Johann Bernoulli (1667-1748) en de Groningse Spinozisme-strijd rond 1700

0
40

Met dit blog heb ik tot doel de geïnteresseerden te wijzen op een werkelijk schitterend artikel van Wim Klever over een interessante ‘Spinoza post Spinozam’-affaire, waarin Bernoulli, een grote naam in de wis- en natuurkunde, een centrale rol speelde. Het is een fraaie case over hoe men aan het begin van de 18e eeuw absoluut niet met Spinoza in verband gebracht wilde worden – als ging het om de schurft.

Johann Bernoulli, in 1667 in Bazel geboren als zoon van een familie, die vanwege de Hollandse Opstand uit Antwerpen was gevlucht, begint in Bazel met de studie van medicijnen maar voelt het meest voor de wiskunde. Zijn dertien jaar oudere broer Jakob, hoogleraar wiskunde in Bazel, onderwijst zijn jongere broer het vak.

In 1684 had Gottfried Wilhelm Leibnitz (1646-1716) in een beroemd maar opzettelijk vaag gehouden artikel Nova Methodus Pro Maximis et Minimis de grondslagen gelegd voor de nieuwe wiskunde van het differentiaal- en integraalrekenen. Jakob en vooral Johann Bernoulli doorgrondden het artikel van “vijf of zes bladzijden (…) hetgeen eerder een raadsel dan een uiteenzetting inhield”, volgens Johann. Zij onderkenden als eersten de betekenis en het grote belang van deze nieuwe wiskundige methode.

In 1694 promoveerde hij in Bazel op zijn “Dissertatio Inauguralis Physico-Anatomica de Motu Musculorum.”

In Groningen was de leerstoel wiskunde al een poos vacant en in 1695 vraagt de universiteit Johann Bernoulli om dit hoogleraarschap te bekleden. Bernoulli neemt het aanbod aan en vertrekt met zijn gezin richting Groningen. Daar weet hij diverse problemen m.b.v. differentiaal- en integraalrekening op te lossen hetgeen tot triomf van de ‘nova methodus’ bijdroeg.