Op het scherp van de snede.

0
51


Het is heerlijk om te fietsen op de Veluwe. Tijdens een
testritje met een elektrische fiets zag ik langs een paar fietspaden opvallende
zaadpluisjes. Ik liet me uitrollen en stopte bij zo'n pluizenbol.  Het vruchtpluis is vaak wit,
gelig of soms roodachtig. Aan elk zaadje van 2 tot 3 mm lang zit een
zaadpluisje. Eenmaal op de knieën kon ik mij het plantje van jaren geleden
herinneren maar deze keer wil ik echt graag weten wat het is.

Het blijkt scherpe
fijnstraal (Erigeron acer) te zijn. De Nederlandse naam fijnstraal slaat op de
fijne straalbloemen. Erigeron is samengesteld uit eri (vroeg) en geron (grijs).
De naam slaat op het grijze zaadpluis dat snel na de bloei in grote
hoeveelheden verschijnt. Acer is het Latijnse woord voor "scherp",
naar de smaak van de plant. Het 20 tot 50 cm hoge plantje bloeit in juni, juli
en augustus. De bladeren vormen een rozet. De onderste bladeren zijn gegolfd,
spatelvormig en hebben een gevleugelde steel. Meestal is de rand gaaf. De
bovenste zijn langwerpig en niet gesteeld. Vanuit deze rozet heeft de plant 1 of enkele
rechtopstaande of opstijgende, vaak wat bochtige en meestal alleen in de
bloeiwijze vertakte bloeistengels. Ze zijn vrij ruw behaard en vaak paars
aangelopen. De vrij onopvallende bloemhoofdjes groeien in trossen of
schermvormige pluimen, maar soms staan de bloemen afzonderlijk. De hoofdjes
zijn 0,5 tot 1½ cm groot. De vrouwelijke lintbloemen staan rechtop. Ze zijn
roodpaars of lila en weinig langer dan de buisbloemen. De buisbloemen zijn
gelig en tweeslachtig, maar er zijn ook enkele rijen draaddunne, bleke,
vrouwelijke buisbloemen. De omwindselbladen zijn vaak paarsig en dicht behaard.

Scherpe
fijnstraal komt in de wereld in de gematigde en koudere streken op het
noordelijk halfrond voor. Een iets andere vorm groeit in Noord-Amerika. Scherpe fijnstraal komt voor op
bodems met een matig droge tot vochtige, matig voedselarme, zwak zure tot
basische (kalkhoudende), goed doorlatende, iets humushoudende grond (zand,
leem, mergel, zavel, lichte klei en stenige plaatsen). Je kunt ze dan ook in
verschillende biotopen tegenkomen zoals bermen (open plekken), dijken,
rotsachtige plaatsen, zeeduinen, open plaatsen in kruipwilgstruweel, grasland
(droog, neutraal grasland, kalkhellingen en open plekken in laagblijvend
grasland), afgravingen (o.a. steengroeven), langs spoorwegen (spoorbermen en
spoorwegterreinen), tussen straatstenen, steentaluds van viaducten, opgespoten
grond, drooggevallen zandplaten, oude muren en lemige plekken in grazige heide. Het
lijkt alsof het een hele gewone plant is die je in een breed spectrum kunt
vinden. Maar schijn bedriegt in Nederland komt de soort plaatselijk algemeen
voor in de Hollandse duinen en rondom Amsterdam. Elders in het land is deze
zeldzaam tot zeer zeldzaam. De trend is dat deze plant sinds 1950 met 50-75% is afgenomen en daarom in 2012 als kwetsbaar op de Rode
lijst gezet. Scherpe fijnstraal 
is tweejarig tot overblijvende plant die in te dichte grazige vegetaties
snel zal verdwijnen. Als je deze plant in je terrein wilt houden moet je de
groeiplaats op de juiste tijd jaarlijks maaien. Maar hier langs het fietspad op
de heide is iets bijzonders aan de hand dat de plant het hier zo goed uithoudt
en elk jaar weer te bewonderen is.  Vroeger
bestond het fietspad uit schelpenpaadjes vermengt met zeeklei. Om de zoveel
jaar werden deze schelpenfietspaden voor onderhoud aangevuld/opgehoogd.

Hierdoor ontstond
er door de jaren heen in de kalkarme omgeving een gebiedsvreemde brede strook
met kalkhoudende grond. Tijdens de aanleg van het asfalt/betonnen fietspad is deze
kalkrijke strook nooit verwijderd. Door deze schelpenkalkstrook wijkt de
vegetatie nogal af van zijn omgeving. Hierdoor groeien er naast Scherpe
fijnstraal,  ook andere kalkminnende
soorten zoals Gewone agrimonie (Agrimonia eupatorium), Gewone brunel  (Prunella vulgaris) en de bijzondere en zeer zeldzame
halfparasiet Stijve ogentroost (Euphrasia stricta). Deze
kalkrijke grond met zeeklei is ook iets vochtiger dan zijn omgeving. In deze
voedsel-, kalkrijkere substraat is ook meer bodemleven dan in de nabije
omgeving. Dat is ook de reden dat het wild zwijn (Sus srofa) vaak en graag
langs deze fietspaden al wroetend op zoek is naar insecten en regenwormen. Het wild zwijn is
vaak ondergewaardeerd als beheerder van natuurterreinen. Door zijn grond- en zodenbewerking ontstaan er de nodige variatie in de grazige
vegetatieranden, van deze fietspaden, zoals open plekken waar deze zeldzame plant
zich weer kan uitzaaien.  Zo hoeft Scherpe
fijnstraal en andere bijzondere planten dankzij het wild zwijn niet altijd op
het scherp van de snede te leven.