Zachte ramstoot.

0
3
Op de Noorderheide tussen Elspeet en Vierhouten loopt vreedzaam een kudde van circa 25 Moeflons (Ovis ammon musimon).
Deze kudde heeft recent nogal wat stof doen opwaaien. Niet vanwege hun
geren over het losse zand maar de vraagstelling: Moeten we ze
afschieten, wegvangen of niet? De Nederlandse overheid heeft de Moeflon
nu eenmaal de stigmatische stempel als exoot gegeven. Het behoort niet tot de inheemse
diersoorten. Dit zou in principe betekenen dat het dier
afgeschoten mag/dient te worden. De terreineigenaar heeft het
laatste woord en kan bepalen, dat er een populatie van een bepaalde
grootte mag blijven bestaan. Wie de Moeflon in levende lijve, in het wild en in volle glorie wil
bewonderen, zal blij verrast zijn te lezen dat men daar niet speciaal
voor naar het eiland Corsica of het ondergelegen grotere eiland Sardinië hoeft af te reizen. Vanaf de 18e eeuw werden deze primitief verwilderd huisschapen vanuit deze eilanden op
tal van plaatsen in Europa uitgezet ten behoeve van de jacht. Vooral voor de fraaie horens, die
als jachttrofee zo mooi aan de muur prijken. In 1909 had Het Loo bij
Apeldoorn de Nederlandse primeur, maar deze introductie mislukte. Pas in
1921 kreeg de Moeflon vaste voet aan de grond op de Hoge Veluwe,
waar ze werden uitgezet door het kunst- en natuurminnende echtpaar Kröller-Müller. Nu huist daar
nog steeds de grootste Nederlandse populatie Moeflons, ongeveer 150
dieren. Het is een prachtig gezicht om ze samen te zien grazen met Edelherten. Ze lopen elkaar niet in de weg. Tot in de jaren tachtig leefden er ook nog Moeflons binnen het
Kroondomein. Zij moesten blijkbaar het goede voorbeeld geven en werden afgeschoten omdat men vond dat zij te veel
negatieve effecten hadden op de bosontwikkeling?
Gelukkig is niet iedereen plichtsgetrouw aan de overheid. Vanwege de
sobere levensstijl en zelfredzaamheid zijn Moeflons uitermate geschikt
als natuurgrazers. Zij eten het gehele jaar door diverse grassen, zoals Bochtige smele. Verder bestaat het menu uit Struikheide,
knoppen, bladeren, stengels van bosbes, beukennootjes en eikels. Vanwege hun goede ogen hebben ze van nature een voorkeur voor open landschap en stellen ze verder weinig eisen
aan hun biotoop. Daarom werd in 1975 de Moeflon ook in het Wekeromse Zand
uitgezet. In dit gebied van Het Geldersch Landschap doen ze
voortreffelijk werk; ze voorkomen dat het levende stuifzandgebied en de
aangrenzende hei dichtgroeien met grassen en dennen, waardoor anders de
typische plantengroei het onderspit zou delven. Nog wat dichter bij huis zijn er recent in het Brabantse natuurgebied
de Maashorst een kudde van 21 Moeflons uitgezet ten behoeve van
begrazingsbeheer. Ook hier streeft men naar
openheid voor een anders dichtgroeiend heidegebied. Helaas is de oudere
ram van de Maashorst waarschijnlijk gestroopt. De jongere ram van de
kudde zag zijn kans schoon en heeft zijn werk gedaan. Maar om vers bloed
in de kudde te krijgen is men dit jaar op zoek naar een nieuwe ram.
Door genetisch onderzoek is gebleken dat het Moeflon een zeer oud
primitief verwilderd huisschaap is. Vanuit dit oogpunt moet de discussie
of de Moeflon wel of niet in de  Nederlandse wildbaan thuishoort maar eens
afgelopen zijn! In het rijtje natuurbegrazers: Schotse hooglanders,
Heckrund, IJslandse pony's, Koniks paarden, mag de Moeflon niet
ontbreken. Door hun specifieke graasgedrag leveren ze een waardevolle
bijdrage in de ontwikkeling van grote natuurgebieden. Moeflons vormen
samen met onze Nederlandse Landgeit, Mergelschaap en Drents Heideschaap
een levend natuurmonument dat gekoesterd moet worden.