Een preek van Spinoza – volgens Harry Austryn Wolfson

0
42

Harry Austryn Wolfson in de Widener Library te Harvard; foto: Dmitri Kessel 01-11-1957Toen ik mijn blog “Was Spinoza averroïst?” voorbereidde, was het rijke The Philosophy of Spinoza van Harry Austryn Wolfson uit 1934 een van de boeken die ik raadpleegde. [Blog over Wolfson]. 

Sindsdien heb ik er weer diverse hoofdstukken in gelezen. Dat is grotendeels genieten over hoe hij je vanuit zijn grote eruditie, alvorens bepaalde gedeelten van Spinoza te behandelen eerst meeneemt naar hoe Aristoteles en vele Middeleeuwse filosofen, zoals Gersonides, Crescas en vooral Maimonides de daar aan de orde zijnde kwestie behandelen. Dat leidt dikwijls tot groter begrip van welke oude vragen Spinoza in zijn stellingen aan de orde heeft en welke eerdere antwoorden hij of overneemt of (vaker) attaqueert.
Soms leidt het tot enige ergernis door een zeer eigenzinnige invulling door Wolfson. Om een voorbeeld te noemen: ook al geeft hij toe dat Spinoza een bewustzijn bij God niet uitdrukkelijk behandelt, construeert hij die overtuiging bij hem aan de hand van die vroegere filosofen en meent hij zo te laten zien dat Spinoza van Gods bewustzijn uitgaat, wel móet uitgaan, gezien de eenheid van zijn natuuropvatting – en hij de mens immers bewustzijn toekent. Dus…

Maar ik wilde hier geen discussie met Wolfson aangaan en eigenlijk iedereen die al redelijk thuis is in Spinoza’s filosofie, toch vooral lezing van dit boek aanraden daar je er zoveel meer over vele kwesties uit te weten kunt komen. Beginners raad ik het boek nog niet aan, daar je ook makkelijk op een enigszins verkeerd spoor terecht kunt komen (bijvoorbeeld t.a.v. zijn opvatting over de attributen als door ons verstand a.h.w. uitgevonden).

In dit blog leek me wel aardig om zijn slotwoorden over te nemen, waarin hij Spinoza in zijn slothoofdstuk “What is New in Spinoza?” een viertal gedurfde vernieuwingen toekent en één waandenkbeeld, namelijk dat hij meende met een volkomen nieuwe theologie en religie te komen en niet door had, zich niet er bewust van was wat de betekenis van zijn radicale interpretatie van de oude theologie en wat de reacties zouden zijn van de gevestigde religies. En hij eindigt dan met Spinoza een preek in de mond te leggen.