Term ‘radikale Aufklärung’ door Leo Strauss op Spinoza toegepast

0
2

Wat zou ik graag een tekst van
Jonathan Israel lezen over bijvoorbeeld de Weimar-periode, waarin
diverse joodse intellectuelen zich met Spinoza (voor en tegen hem)
hebben bezig gehouden; zoals Herman Cohen en vooral Leo Strauss. Maar ja, het is nu
eenmaal niet de periode waarover hij schrijft. Maar nu zag ik tot
mijn vreugde dat hij in zijn "A Reply to Four Critics" in
het winternummer van H-France Forum, waarop ik gisteren in een blogje
wees, een passage wijdde aan Leo Strauss, die hij dus wel heeft
bestudeerd. Die twee alinea's [op p. 88 en 89] neem ik hier graag
over (waarbij ik de eindnoten hernummerde). Het volgende is dus van
Jonathan Israel:

"The term Radical
Enlightenment [radikale Aufklärung], as explained by the Danish
scholar Frederik Stjernfelt,1 first appeared in German in
the late nineteenth and early twentieth century and features
prominently in Leo Strauss’s study of Spinoza commenced in 1925.
“Radical Enlightenment” for Strauss chiefly denoted atheism and
repudiating religious authority. In his introduction to the 1965
English version of his Spinoza’s Critique of Religion
Strauss again highlighted the significance of treating the Bible as
“a literary document like any other.”2 Denying the
Bible is a divinely given revelation, held Strauss, is “the true
foundation of Biblical science in the modern sense. It is for this
reason and only this reason that Spinoza’s work is of fundamental
importance.” Spinoza’s Tractatus Theologico-Politicus was
less an intellectual revolution in itself, though, he pointed out,
than part of a broader context—namely, the “critique of
Revelation of the radical Enlightenment in the service of which it
arose.”3