratio en
intellect/intuïtie. Treffend laat ze zien hoe de ratio naar de ene
zijde verbonden is met de imaginatio door het herkennen van
overeenkomsten en verschillen in de door de verbeelding aangeboden
waarnemingen op de resultaten waarvan ze gebaseerd is (notiones
communes
); en aan de andere kant al enige overeenkomst heeft met
het intellect door de gerichtheid op het eeuwige dat door het
intellect pas ten volle wordt begrepen.
Duidelijk laat ze de
samenhang zien tussen het noodzakelijke en het eeuwige. Het
intellect, het intuïtieve begrijpen, neemt de natuur anders waar dan
de andere kenvormen, maar neemt geen andere natuur waar – geen
afzonderlijk object!
Op basis hiervan heeft ze een mooie beschouwing
over de samenhang en verbondenheid van natura naturans en
natura naturata, waardoor duidelijk is dat er geen enkele
reden is om de eerste (en het eeuwige) transcendent te noemen.
Integendeel die benoeming ontneemt het zicht op de door Spinoza
benadrukte immanentie.
"Spinoza specificeert noch een
temporele prioriteit, noch een ontologische afscheiding van de
ongelimiteerde substantie en de substantie als modaal gedetermineerd
of begrensd." Het gaat om expressie en involveren.