Enig commentaar op Heidi M. Ravven’s The Self Beyond Itself en weer veel waardering

0
2


Ik eindigde mijn blog van gisteren over het boek van Heidi Miriam Ravven, The Self Beyond Itself. An Alternative
History of Ethics, the New Brain Sciences, and the Myth of Free Will
[The
New Press, 2013] met: “Ik vermoed dat ik in een later blog nog eens op dit boek
terugkom en mij een paar kleine kritische kanttekeningen veroorloof. Zeker weet
ik dat nog niet, want van groot belang acht ik die niet.”


Nu besloot ik om mijn kritische kanttekeningen meteen te
brengen, anders komt het er misschien niet meer van. Het is maar beter
afgerond. Vooraf wil ik eerst nog eens duidelijk mijn bewondering uitspreken
voor de geweldige prestatie die Heidi Ravven met deze grondige studie heeft
geleverd. Ik onderstreep dat door enige fraaie passages over Spinoza te
citeren.
Toch moet ik kwijt dat zij hier en daar toch ook een zekere eenzijdigheid lijkt
te tonen. Zonder af te doen aan de betekenisvolle historische lijnen die ze
trekt, heeft ze mijns inziens enigszins de neiging Spinoza iets teveel in het
kamp van Maimonides te trekken. Wellicht om te voorkomen dat de lezer anders
niet met haar mee zou gaan, laat ze elke kritiek van Spinoza op Maimonides
achterwege. Zo kan het lijken alsof Spinoza ongeveer net zo’n Bijbelexegese aanhangt
als Mamonides, terwijl we uit de TTP weten dat dit bepaald niet zo is. Nu kun
je terecht zeggen: maar de Bijbelhermeneutiek is niet het onderwerp van het
boek, maar hoe Maimonides t.o. de Bijbel staat behandelt ze wel. Dit doet niets
af aan haar boodschap dat Spinoza, zeker waar het ’t morele handelen betreft,
meer in de lijn Maimonides dan Descartes staat, maar Spinoza is geen
verlengstuk van Maimonides.