Pepersalami zonder peper.

0
38

Ons doel voor de wandeling in de Eifel is het kasteel
Laufenburg. Het is een hoogteburcht op een hoogte van 217 NN en dat is te
merken aan de stijgende kuitbijtende  weg. En dan worden onze inspanningen
beloond. Wat een uitzicht. Bij het kasteel bevinden zich een paar weilanden,
met meidoornhagen en een moestuin in het verder beboste gebied. Het kasteel was
de vesting van de heren van Laufenburg, die afstamden van de hertogen van
Limburg. De naam van het kasteel is vermoedelijk afgeleid van oude naam
Löwenburg die nog te zien is in het wapenschild van de eerste eigenaren, de
heren van 's-Hertogenrade. Zij bouwden in 1250 het kasteel, dat toen de meest
oostelijke versterking van de hertogen van Limburg tegen de hertogen van Gulick
en de keurvorsten van Keur-Keulen vormde. Aan het eind van de 17e eeuw werd het
kasteel verwoest door de Fransen tijdens gevechten onder Lodewijk XIV. Het
kasteel bleef bewaard als ruïne, maar werd in 1895 weer gerestaureerd. Het
gebouw bestaat uit een donjon met een ringmuur die gebouwd is op een smalle
bergtop. Oorspronkelijk was de donjon vijf verdiepingen en 27 meter hoog. Het
stamde uit de 14e en 15e eeuw. De ringmuur is tien meter hoog en heeft nog een
grote toren en drie hoektorens overgehouden.
 
 
Eenmaal op de binnenplaats worden
we verwelkomt door een paartje gekraagde roodstaarten die ijverig hun jongen
voeren. Tegenwoordig is het kasteel in gebruik als restaurant. We ruiken de
koffie dus gaan we meteen maar op het bescheiden terras zitten. Kijkend naar
boven  zie ik een mooi silhouet van een
rode wouw in de blauwe lucht. Lang kan ik de wouw met zijn gevorkte staart niet
volgen door de hoge kasteelmuren omlijsting. Als het veel te lekkere huisvlijt
gebak op is wordt het weer tijd om verder te gaan. We verlaten de zonnige open
ruimte en gaan we rustig dalend op de terugweg. Langs dit soort paden vindt en
zie je altijd wel leuke dingen zoals kruisbek, appelvink, wijngaardslak,
dasprenten, hangende zegge, bilzekruid, wolfskers en bosaardbeien.
 
 
Dan wordt
mijn aandacht getrokken door een struikje met rode bessen die iets dieper in
het bos van het pad staat. Het is een rood peperboompje (Daphne mezereum).  Daphne was oorspronkelijk de Griekse naam van
wat nu Laurier heet, Laurus nobilis, een geheel andere plant. De plant werd
genoemd naar de nimf Daphne, de dochter van de riviergod Peneus die in een
struik werd veranderd om aan Apollo te kunnen ontkomen en is daarom een teken
van kuisheid. Daphne betekent " glanzen of fakkel" , naar de
glanzende bladeren. Mezereum betekent " doder van mensen". Aan de
kleine afmeting van dit struikje tussen de 30 cm tot 1,2 meter is weinig dodelijks aan te
zien. Maar vergis je niet ! De appetijtelijke rood glanzende sappige bolvormige
bessen zijn erg giftig net als de rest van de plant. Zo is deze beschermd tegen
de vraat  door dieren.
 
