Van een hondje, dat alleen kwispelde…

0
288

Al is het meer dan 70 jaar geleden, dat ik met de mijne speelde, het deed me toch deugd, dat ik er deze week een heb terug gezien.
Een »zwiep-teckel«, zal ik maar zeggen.

Wanneer het ouders te veel was om voor de kinderen een hond in huis te nemen, dan waren er van die speelgoed-vervangers. Meest veel mooier dan de echte honden zelf.
En.. je mocht ze mee naar bed nemen. Zo’n zwiep-teckel was dan weer anders. Die lag als een echte hond op het slaapkamerkleedje voor het bed.
 
Ze (?) had vier wieltjes, dat het vervoersgemak aanzienlijk verhoogde. Het lijfje bestond uit drie houten deeltjes. De kop en het borstje, het middenstuk en het achterdeel met staart. Tussen de delen waren leren riempjes bevestigd, die de toegedachte levendigheid mogelijk maakte. Aan het houten halsbandje was een haak en een touwtje deed de rest. Was je een keer te laat om haar uit te laten, dan gaf dat niets. Zo’n houten kolosje was niet in staat om bijvoorbeeld zaagselkeutels te produceren.
Iedereen was tevreden, ik met mijn hond en mijn ouders met het speelgoed. Het is nu al niet makkelijk meer om namen te onthouden, de naam van het hondje is me dus helemaal ontschoten.
Een voorname functie van het beestje was, dat het je een bepaalde identiteit gaf. Daar heb je dat joch weer met z’n pseudo-hond! Het zal voor de doordenkertjes destijds vast meer over mijn ouders hebben gezegd, dan over mij. En wanneer er in onze druk-fotograferende familie weer eens kiekjes gemaakt werden, dat moest die hond altijd met mij vereeuwigd worden.
 
Wat wist je vroeger van een ander af ? Dat was immers >ieders eigen zaak< ? Achtergronden vond men meest, wanneer men zich binnen een groep manifesteerde. Je had een godsdienstige overtuiging, omdat men jou een bepaalde kerk zag binnen gaan. Je had een politieke overtuiging, wanneer mensen jou met een spandoek in een betoging zal meelopen.
 
Tegenwoordig is dat anders. Mensen lijken steeds meer waarde te hechten om bekend te maken, dat ze iets NIET hebben. Ongevraagd wordt al in het begin van een presentatie mee gedeeld, dat men bijvoorbeeld >godsdienst-vrij< is. Deze uitdrukking is van mij en ik wil die gebruiken om in gewoon nederlands aan te geven, dat de spreker of spreekster geen godsdienst aanhangt. Welk woord men er dan ook zelf voor kiest. Maar wat voegt dat toe aan de »waarde« van een persoon: iets niet te hebben?
 
En wat gebeurt er dan ? De man of vrouw presenteert bijvoorbeeld voor de televisie een rondgang in de St. Jan van Den Bosch. Of laat een aan godsdienst gerelateerd muziekwerk horen op radio of televisie. Dat hoeft dus nog niet eens religieuze muziek te zijn.
 
Het enige, dat ze er mee bereiken is, dat er – ongevraagd, wederom – een dubbelslachtigheid uit spreekt, die hen niet direct tot eer strekt. Het lijkt me een stuk logischer om jouw presentatie te doen, zoals je die wilt doen en zwijg over je non-conformisme. Want dat is dan tot non-informatie verworden.
Toen ik twaalf was, liet ik mijn »zwiep-teckel« ook thuis. Daar had ook niemand meer wat aan.