Henri Bergson (1859 -1941) had ambivalente houding t.o.v. Spinoza

0
18

Daar ik in afwachting ben van een
boek dat onderweg is naar mij toe, waarin veel over de verhouding in
de vorige eeuw van Franse filosofen tot Bergson aan de orde komt,
zonder dat diens filosofie wordt behandeld (weet ik, daar ik al over
het e-book beschik), houd ik mij ter voorbereiding al wat bezig met
Bergsons denken. Dat boek waarom het gaat is Knox Peden, Spinoza
Contra Phenomenology. French Rationalism from Cavaillès to Deleuze.
Cultural Memory in the Present
[Stanford
University Press, 2014 – cf. blog],
waarover ik dus hoop te gaan bloggen, nadat ik het gelezen heb of
wellicht al terwijl ik het lees – ik lees liever een papieren dan een
digitaal boek, dat laatste is wel weer erg handig om er in te zoeken.
Nu echter eerst even over Bergson.

Vanwege zijn originele ideeën en
zijn heldere schrijfstijl ontving Bergson, hoewel hij geen literatuur in
strikte zin geschreven had, in 1927 de Nobelprijs voor literatuur
(Simon Vestdijk schreef over hem in 1941, het jaar van Bergsons dood,
een essay met de titel De beeldende filosoof).