Tussen familie en werk

0
48
Ervaringen

Conny was een net meisje. Op school was haar beste vak boekhouden. Tot en met het examen van de middelbare school. Misschien iets van haar vader, die een woningtextiel-bedrijf had in een klein Brabants plaatsje. Ze zag er ook leuk uit. Lang, blond krullend haar, een flink postuur, een open lach, maar altijd wel met een houding van
>Kijken mag, maar aankomen niet!<
Haar leven zou heel anders verlopen dan met haar schooljaren voorzien. Ze was de middelste van vijf kinderen in het gezin Looyman. Vandaar, dat ze een rustige plaats in de familie had. Zij hoefde als ’n  oudere niet als voorbeeld te dienen voor de jongere broers en zusje. En ze hoefde als ‘n jongste niet ontzien te worden. Ze ging gewoon haar gang. Kreeg een baantje bij een makelaar, die zich in hun dorp had gevestigd.
Maar vlak na haar examen werd haar moeder ziek. MS. Kon al gauw niets meer doen in huis. En de taken werden herverdeeld. De vader kon in zijn zaak niet gemist worden. De grootste taak kregen de kinderen toebedeeld. Omdat Conny het meest met haar moeder vertrouwd was, kreeg zij bijna automatisch de verzorging van de moeder toegeschoven. Naast haar normale werk op kantoor.
Op een dag stapte de pastoor de winkel binnen. Hij trof vader Looyman zonder klanten.
Hoe gaat het er mee? Vader prees de gang van zaken in het gezin, vooral Conny, die zoveel voor haar moeder deed. Daar wilde ik juist over praten, zei de pastoor. Er wordt in het dorp veel over haar gepraat. Ze ziet er slecht uit. Het is niet de Conny meer, van vroeger toen ze lid van de gidsen was.
Met een half jaar veranderde veel. Om Conny niet te veel te laten lijden, kwam er een vakkundige hulp voor de moeder in huis. En Conny vertrok. Ook uit het dorp. Met haar diploma kreeg ze binnen enkele weken een betrekking bij de Nederlandse Spoorwegen. Ze had het daar erg naar ‘t zin. Verdiende redelijk. Ze kon er goed haar leuk ingerichte kamer, haar eten en drinken en haar kleding van betalen. En als ze naar huis reisde een keer in de twee weken, kon ze altijd wel een mooie fruitmand meenemen.
De ziekte van moeder kreeg verdere gevolgen. Vader kon nauwelijks de kosten, die de ziekte en de verzorging van de zieke met zich meebrachten, betalen. De eerste bezuiniging was het opzeggen van een contract met de boekhouder, die al meer dan 25 jaar de boeken van de firma verzorgde. Conny zou die taak overnemen. Maar het systeem, waarmee die man al die jaren gewerkt had, sloot niet aan op dat, wat Conny had geleerd. Dat veroorzaakte, dat ze ook de boekhouding van de twee voorafgaande jaren over moest doen.
Ze nam bijna al haar verlofdagen op en ging aan de slag.
Maar na die twee weken was het werk niet achter de rug en ieder vrij uur reisde ze naar huis. Dit was niet vol te houden. Ze solliciteerde en kreeg op een ander, groter station een aanstelling als lokettiste. Met de bijhorende wisselende diensten kreeg ze meer flexibiliteit haar vader bij te staan. Maar met de zorgen voor de zaak, groeide ook haar eigen zorgelijke verantwoordelijkheid. En dat sloeg neer op haar werk. Zij ging fouten maken. Gelukkig voor haar geen afreken-fouten, die haar geld kostten. Maar boekingsfouten, die met speciale formulieren konden worden verbeterd. Normaal was een vel per loket per maand voldoende. Maar zij had in die maanden meer dan twee en drie formulieren nodig.
