Vervlogen vrienden.

0
72



Na een lange tijd zit ik weer eens in de schuiltent in de
achtertuin. Het is stil maar hoor ik in de verte soms een Roodborstje
(Erithacus rubecula) zachtjes fluiten in de zomereiken. Ik luister altijd graag de parelende zang met
'zilveren waterval van fluittonen'. Het vreemde aan een Roodborst is dat ze
mij, door hun vriendelijke vertrouwde en onverwachte ontwapende
verschijning,  vaak doen denken aan
sommige overleden vrienden.


Het
dichtbij observeren van deze vogel zorgt meestal wel voor een glimlach op je
gezicht. Maar dat beeld wordt ruw verstoort als er nog een Roodborst op het
toneel verschijnt. Natuur is net als het echte leven niet altijd lief.
Roodborstjes zien er misschien schattig uit, maar erg tolerant zijn ze
niet tegen elkaar. Ze verdedigen hun grote territorium behoorlijk agressief. Ze
zetten daarbij hun borst uit, schudden hun lichaam heen en weer en stormen
tenslotte al pikkend naar hun concurrent. Door het tumult vliegen de
veren in het rond en voordat ik het weet is het gevecht gelukkig alweer
afgelopen. Beide partijen zijn de bomen ingevlogen en wordt hun territorium
verder luid zingend afgebakend. Hun mooie zang is het hele jaar te horen.
En het zijn niet alleen de mannetjes die hun territorium zingend bezetten, de
roodborst vrouwtjes zingen net zo hard. Het Roodborstje is een echte jaarvogel.
Het is met 350.000-450.000 (in 1998-2000) een zeer talrijke broedvogel. Ook als
doortrekker en wintervogel zijn ze in grote aantallen present. De roodborstpopulatie
in Nederland vertoont sinds 1970 een licht stijgende trend. Waarschijnlijk
liggen bosaanplant en verstedelijking (meer tuinen) hieraan ten grondslag.
Roodborsten worden vooral op de zandgronden in hoge dichtheden
aangetroffen.  Vrijwel iedere tuin, mits
van enige begroeiing voorzien, is geschikt voor Roodborsten. Borders met vaste
planten, enig struikgewas (liefst stekelig en besdragend, zoals meidoorn of
sleedoorn) voorzien de Roodborst van een prima leefgebied. Met name voor de
kleine tuinen is het laten begroeien van muren met Klimop, Klimroos, Blauwe
regen en of Klimhortensia een goed alternatief waar ze in kunnen nestelen.
Naast wintervoedering met vogelzaad, vetballen, gedroogde meelwormen en een
rotte appel kun je ze een handje helpen door nestkasten op te hangen. Deze zijn
in allerlei type te verkrijgen. In onze tuin hebben we verschillende speciale
kasten voor Roodborsten.

Zoals de
balkonkast tegen de muur tussen de Klimhortensia onder de dakgoot. Een geweven
"nestkast", waar ook het Winterkoninkje gebruik van maakt, opgehangen
tegen een muur met Klimop.

En nog een houtbeton nestkast met een  half open voorzijde is verwerkt in de
boomstammenwand. Dus genoeg mogelijkheden voor ons als tuinbezitters.  Uiteraard maken Roodborsten echter ook gewoon
een eigen gebouwd nest in dicht struikgewas, meestal op of dicht bij de grond,
soms tot op enkele meters hoogte. Hoe meer broedgelegenheid je in de tuin
creëert des te meer kans je hebt op nestelende Roodborstjes. Naast broeden
worden deze kastjes ook regelmatig gebruikt, buiten het broedseizoen, om veilig
te overnachten. Zeker als je ziet dat deze nestkastjes regelmatig gebruikt
worden geeft het je een goed gevoel dat je iets extra's  doet voor je vervlogen vrienden.