Dood ree doet leven.

0
36

Even rondkijkend in het Roerdal zie ik vanaf de verharde weg een groot dier
in de geoogste maïsakker liggen. Lopend over de stoppel akker zie ik darmen en
plukken haar liggen.  Eenmaal dichterbij
is het mij wel duidelijk, het is een jong reebokje (Capreolus capreolus).

Het feit dat de  buikholte leeg is, tong uit de bek en kapotte
voorpoot roept vraagtekens op. Is het reebokje opgejaagd door stropende honden?
In deze dolle achtervolging op de verharde weg terecht gekomen, geraakt door
een auto en dan alsnog gegrepen door een hond? Ik  maakte een paar foto's en wandelde weer
verder. Eenmaal thuis ga ik even appen met een kennis over mijn vondst. Tot
mijn verbazing hoorde ik dat op die plek nog niet zo lang geleden onder die
zelfde omstandigheden ook een reebokje dood is gevonden. Dit zijn verdachte
omstandigheden. Hoe dan ook een feit is dat het reebokje helaas dood is.  Na overleg besluiten we om  het reebokje op te halen. Terwijl ik aan kom
rijden zie ik een buizerd smullend op het karkas zitten. Weer lopend op de
akker vliegt de buizerd met moeizame vleugelslagen op en heeft duidelijk geen
zin om zijn maaltijd te verlaten. Ik pak het ree bij de vier poten en leg hem
in de auto. De buizerd kijkt me verontwaard vanuit een weipaal na. Sorry, buizerd voor het ongemak maar er
liggen nog een paar lekkere hapjes voor je. Op de afgesproken plek ontmoet ik
de kennis en gaan we in het bos in om het reebokje zijn laatste rustplek te
geven. Om dit leven niet zinloos te laten eindigen doet dit ree mee met het
project: Dood doet leven. De wilde natuur werd in ons land vervangen door
intensief landbouwgebied. Wilde dieren die gedomestiseerd konden worden zijn op
een voetstuk gezet en alles wat niet van toepassing is of een bedreiging zou
kunnen vormen voor de veestapel is uitgeroeid en of verdrongen naar schaarse
natuurgebieden. Daarnaast werd door de wetgeving bepaald dat dode landbouwdieren als ze dood gaan/zijn zo snel mogelijk  moesten worden opgeruimd.

Foto:

Dit om
onze  te intensief gehouden veestapel te
beschermen tegen uitbreiding van ziektes.  Deze wetgeving is ook van toepassing in de
rest van het land. Daar waar wel nog groot wild voorkomt vindt populatie beheer
plaats. Ook grote en kleine dieren die als verkeersslachtoffer langs het asfalt
ligt moest ook zo snel mogelijk worden opgeruimd naar de destructie. Deze paranoïde
netheidwaanzin heeft er voor gezorgd dat veel biologisch "dierlijk afval"
uit ons ecosysteem verdween en geen deel meer kon nemen van de natuurlijke
kringloop. Dode dieren hebben een slecht imago. Ze worden geassocieerd met
stank en besmettelijke ziekten. Dat laatste geldt helaas ook voor de opruimers
van dode dieren: de aaseters. Terwijl juist deze dieren doen uiterst nuttig
werk. In de jaren  zeventig werd er
gepleit door de Stichting Kritisch Bosbeheer om meer dood hout in de bossen te
laten liggen. Voor de bosbouwers was dat toen een regelrechte heilig schending.
 Inmiddels is het door iedereen algemeen
aanvaard dat dood hout in het bos aanwezig en noodzakelijk  is om deel uit te maken van de natuurlijke
kringloop. Veel bijzondere dieren en schimmels profiteren hier volop van. Daarom
moet het roer om! Om  dode dieren in de
natuur  te laten liggen heeft Natuurmonumenten
op de Veluwezoom als eerste veel baanbrekend werk verricht om dit uit de taboe
sfeer te halen. Zij voeren de afgeschoten edelherten en wilde zwijnen sinds het
begin van de 21e eeuw niet meer af, maar
laten de kadavers in dit gebied achter. Andere natuurorganisaties volgde dit
voorbeeld. Door ARK Natuurontwikkeling en Staatsbosbeheer kon je zelfs het afbraakproces
van reeënkadavers via een webcam volgen. Voor het geïnteresseerde publiek
werden zelfs  excursies naar deze dode
reeën georganiseerd. Tegenwoordig mogen dode wilde dieren in natuurgebieden wel
blijven liggen. Voor paarden en runderen die in natuurgebieden grazen vallen
helaas nog steeds onder de landbouwregelgeving en moeten deze als ze dood zijn
worden afgevoerd ter destructie. De tijd is dan ook rijp om verdere vervolgstappen
te zetten: meer voorbeeldgebieden, meer kadavers en grotere kadavers van
grazers. Vanuit de voorbeeldgebieden wordt gewerkt aan verandering in de omgang
met dode grote grazers  in onze natuur.
Deze beleidsverandering is broodnodig willen we de terugkeer van ons legertje  aaseters mogelijk maken. Het zijn vaak zeer
spectaculaire vogelsoorten, zoals raaf, zeearend, zwarte wouw en diverse
soorten gieren. Naast deze gevleugelde grote aaseters zijn er een heel leger
van zoogdieren zoals wild zwijn, das, vos, bunzing, steenmarter, boommarter,
hermelijn en wezel. Maar ook andere typische zeldzame en  bijzondere 
insecten, planten en schimmels die
vroeger algemeen waren profiteren hiervan. Daarnaast zijn er ook gebruikers die
niet zo zeer eten van een kadaver.  Zelf
heb ik eens geobserveerd  hoe een dode
das bijna kaalgeplukt werd door kool-, pimpelmezen en een roodborst die de
haren goed konden gebruiken voor nestmateriaal. Met het neerleggen van dit aangereden
ree leveren wij ook een kleine bijdrage aan het eerherstel van onze natuurlijke
afvalverwerkers en profiteren zo van deze eenvoudige, goedkope,
natuurherstellende maatregelen.

