Nog eens iets van Wolfgang Bartuschat

0
53

In november vorig jaar had ik enige blogs over Wolfgang Bartuschat; ik vermeld ze hieronder. Sindsdien ben ik een paar maal begonnen aan zijn Spinozas Theorie des Menschen (1992), maar dat lees je niet eenvoudig even voor de vuist weg. En daar er niet een of andere verplichting achter zit, loopt zo’n moeilijk boek het risico voor iets anders weggelegd te worden. Ik weet dat ik hier niet de enige in ben. Als je het dan weer oppakt moet je vanvoorafaan beginnen – met hetzelfde risico. Dit is mij nu enige malen overkomen. Maar, wie weet…, ooit…

Intussen valt op dit blog regelmatig Bartuschat’s naam, recent nog. Dat deed mij besluiten om een tekst van hem, waarin hij in kort bestek enige hoofdlijnen van zijn wijze van lezen van Spinoza geeft – een flink deel van het volgende hoofdstuk van hem:

VoorkantWolfgang Bartuschat, “Subjekt und Metaphysik in Spinozas Ontologie.” In Jürgen Stolzenberg (Hrsg), Subjekt und Metaphysik: Konrad Cramer Zu Ehren, Aus Anlass Seines 65. Geburtstages. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 2001, p 15-28

Daar een deel van deze tekst in books.google te lezen is, neem ik aan dat ik hem hier ook wel mag overnemen. Het gaat om ongeveer het aaneensluitende laatste kwart (vanaf p. 25).

In die bijdrage vatte hij nog eens puntsgewijs samen hetgeen hij ook al in zijn grote bovengenoemde Spinoza-monografie had betoogd, n.l. dat Spinoza's filosofie vanuit een dubbelperspectief opgebouwd is en zo dus ook gelezen moet worden. Het ene perspectief wordt ontwikkeld in het eerste deel van de Ethica ("De Deo") die als "basis-ontologie" (p.23) of als "struktuurmetafysica" (p. 18) te zien is. Het andere perspectief neemt Spinoza in de delen II t/m V in, waarin hij over de mensen en in het bijzonder over de menselijke geest, de mens humana, handelt. Terwijl in het eerste deel uit definities en axioma's op zuiver formele wijze een structuur ontworpen wordt, komt de invulling van dat geraamte, de concretisering ervan derhalve, aan de orde via de  empirische fundering van de menselijke geest. Bartuschat stelt voor niet bij De Deo op te houden (wat volgens hem de idealisten deden), maar de Ethica a.h.w. van achter naar voren te lezen. Volgens Bartuschat impliceert Spinoza's “Theorie over de mens” zijn “Theorie over het Absolute.” De theorie over de menselijke subjectiviteit stemt harmonisch overeen met de structuurmetafysica van het eerste deel. Ik begin waar hij commentaar geeft op het pantheïsme dat in Spinoza gelezen wordt.