Wedergeboorte.

0
3


Na dagen regen ben je blij dat je weer eens droog naar
buiten kunt gaan. Met zijn alle
gaan we een stukje wandelen in het Linnerveld en het aangrenzende Leropperveld maar
wel ieder op zijn eigen tempo. Met zo'n hoge luchtvochtigheid zijn ook de
gewone padden (Bufo bufo) weer onderweg. Helaas vallen er steeds weer van deze
wettelijk beschermde dieren op verharde landbouwwegen ten prooi aan
sluipverkeer. Het afsluiten voor gemotoriseerd verkeer van deze verkeerskundig onbelangrijke wegen zijn een goed natuurbeschermingsinstrument. Men zou hier vaker gebruik
van moeten maken. Voor gemeentes met een klein budget zijn dit goedkope en
vooral op kort termijn haalbare doelen die niet alleen fijn zijn voor padden.
Het draagt ook bij aan het belevingsgenot van het landschap voor het toerisme
die juist hier naar toe komen voor de landelijke rust. Die zitten niet te
wachten op voorbij scheurende auto's die achtervolgd worden door een stofwolk. Terwijl
ik op mijn knieën voor het slachtoffer zit en door de lens kijk, knipoogt de
pad nog een keer voordat hij hemelt. De aanblik van dieren die op deze manier
nodeloos lijden en sneuvelen hangen mij letterlijk uit de strot.

Door de aanhoudende regen zijn er in dit anders droge
landbouwgebied hier en daar plassen ontstaan. Deze regenplassen staan vooral in de natuurlijke laagtes.

Deze laagtes
zijn oeroude restanten van het Roersysteem met droge geulen en meanders
duidelijk in het landschap herkenbaar. Het is een uniek landschap en het enige
fossiele meandersysteem in Nederland. Verder heeft het  gebied een zeer hoge archeologische waarde. In
het Provinciaal omgevingsplan Limburg (POL) worden deze landschappelijke en
archeologische waarden erkend en geeft de Provincie aan dat het een gebied is
van internationale en nationale waarde dat beschermd dient te worden. Verder
staat het ook benoemd in de nota Belvedère van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, dat de waarde van dit gebied nog eens extra verhoogt. Dit
gebied met verspreid staande bosjes bezitten sinds kort ook weer een paar goed
bewoonde dassenburchten. De tijdelijke waterplassen hebben op de das en andere
zoogdieren zoals het ree een grote aantrekkingskracht om te drinken.

In de
zachte modder zijn dan ook verschillende prenten van deze twee te vinden.  Ook onze bejaarde hond Zuske wilde daar wat
langer blijven maar besluit uiteindelijk toch om langzaam sjokkend onze
richting op te komen. Ik maak nog een paar plaatjes van haar. Eenmaal weer
thuis zittend op de bank zet ik de digitale vangst van deze wandeling op de
laptop. Elke keer merk ik weer dat ik (te)veel plaatjes heb gemaakt. Elk beeld
dat wat scheef is, onscherp, of geen mooie compositie heeft verdwijnt in de
prullenbak. Ook dit onderstaande plaatje belandde daarin. Maar voordat ik op de
delete knop drukte bedacht ik mij en haalde ik deze er weer uit. Het zijn
misschien wel de laatste plaatjes van Zuske in haar geliefde wandelgebiedje.
Als het niet zo zou zijn kan ik de foto altijd nog weggooien is mijn gedachte. Tijdens
het schrijven van mijn verhaaltje bekeek ik de overgebleven foto's van de
wandeling nog eens en zag in de rechterhoek van de "geredde" foto
vreemde vlekjes staan. Nieuwsgierig ingezoomd ontdek ik ineens een wolk van
witte ooievaars (Ciconia ciconia)! Ik tel een onverwachte eskader van
ongeveer 40 exemplaren!!

Grote groepen witte ooievaars op weg naar het zuiden
zijn een bekend fenomeen voor wie in de goede periode Gibraltar of Istanbul
bezoekt. De wegtrek begint meestal met het voorverzamelen in de omgeving van de
broedplaatsen. Daar vormen zich groepen die kunnen aangroeien door de komst van
'vreemde' ooievaars. En dan is het op een dag zover en kiezen ze het luchtruim.  Het toeval wilt dat ik de dag erna hoorde dat
er een groep van 151 ooievaars in Weert was gezien. Zouden de veertig in het
Linnerveld ook tot deze groep behoren of was het een andere groep? Als ik de
foto bewust met de telelens had gemaakt had ik hier waarschijnlijk uitsluitsel
over kunnen geven. Het was trouwens voor de Benelux een goede augustusmaand
geweest om trekkende ooievaars te zien. In totaal zijn er 4101 exemplaren
waargenomen. Zo zie je maar dat een achteloos weggegooid product soms bij nader
inzien zeer waardevol is. Dat is wat je noemt, hoe kan het ook anders met 40
ooievaars erbij, een ware wedergeboorte.