lang afwezig geweest…. en een columnpje

0
17

Dat had te maken met allerlei zaken. Druk, druk op t werk. Maar ook last van lichamelijke kwalen. En nog steeds. Gelukkig gaat t daarmee de goede kant op. Een volgend blogje zal ik daar aan weiden. Ik kom ook gauw weer bij jullie op bezoek. Zetten jullie wel de koffie klaar?

O ja. Hieronder een column die ik juist schreef voor het cliëntenblad van de GGZ-instelling, vers van de pers zeg maar:

Hinderlijke kennis..

In 1974 keek ik, als 10- jarige, ook al naar het WK-voetbal. Ik keek meestal bij mijn geliefde Opa. Hij was een van de eerste mensen in Nuth die een heuse kleuren tv bezat! Mijn opa leerde me veel over het leven, hij hield erg van de natuur en van tuinieren. Hij vertelde me ook altijd verhalen over de Tweede Wereldoorlog: bij mijn Opa had zowaar een Engelse Soldaat ondergedoken gezeten.
Ik was heel trots op hem.
In het najaar van 1974 overleed hij plots. In diezelfde week stierf ook nog eens mijn geliefde peetoom.

Ik was erg verdrietig en begon me zorgen te maken over mijn paps en mams. Zouden die dan ook dood kunnen gaan?
Ik durfde er niet aan te denken en ook met niemand over te praten. Na de begrafenis van mijn opa en mijn lieve oom, lag ik uren te huilen op mijn slaapkamer. Gelukkig waren er altijd de troostende woorden van mijn moeder en van mijn lievelingstante.

Op de Lagere School scoorde ik inmiddels heel wat onvoldoendes als gevolg van mijn verdriet. De meester begon zich zorgen te maken over die onvoldoendes, want ik stond bekend als een goede leerling. Hij vroeg echter nooit naar mijn opa. En al helemaal kon ik met hem niet praten over het ‘waarom' van doodgaan.

Toen in 1999 mijn vader overleed, werd ik overspoeld door allerlei angstige gedachten en dwanghandelingen. Ik werd opgenomen op een gesloten opname-afdeling. Die opname was ook nodig.
Maar niemand op die afdeling had in de gaten dat ik vóóral overmand werd door verdriet. Iedereen had het beste met me voor, maar – net als de schoolmeester – iedereen keek vóóral naar de symptomen. Had ik toen maar over mijn verdriet kunnen praten en over de zin van het leven.

Ik heb inmiddels mijn lesje wel geleerd. Als ik overmand wordt door verdriet of angst bel ik een of twee vrienden.
Niet gehinderd door opleidingskennis, geven zij me vaak de beste adviezen.

_______________________________________________________