De attribuut-definitie [5 en slot] evaluatie van enige vertalingen

0
86

Sinds de vorige blogs is de vertaling van de vierde definitie van het eerste deel van de Ethica, “Per attributum intelligo id, quod intellectus de substantia percipit, tanquam ejusdem essentiam constituens,“ niet meer als ‘apert lastig’ te zien. Ik kwam in het vorige blog uiteindelijk uit op deze vertaling, die zowel juist als m.i. begrijpelijk is; een kleine variant op de vertaling in het vorige blog: Onder attribuut versta ik datgene, waarvan het verstand begrijpt dat het de essentie van de substantie laat zien (representeert).

Er is geen enkele verwarring meer of attributen iets met de totstandkoming van (een of meer) essentie(s) van doen heeft (niet dus: het is de essentie die zich uitdrukt in en via de attributen). Het is ook duidelijk dat attributen niet alleen maar ‘iets van het verstand’ zijn (entia rationis). Wat de rol is van het attribuut voor het verstand (voor ons) is duidelijk: laten zien, aanwijzen, tonen van de essentie van de substantie – elk op hun eigen manier of ‘in hun eigen soort’. Daarmee is ook de belangrijke rol van het verstand helder. En de mogelijke verwarring dat het constitueren (maken) op het verkeerde object betrokken wordt (de essentie, i.p.v. op de kennis van de essentie) is eveneens weggenomen (door die term niet meer te gebruiken, maar te vertalen zoals bedoeld moet zijn).