De Retractationes van Hans Achterhuis

0
403

“Haec omnia inde esse in quibusdam vera, unde in quibusdam falsa sunt,” schreef Augustinus in zijn Sililoquia: “Om dezelfde redenen waarom dit alles in sommige opzichten waar is, is het ook in sommige opzichten onwaar,” vertaalde J. Sperna Weiland deze zin die G.E. Lessing aan zijn boekje Die Erziehung des Menschengeschlechts als motto meegaf. Ik wil deze uitspraak toepassen op dit blog en dan vooral op Hans Achterhuis.

Drie jaar gleden was hij door de ASK als coreferent gevraagd op de Spinozadag bij de hoofdspreker, Jeroen  Bartels. Hij begon aldus: “Laat één ding duidelijk zijn: ik spreek hier eerder als Spinozafan dan als Spinozadeskundige. Als fan, als iemand die onze grootste Nederlandse filosoof bewondert en die steeds weer door diens inzichten wordt meegesleept, heb ik snel en enthousiast ‘ja’ gezegd op de uitnodiging om coreferent ter zijn…” [cf hier] Al meermalen heb op dit weblog mijn twijfel erover geuit of dat wel echt gemeend was en hij echt een liefhebber van Spinoza is. Misschien was het op dat moment welgemeend, maar was de uiting niet authentiek en dus niet waar.

Dat onware blijkt nu zonneklaar uit het boekje van zijn hand dat net uit is: Zonder vrienden geen filosofie (Lemniscaat, 2011). Het is een heel mooi en persoonlijk boekje geworden, zeker voor degenen die Hans Achterhuis kennen en een goed hart toedragen. Maar Spinoza komt er niet in voor. Juist bij vele thema’s van dit boekje zouden Spinoza’s leven en denken treffende illustraties hebben kunnen opleveren: over het belang van vriendschap (Spinoza had een echte vriendenkring en schreef ook over vriendschap), over het belang van overeenstemming van leer en leven (Spinoza leefde zijn leer en is eigenlijk hét voorbeeld van die harmonie; Achterhuis noemt alleen voorbeelden van het tegendeel), de vraag over wat ‘een geslaagd leven’ inhoudt of waarin de ‘troost van de filosofie’ kan worden gevonden (Achterhuis verwijst o.a. naar Machiavelli, Nussbaum e.a. maar juist ook aan Spinoza had hij duidelijk kunnen maken “hoezeer de wijsbegeerte steeds de vraag naar het heil voor de mens, naar het goede en geslaagde leven, aan de orde stelt.”).