Is er een leven vóór de dood ….?

0
4

Dit is het verhaal van Koos.

Als polderjongen was het niet vreemd, dat hij een technisch vak, dat met water te maken heeft zou kiezen. Met de daarbij behorende opleiding na de hbs. En zo kreeg hij op 21-jarige leeftijd een baan bij het polderbestuur. Hij mocht de watergangen, dus sloten en zo, gaan controleren. Lekker buitenwerk, er viel van alles te regelen en er was ook een deel administratief werk bij.

Hij trouwde met Kitty en zij kregen twee kinderen. Alles ging goed. Kitty was een goede moeder en huisvrouw. Iedereen en alles zagen er tot in de puntjes verzorgd uit en over de kwaliteit van het eten en drinken hadden ze ook niet te klagen. Zeg maar: de ideale nederlandse familie Doorsnee.

Maar Koos had een probleempje, waar hij zelf – dacht hij – maar weinig aan kon doen. Aan een aantal mensen beviel zijn gezicht niet. De eerste gevolgen waren voor hem kleine discriminaties in zijn werk. Hij kreeg de schuld voor zaken, waar hij of niets mee te maken gehad had, of waar hij niets aan kon doen. De meest elegante oplossing, die dat overheidslichaam kon vinden was hem over te plaatsen naar het niet te ver afgelegen Den Haag, het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Zijn jongste zoon zei later eens
>Mijn vader werkt in de Verkeerde Waterstraat !<

De oplossing bleek zo slecht nog niet. Hij kon hier in ieder geval nog twee keer promotie maken en zijn probleem-oproepend uiterlijk ging in de massa van ambtenaren grotendeels verloren.

De eerste echte smet in een normaal dagelijks leven kwam, toen Kitty op 33-jarige leeftijd van haar baarmoeder werd verlost. Tevoren had de dokter gezegd, dat ze dat positief moesten zien, omdat vrouwen daarmee vrijer konden vrijen, geen kans meer op kinderen zonder allerlei andere middelen te moeten gebruiken. Alleen, wat niet werd gezegd, er kwam een psychisch probleem:

Kitty voelde zich niet langer vrouw en de animo om te vrijen werd niet vrijer, maar een steeds meer onaangename taak voor haar. Van alle overige werkzaamheden bleef zij zich voorbeeldig kwijten, maar haar man werd iedere maand meer degene, die de centjes binnenbracht.

De huisarts gaf hem het advies om lid van een club te worden, zodat hij iedere week een avondje iets heel anders aan z’n hoofd had. Dat laatste was wel belangrijk. Zo werd de keus een bridge-club. Dat ging uitstekend, Kitty had ook iets leuks gevonden voor een andere avond.
Na een jaar kreeg hij een nieuwe kaart-maat. Een jonge vrouw, die zo’n tien jaar jonger was en er goed uit zag. Hetgeen Koos eigenlijk niet eens opviel.

Tot eens de laatste kaartavond van het seizoen. Toen Koos bij de zaal aan kwam, bleek Annet de enige te zijn, die nog niet met vakantie was. Er was helaas niet naar geïnformeerd tevoren. Zij stelde voor in de nabijgelegen stad wat te gaan drinken en Koos, die ook niet direct terug naar huis wilde, stemde toe. Ze reden er heen in haar auto. Op de terugweg begon de motor te stotteren, Koos stapte uit en, hoewel het geen pomp van een watergemaal was, dacht hij deze pomp wel te kunnen maken. Toen hij, met oliehanden de klus geklaard had, draaide hij zich om en zag Annet vlak voor hem staan. Die sloeg haar armen om zijn hals, kuste hem op de mond en haar knie verdween omhoog tussen zijn benen. Hij stond er wat verloren bij, want hij kon met zijn vette olie-handen niets anders, dan ze omhoog geheven in de avondlucht houden.

En er kwam een half jaar later nog een tweede verleiding. Steeds moesten twee leden na de bridge-avond de zaal opruimen. Kaarten uitzoeken en opruimen, bridge-kleedjes opvouwen en wegbergen, lege kopjes en glazen naar het café terugbrengen. Die avond had hij »dienst« met Annet. Die tijdens het werk ineens uit riep >Ik moet nodig< en verdwenen was voor hij er erg in had. Koos ging rustig door tot Annet terug kwam en met een klein stemmetje zei >Ik was net te laat!< en voor de ogen van Koos liet ze nog net iets wits textiels in een papieren-menstruatie-zak glijden. Ze ging op de rand van een tafel zitten en riep Koos bij zich.
>Er zit iets in mij oog, wil jij even kijken ?
Toen Koos voor haar stond pakte ze met een hand zijn pantalon vast en trok hem naar zich toe. Met de zelfde beweging pakte ze zijn andere hand en duwde die omlaag tussen haar benen. Een logische reflex, Koos keek omlaag en zag, dat hij een hoop vochtig glanzend donker haar beet had. Hij rukte zich los, holde naar de mannen-wc en gaf over. Dit was de laatste avond geweest, dat hij Annet gezien had. Zij kwam niet meer kaarten, maar kort erop wel om bij een auto-ongeluk.

Toen begonnen voor Koos de nachtmerries en slaaploze nachten. De dokter adviseerde een psycho therapeut en dat werd gelijk geregeld.
Na een paar maanden gaf die hem een mogelijke oplossing voor zijn probleem. Hij had, bijna al heel zijn leven voor alles, wat minder goed, mooi en leuk ging, zichzelf de schuld gegeven. Hij moest eerst zijn gezicht eens vergeten: laat je baard maar staan, dan heb je gelijk wat anders! Het werd een kort baardje, waar zijn vrouw minder gelukkig mee was, maar hij kon met recht zeggen, dat zij daar >in het dagelijks verkeer< toch geen last meer van had.

Maar wat hij zeker eens moest proberen was om bij slaaploosheid zichzelf een droom uit te denken. En er dan raak op los fantaseren! Hij moest echter er steeds vanuit gaan, dat er met hem niets mis was, aan hem niets mankeerde. En ieder figuur, persoon, dat hij er bij fantaseerde, daar was wel iets mee mis. Zodoende ging de fantasie automatisch over in een droom en…. de slaap was daar!

Maar het was wel belangrijk, dat hij die ook weer kwijt moest. Schrijf ze op, zeg maar, als dagboek. Of, als je een pc hebt, kun je het ook nog aan een goede vriend versturen.
Het bleek voor hem een aanvaardbare en goedwerkende oplossing. Later zei die psycho therapeut, dat dit zelfs ook nog zijn huwelijk gered had.