 
Maar niet alles
aan de plant is giftig.  In maart en
april verschijnen de  niet gesteelde
bloemen zitten in bundels van 1 tot 4 in de oksels op het kale hout waar de
afgevallen bladeren hebben gezeten. De bloemen zijn lichtpaars of roze, 1 tot
1,4 cm groot, hebben 4 slippen en zijn behaard. De 4 bloemdekbladen staan af.
Aan de binnenkant zitten 2 kransen van 4 meeldraden met heel korte helmdraden. Door
een onderlaag van het vruchtbeginsel wordt honig afgescheiden en deze wordt
onder in de bloemdekbuis bewaard. Tal van vroeg vliegende bijen, vliegen en
vlinders komen de bloemen bezoeken, die door haar sterke geur. Een
insectenslurf gaat zonder stuifmeel te ontvangen, naar binnen. Zit er al
stuifmeel aan, dan wordt dit aan de stempel afgegeven. Trekt het insect de met
honig bezette slurf terug, dan blijft er stuifmeel aan kleven, dat in een
volgende bloem weer wordt afgegeven. Het stuifmeel is beschut tegen regen,
doordat de keel van het bloemdek knobbels draagt en daardoor zo nauw is, dat de
regendruppels niet naar binnen kunnen dringen, wel echter een dunne
insectenslurf. De verspreid staande bladeren zijn langwerpig, dun, kaal, hebben een gave rand
en zijn 5 tot 12 cm lang. Ze zijn lichtgroen van kleur en staan dicht bij
elkaar aan toppen van scheuten. Ze hebben een korte steel en zijn weinig of
niet behaard. Peperboompje staat graag op vochtige, matig voedselarme tot matig
voedselrijke, humeuze, kalkrijke grond (zand, leem, mergel en stenige
plaatsen). In een groot deel van Europa en in West- en Midden-Siberië komt peperboompje
voor. De kuststreken van West-Europa en het Middellandse Zeegebied worden voor
een groot deel gemeden. In Nederland is rood peperboompje zeer zeldzaam en komt
vooral oorspronkelijk voor in Oost-Nederland en in Zuid-Limburg. Mogelijk had
deze soort ook een wilde groeiplaats in de duinen bij Velzen. Groeiplaatsen
elders in ons land zijn waarschijnlijk het gevolg van aanplant of verwildering
vanuit nabijgelegen tuinen. Deze soort is sterk afgenomen en wordt nu als
ernstig bedreigd beschouwd in Nederland. In Oost-Nederland is nu alleen nog een
levensvatbare groeiplaats aanwezig in Twente. Verder zijn uit dit deel van ons
land nu alleen nog enkele solitaire struiken bekend. In Zuid-Limburg zijn nog
meer groeiplaatsen bewaard gebleven, in de omgeving van Valkenburg aan de Geul,
Schin op Geul en Wijlre. Populaties elders in Zuid-Limburg lijken inmiddels
allemaal verdwenen te zijn.
 
 
Rood peperboompje is echte bosplant die goed is
aangepast aan de beschaduwing door bomen. Toch komt deze soort met name tot
bloei waar veel licht tot de ondergroei van het bos doordringt, zoals op
kapvlaktes, langs bospaden, in bosranden of waar bomen zijn omgewaaid. Het is
een kenmerkende soort voor oude bossen. In Oost-Nederland staan ze voornamelijk
in oude rabattenbossen en in Zuid-Limburg hellingbossen. Na het staken van het
hakhoutbeheer in de vijftiger jaren is zij achteruitgegaan in deze bossen,
doordat er niet meer regelmatig sprake was van perioden met veel licht in de
ondergroei door houtkap. Maar daarnaast is  verdroging, verruiging en het uitgraven van
struiken, vanwege de mooie bloemen voor de tuin, ook sterk heeft bijgedragen aan het
verdwijnen van wilde populaties. De soort staat daarom ook in 2015 helaas op de
Rode lijst. Hier op deze groeiplek lijkt het goed te gaan.  Aan de afgezaagde boomstompen is duidelijk te
zien dat er selectief grote naaldbomen zijn omgezaagd die er voor zorgen dat er
weer de nodige lichtinval op de bodem komt. De edelherten vegen met hun geweien
en vreten de overtollige opslag weg. Wilde zwijnen wroeten de grond los om zo
het zaaibed voor de bessen alvast in orde te maken. Het ontbreken van goede
wilde populaties van rood peperboompje als onmisbaar ingrediënt in onze
Zuid-Limburgse bossen is een waar gemis en smaakt naar zoiets als een
pepersalami zonder peper.