Lodewijk Meijer (1629 – 1681) en de “Italiaansche Spraakkonst”

0
20


In 1672 verscheen de Italiaansche
spraakkonst
, leerende op eene vaste grondt de Italiaansche taale wel en ter
deege leezen, verstaan, spreeken, en schrijven: waar in meest alle de
gebruikelijkste Italiaansche woorden, in het Neederduitsch vertaaldt (om voor
een woordeboek te konnen dienen) t'hunner plaatse ingeschikt; en dry
gemeenzaame samenspraaken, in het Italiaansch en Neederduitsch, achteraan
gevoegdt zijn [
Cf.]


Velen hebben zich bezig gehouden met de vraag wie dit werk
geschreven heeft. Het schijnt dat in het algemeen door deskundigen wordt
aangenomen dat Lodewijk Meijer de samensteller was.


Minne G. de Boer bundelde artikelen over de Italiaansche Spraakkonst
en Meijer in Ecrire la grammaire
italienne aux Pays-Bas
. [
Cf.]


Ike van Hardeveld, “De auteur van de 'Italiaansche
Spraakkonst' (1672).” In: De zeventiende
eeuw: cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief: tijdschrift
van de Werkgroep Zeventiende Eeuw
[jammer genoeg niet door de DBNL
gedigitaliseerd aangeboden]. Maar de gegevens komen uitgebreid terug in haar dissertatie uit 2000 Lodewijk Meijer (1629 – 1681) als lexicograaf [cf. PDF]. Citaat van p. 78:


 


Maar vooral heeft zich Vincenzo Lo Cascio, emeritus hoogleraar Italiaanse taalkunde van de UvA met deze Italiaansche Spraakkons beziggehouden. Daaruit stelde hij samen en liet onlangs verschijnen het eerste woordenboek Nederlands-Italiaans uit, dat op deze Spraakkonst gebaseerd is:



Vincenzo Lo Cascio, Il primo dizionario italiano-olandese.
Het eerste woordenboek Nederlands-Italiaans
. Amstelveen: Fondazione/Stichting
Italned, 2014