Stug lasagne strootje.

0
5
Het is windstil in het natuurgebied de Kampina. Het is soms moeilijk voor te stellen maar vroeger werd juist hier door veel mensen hard geploeterd  om in dit heide gebied te plaggen, maaien, hakken, gesprokelt en met kuddes te beweiden. Toen gold zonder heide en schapen geen landbouwakkers. De plaggenlandbouw wordt sinds de invoering van kunstmest – in Nederland rond 1900 – niet meer toegepast. Ook het weiden van vee op de hei komt binnen de reguliere agrarische bedrijfsvoering niet meer voor. Doordat er geen afvoer meer is van gestoken plaggen en beweiding wordt de bodem steeds rijker aan voedingsstoffen. Dit wordt nog eens versneld door de  aanvoer via de lucht(verontreiniging). De grassoorten als het pijpenstrootje (Molinia caerulea) en Bochtig smele verdringen de heideplanten. De heide verruigd en na verloop van tijd ontstaat er dichtgegroeid terrein. Nu de mens niet meer afhankelijk is van de heide is juist de heide in haar voortbestaan volledig afhankelijk van menselijk handelen. Doen we niets, dan zal uiteindelijk het bos de overhand gaan nemen. De grootste bedreiging van dit oude cultuurlandschap vormt dan ook het veranderen of het achterwege blijven van het beheer. Vroeger had ook Pijpenstrootje een belangrijke rol in het "plaggentijdperk". De afgestoken vegetatie (plaggen) werd gebruikt als bodembedekking in de  potstal. De vele poten van het vee "masseerde" dit met de vermestte onderlaag. Als de schapen, koeien de bodem weer hadden volgepoept kwam er weer een vers geplagde laagje overheen. Ook het droge afgehakte, gemaaide pijpenstrootje werd gebruikt als strooisellaag in de stal. Als de schapen bijna met de rug tegen het plafond stonden werd de ruikende "lasagne" uit de potstal gehaald. Dit waardevolle mengsel werd als mest over de akkertjes uitgestrooid. Maar er werd nog meer gedaan met Pijpenstrootje. Van de lange halmen werd vroeger tot 1950 ook bezems van gemaakt. Men bond een bundel pijpenstrootje vast aan een stok. Zijn naam dankt hij vooral aan  het vroegere gebruik van de mooie rechte taaie stengel. Met zo'n stevige dunne strootje kon je mooi gebruiken voor het reinigen van een tabakspijp. Nu is Pijpenstrootje vooral een goede indicatorsoort voor voormalige heideterreinen. Door zijn stugge karakter staat hij soms nog in bermen langs (on)verharde wegen terwijl er in de verre verte geen heideterrein meer te zien is. Als je de groeiplaats vergelijkt op een topografische kaart met de Historische Atlas dan verklaart dat, vanuit het verleden, vaak waarom Pijpenstrootje juist daar nog staat.