Foto:

Bij het neerleggen van het reebokje zie ik aan de buitenkant van zijn
achterpoot een donkere, iets langer behaarde, ronde vlek. Onder dit donkere plukje
haar bevindt zich een geurklier. Het reebokje heeft op zijn lichaam  trouwens nog meer geurklieren (lichtgroene
bolletjes).

Foto:

Geurstoffen worden gebruikt om zichzelf en andere soortgenoten en objecten
te markeren en vormen een belangrijk communicatiemiddel. Hier mee kunnen ze hun
territorium afbakenen. Een belangrijke geurklier bij het ree bevindt zich
tussen de tenen van de achterpoten. Net boven de hoeven (schalen) bevindt zich
een 5 mm grote opening van het tussenteenzakje. Daardoor kan de geurstof
voortdurend naar buiten komen. Met name tijdens het lopen wordt de stof door de
druk van de tenen naar buiten geperst. Hierdoor wordt het spoor van een ree
individueel gemarkeerd. Bij de reebok bevindt zich op het voorhoofd bij de
basis van het gewei nog een geurklier. Die speelt een belangrijke rol bij het
markeren van het territorium. In het voorjaar en in de zomer wrijven, slaan en
vegen de reebokken veelvuldig met hun gewei. Daarbij worden takken en twijgen
tussen de geweistangen genomen en door op- en neergaande bewegingen in contact
gebracht met de geurklier. Zo wrijven zij hun geur aan struikjes in en om hun
territorium te markeren.Maar nu wordt het tijd om na het plaatsen van een paar
wildcamera's is het  reebokje met rust te
laten en nu een kwestie van geduld welke aaseters er op af komen. Het kadaver
zat maar te roepen en na elf dagen hield ik het niet meer uit. Ik moest gaan kijken…niet
zo zeer voor het kadaver maar wat erop af komt. Het kadaver is een beetje
verplaatst en er is aan gevreten. Het vlees van de ribben en het schouderblad
zijn al goed afgevreten. Best wel spannend om te weten welke dieren dit gedaan
hebben.

Foto:

Ik maak eerst een paar foto's van het reebokje. Daarna haal de memorie
sticks uit de wildcamera's om de beelden op mijn laptop te kopiëren.  En dan is het weer tijd om het reebokje
alleen te laten. Eenmaal weer thuis bekijk ik de beelden. Helaas zijn er maar weinig  nachtopnames gemaakt. De leukste nachtopname
is een bosmuis en een vos. Dus bij het volgende bezoek moet ik de wildcamera toch
even anders instellen. De dagopnames zijn van redelijke kwaliteit maar wat er
op staat is wel duidelijk te herkennen. Er staan 90 filmpjes op. Het bekijken
werd een beetje saai met alleen maar een vretende buizerd. Het was dan ook een
mooie afwisseling als er twee buizerds in het beeld verschijnen. De grootste  verrassing waren 5 filmpjes waar een geringde
havik op stond!  Twee weken later ga ik
weer kijken. Helaas de batterijen van de wildcamera's zijn op dus er zijn geen
opnames meer gemaakt. Dus deze worden ververst met nieuwe batterijen.  Maar het ree is weg! Door het haarspoor te
volgen ligt het kadaver bijna 100 meter verderop in het bos. Waarschijnlijk
heeft een vos of das het ree verplaats. Van het kadaver is na 22 dagen niet veel meer over alleen de kop en een
achterpoot bevat nog redelijk veel vlees. Uiteraard leg ik het ree terug en dan
maar hopen dat er nog andere gasten via de wildcamera op heterdaad betrapt
worden.

Foto:

Inmiddels zijn we weer 20 dagen verder en het ree is weg. Alleen liggen
er nog haren op de bodem. Bij het bekijken van de wildcamera's zijn
verschillende dieren te zien die een maand lang hebben kunnen profiteren van
dit kadaver. Mijn vrouw heeft van de leukste fragmenten een  filmpje gemaakt. Dood ree doet leven dat
smaakt naar meer!

Foto: