De (onbestaanbare) homo liber of vrije mens en "het echte leven"

0
22

Hier mijn kleine bijdrage aan het thema van de Maand van de filosofie: "het echte leven."

Een jaar geleden, in een blog van 18 april 2010 met de titel “Is Spinoza net zo keihard als Augustinus?” schreef ik uitvoerig over stelling 72 van het Vierde deel van de Ethica: Een vrij mens handelt nooit bedrieglijk, maar altijd te goeder trouw.

Ik had moeite met de stelligheid, het ‘altijd’ dat maakte dat er voor Spinoza geen enkele uitzondering bestond, zoals hij in het bijbehorende scholium nog eens benadrukte. Hoe kon dit stroken met het streven van elk ding om in zijn bestaan te volharden? Zijn antwoord op die vraag die hij uitdrukkelijk behandelt, bevredigde mij niet.

Ik ga mijn bezwaar-argumenten niet herhalen en verwijs daarvoor naar dat blog. Bij herlezing sta ik nog geheel achter dit mijns inziens helder geschreven stuk. De reacties erop gaven wel enige relevante en interessante aandachtspunten, maar bevredigden mij nog steeds niet. De kwestie verschoof naar de achtergrond, maar bleef wringen.

Tot ik dit weekend de laatste paragraaf van het vijfde hoofdstuk van het boek van Michael Della Rocca, Spinoza, las, dat precies over deze kwestie gaat. (Binnenkort ga ik meer over dit boek schrijven). Ook daar: “[t]he “always” is problematic, for does Spinoza really want to say that reason dictates that we should never deceive others, not even in the most dire situations [..]?”

Precies mijn kwestie dus. En ook hij verwijst bij de behandeling van de kwestie naar Kant.