Waardige wezeluitvaart.

0
3


Het zal je maar overkomen, ben je lekker in de tuin walnoten
aan het rapen kom je ineens een dooie wezel tegen. Dat overkwam ook de trouwe
lezer van mijn blogje. Cor stuurde een mailtje: "Ik heb hier een pas
dode wezel gevonden. Iets voor jou of moet ik hem begraven?" Nog geen
kwartier later zat ik in zijn tuin op mijn knieën voor de wezel (Mustela
nivalis).

De wezel is het kleinste roofdier van Europa en behoort tot de
familie der marterachtigen. Tezamen met de andere marterachtigen: das,
otter, hermelijn, bunzing, nerts en de boom- en steenmarter, vormt deze
familie van marterachtigen de grootste groep landroofdieren in Nederland. 

De
wezel is een lang dier met een klein lichaam. Een volwassen dier is circa 4 tot
5 centimeter dik en 16,5 tot 24 centimeter lang. De staart is ongeveer 6
centimeter. Het gewicht varieert van geslacht tussen de 30 tot 73 gram. Vrouwtjes
zijn een stuk kleiner dan mannetjes. Bovendien zijn in het zuiden van Europa
wezels iets groter dan in het noorden, en kan de gemiddelde lengte per regio
verschillen. De wezel heeft een roodachtig tot kastanjebruine rugzijde en een
witte buikzijde, waarbij de grens tussen de kleuren onregelmatig is. In het
hoge noorden worden wezels in de winter (gedeeltelijk) wit, maar in Nederland
worden ze niet zuiver wit. De witte vacht dient als camouflage. Wezels hebben
een witte vlek op de keel en hebben een bruinrode staart. De staart heeft geen
zwarte punt, zoals bij de grotere hermelijn, die verder veel op de wezel lijkt.
Nu dit normaal watervlugge roofdiertje levenloos voor je ligt kun je ook de
pootjes eens goed van dicht bij bekijken. Nu zie je pas zie je dat elke
teenkussen van de voorpoot een fijn lijnenpatroon die op een menselijke vinger
lijkt. Of deze net als bij de mens een individueel patroon heeft? Ik heb geen
idee.

Voor de compleetheid ook nog even de onderkant van zijn  achterpootje.

De wezel voedt zich voornamelijk met knaagdieren als muizen, woelmuizen ook
grotere zoogdieren als konijnen en woelratten, vogels, eieren, kleine reptielen,
kikkers en insecten. Veel van hun prooidieren zijn groter dan de wezel zelf.
Als wezels jagen, achtervolgen ze prooien zoals kleine knaagdieren tot in hun
hol. Het is fascinerend om een wezel jagend in het veld te zien. Tussen het
drukke jagen door gaan ze vaker op hun achterpoten staan om de omgeving te verkennen
om vervolgens weer sprintend verder op zoek te gaan. Bij zo'n waarneming is het
mij vaker gelukt om met muisachtige geluidjes zijn aandacht te trekken en komen
ze soms zelf tot op je schoenen staan en dan voel ik me zeker niet op de tenen
getrapt! Dappere David kijkt dan hoogstens een beetje verontwaard omhoog naar
Goliath door deze piepmuis misleiding. Maar gelukkig begint hij niet te gooien
met een steen daar heeft hij het te druk voor. Ze moeten ongeveer een derde van
hun lichaamsgewicht aan voedsel per dag eten om niet te sterven aan
verhongering. Zowel overdag als 's nachts zijn ze actief, waarbij de dieren
onregelmatig rustperiodes nemen. Wezels leven solitair. Het territorium van een
mannetje overlapt meestal meerdere territoria van vrouwtjes. Het hol is vaak
een oud hol van een ander zoogdier. In april en mei is de eerste worp, na een
draagtijd van 34 tot 37 dagen. De wezel kent geen verlengde draagtijd, zoals
vele andere marterachtigen. Bij voldoende voedsel volgt er in juli en augustus
een tweede worp. Per worp krijgen de dieren 4 tot 6 jongen. Dit getal kan
variëren van één tot zes jongen per worp. De lenteworp groeit snel, de
zomerworp trager. Na vier weken gaan de oogjes open, en na drie tot vier weken
worden de jongen gespeend. Als de jongen acht weken oud zijn, kunnen ze al goed
jagen. Na 40 tot 45 weken verlaten de jongen de moeder, en gaan op zoek naar
een eigen territorium. De dieren zijn geslachtsrijp na 5 tot 7 maanden. Jongen
uit het eerste nest kunnen in de eerste winter een eigen nestje hebben. Door
hun jachtige levenswijze wordt een wezel in het wild maximaal drie jaar oud,
maar in gevangenschap worden ze een heel stuk ouder. Wezels leven naast Europa
ook in Noordwest-Afrika, Noord- & Centraal- Azië. Ook is hij ingevoerd in
Nieuw-Zeeland. In geheel Europa kunnen wezels aangetroffen worden, met
uitzondering van Ierland. Zowel in stedelijke gebieden als op het platteland
komen ze voor. Met name leven de dieren in heggen, struikgewas en bosranden,
maar ze kunnen overal overleven, zolang er voldoende beschutting en prooi is.
Grote bedreigingen voor wezels zijn aantasting van het leefgebied, het
toenemende verkeer, intensivering van de landbouw en het gebrek aan
schuilmogelijkheden. Ze hebben vooral te lijden onder de 'opruimwoede' van
mensen, maar ook van het dichten van kieren en scheuren in schuurtjes en
andere gebouwen. Door het laten liggen van takkenbossen, steenhopen en het
ongemoeid laten van houtwallen, oeverhoekjes en dichte struikbegroeiingen langs
akkers kunnen hun leefmogelijkheden in het agrarisch gebied sterk verbeterd
worden. In de tuin van Cor is dat gelukkig allemaal nog aanwezig. Deze kleine groene
oase ligt als een toevluchtsoord in het omringende grootschalige
landbouwwoestijn. Dus het zal wel niet de laatste keer zijn dat hij hier een
wezel zal zien. Ondertussen hebben verschillende vliegen hun eieren gelegd
tussen de haren van het achterlijf van de dode wezel. Ook in dit wezelparadijs
kun je helaas niet aan de dood ontsnappen. Dus Cor, de wezel begraven hoeft niet. We
leggen hem netjes neer onder de vlierstruik en de maden zorgen wel voor de rest van een waardige
wezeluitvaart.