"Het best is Spinoza met stilzwygen voorby te gaan"

0
11

Even tussendoor een oordeel over Spinoza uit de eerste helft van de 18e eeuw.

"Spinoza, die ook eerst een Amsterdamsche Jode was, is der moeite niet waardig, dat wy van hem spreken, zo om dat hy genoeg bekent is, als om dat zyne stellingen nergens anders toe dienen dan om alles te verwerren. Verscheide Christenen hebben de penne tegen hem opgevat, om zyn gevoelen te wederleggen, het welk nooit minder kwaat kan doen aan scherpzinnige herssenen, dan wanneer het niet gekent wordt; hoewel het, om de waarheit te zeggen, niet anders is dan een doolhof, uit het welke zo veel minder kan gekomen worden, hoe verder men in het zelve geraakt is. Het is de Joden tot geen eer, dat Spinoza onder hen geboren en opgevoedt is, noch de Christenen, dat hy onder hen geleeft heeft, en derhalven is het best hem met stilzwygen voorby te gaan.

Onder de Joden schreef Orobio tegen hem en tegen zyne grondbeginselen. Die man was zeer geleert en scherpzinnig. Hy wilde ook zyne krachten beproeven tegen de Christenen, en zynen Godsdienst verdedigen tegen den geleerden Limborch, die in dien tydt hoogleeraar onder de Remonstranten te Amsterdam was. Men kan niet ontkennen, dat deze Jode veel scherpzinnigheit in zyn werk doedt blyken; maar als men aan de andere kant de schriften van Limborch tegen hem leest, zal men zien dat alle zyne scherpzinnige bewysredenen op weinig of geen grondt steunden Na de doot van Orobio, welke in den iare 1687 voorviel, heeft men onder zyne papiere verscheide zyner werken, die te voren nooit gedrukt waren, gevonden en naderhant heeft men verwareloost de zelve op de persse te brengen. [p. 388-89]

Uit: Jacques Basnage (sieur de Beauval), Buscar Graevius, Theodorus Hasaeus: Beknopt verhaal van de oudheden en geschiedenisse der gehele Joodsche natie: behelsende de staat en regeringe van het joodsche Land onder de Herodessen, tempelbouw en godsdiensten, gevankenisse der voornaamste leeraren na de verwoestinge van Jeruzalem, de verstrooijing der stammen in het Oosten … by Gysbert Langerak, en Johannes Hasebroek, 1735 [vert. van Jacques Basnage de Beauval's l'Histoire des Juifs, Rotterdam, 1706] [books.google]