In die tijd had ze nog een bijzondere, vreemde ervaring. De situatie was toen zo, dat boven de kleinere stations een rayon-inspecteur was aangesteld. De man, die voor hun station verantwoordelijk was hield er wat bedenkelijke methoden op na. Conny was er getuigen van, dat een van de overwegwachters bij de chef moest komen. Een al oudere, vriendelijke, kleine man. Altijd behulpzaam, rustig. Er viel niets op zijn werk aan te merken. Nu moest die bij de chef komen. Na een half uur kwam de man, volkomen in de war en huilend het kantoor van de baas uit. Later hoorde ze, dat hij van de mildere straffen, de zwaarste gehad had. En dat was aanleiding tot een hoop praatjes. De geschiedenis was zo, dat Piet had dienst gedaan op een andere post dan normaal. Die lag op grotere afstand van zijn woning. Piet was maagpatiënt. Hij moest daarom altijd op vaste tijden zijn maaltijden gebruiken. Had hij late dienst, dat bracht zijn vrouw hem op ‘n vaste tijd zijn warme maaltijd in een pannetje, die hij dan op een rustig ogenblik leeg at. Om de boel warm te houden, verpakte ze, heel ouderwets het pannetje in een aantal oude kranten. Dat was op die avond ook zo gebeurd. Alleen lag de werkverdeling daar wat anders en toen hij aan eten toekwam, was het zo goed als koud. Hij pakte het pannetje uit en zette het op de grote kolenkachel, die zijn werkplek warm hield. De kranten bleven op zijn werktafeltje liggen. Hij zou eten, wanneer de volgende trein was gepasseerd. Hij liep naar buiten op de overweeg te sluiten en zette het sein op veilig. De trein kon komen. Maar wie ook kwam was de rayoninspecteur. Op een fiets langs de baan. Piet groette hem vriendelijk en met respect. De man bleef nog even praten en verdween in het duister. Piet ging eten. Bij het onderhoud met de chef werd hem duidelijk, waarom hij straf gekregen had. De rayonsinspecteur had op zijn tafel de krant zien liggen. En het was op de overwegposten strikt verboden kranten te lezen. De rayoninspecteur had hem daar niet op aangesproken en de chef wilde zijn verhaal van de verpakking van zijn etenspannetje niet geloven. De stemming tegenover de chef werd er niet vriendelijker op. Toen Conny later in de stad in een winkel een collega trof sprak die haar aan.
>>Jij bent ook rooms, hé?<< Ja, wat geeft dat ?
>>Dan mag je ook wel uitkijken ! Onze chef heeft in de oorlog in zijn familie nare dingen beleefd. Ondergrondse-leden waren door roomse buren verraden en in een concentratie-kamp terecht gekomen. Vandaar dat de chef ooit gezworen heeft, de roomsen te zullen kwellen, daar waar bij maar kan. Dan weet je nu ook, waarom Piet gestraft is!<<
Conny kon het nauwelijks geloven.
Maar ze zou het nu ervaren.
De vele administratieve fouten werden haar niet vergeven. Ze moest zich verantwoorden. In deze nood moest ze dan haar privé-omstandigheden biechten, wat ze niet graag deed.
De chef liet haar gaan met de mededeling, dat ze er nog wel van zou horen. De volgende dag reeds kreeg ze een telefoontje. Ze moest bij de rayondirecteur komen. Zij vroeg aan de chef, waarom dit dan was? Dat zou ze wel horen. In de gesprek, dat daar volgde, bleek dat de chef het hele geval gemeld had. Het enige verweer, dat ze had, moest ze onder tranen weer vertellen. Die rayondirecteur zei echter
>>Je chef heeft me al gewaarschuwd, dat je met dit zielige verhaal zou aankomen. Maar ik moest er maar niet al te veel geloof aan hechten<<. En zij kreeg van de man een straf, die alleen nog maar door een ontslag overtroffen kon worden.
Dit veroorzaakte een zware psychische inzinking, die haar ruim een maand arbeidsongeschikt maakte. In die tussentijd gebeurde op het station een naar, omvangrijk ongeluk. De chef kon geen schuld, maar wel nalatigheid worden bewezen. En hij kreeg een stafoverplaatsing. De verhoudingen met de nieuwe chef waren vanaf het begin een stuk beter. Voor het hele personeel.
Jammer, dat de vader van Conny toch op den duur zijn zaak niet langer kon handhaven. Maar door haar werk van de laatste jaren werd de liquidatie geen nare gevolgen na voor het gezin. En Conny bleef tot haar huwelijk op dit station werken.