Stil gluurgenot.

0
5


Vanaf de oude zeedijk kijken we over de Breebraartpolder. Wat is het hier druk aan vogels dat beloofd
wat dus we lopen tussen twee aarden wallen rustig naar de vogelkijkhut.

In het kader van het Deltaplan is er een
nieuwe zeedijk in de Groningse Dollard aangelegd. Deze is enkele honderden
meters voor de bestaande dijk neergelegd. Hierdoor ontstond deze langgerekte polder
van 63 hectare. De polder werd ingedijkt in 1979 en is daarmee het laatst
ingepolderde stuk land van Groningen. Het zuidelijke en lagere deel van de
polder was voor de inpoldering al een kwelder, die eerder was aangelegd in het
kader van de landaanwinning. Hiervan zijn de greppels en hoofdgeul voor de
afvoer van water nog steeds zichtbaar. Door de inpoldering is de typische
kwelderbegroeiing verdwenen en vervangen door een soortenarme begroeiing met de
gangbare agrarische grassen zoals engels raaigras en ruw beemdgras. Vanwege
allerlei bedreigingen zoals een  buitendijks
kanaal, het Dollardkanaal werd wegens milieubezwaren nooit aangelegd, besloot de
milieuorganisatie Het Groninger Landschap in 1991 tot de aankoop van de polder.

Dit was een goede zet  om  er een natuurgebied van te maken, dat moest
zorgen voor een 'verzachting' van de overgang tussen zoet en zout water. Om deze
doelstellingen te bereiken werd in 2000 eerst een geul gegraven over de
lengteas van de polder en vervolgens in 2001 een duiker door de nieuwe zeedijk
heen gestoken om zeewater binnen te laten. Tevens werd een vistrap met vijzel
aangelegd aan de oude zeedijk om zo de vistrek te herstellen.

Sindsdien heeft
de kwelderbegroeiing van dit zoutwatergetijdengebied zich snel hersteld. Ook
zijn er sindsdien enkele tientallen soorten zout- en zoetwatervissen
aangetroffen. Als onderdeel van de herstelmaatregelen zijn er ook
schelpenbanken aangelegd. Het resultaat mag er zijn! Het gebied is uitgegroeid
tot een groot vogelgebied, waar nu de grootste broedkolonie van kluten
(Recurvirostra avosetta) in Noordwest-Europa leeft.

Vanuit de vogelkijkhut
hebben we mooi zicht op de honderden kluten die af en aan vliegen maar ook
staan er veel kluten op de grond en in ondiep water. Het zwart/witte kleed van
de kluut is onmiskenbaar. Zwart-wit verenkleed en het bonte patroon is in
vlucht zeer kenmerkend. De lange poten van de kluut zijn blauw. De kluut komt
voor in Europa langs de continentale Noordzeekust en in Zuidoost-Engeland. Ook
in Zuid-Frankrijk, Sardinië, Italië, Griekenland en langs de Zwarte Zee. Een
kwart van de Europese klutenpopulatie broedt in Nederland. Daarvan broedt
ongeveer 60% in het Waddengebied en 35% in de Zeeuwse Delta. Kluten zijn
kenmerkende pioniervogels die leven op de grens van land en zout of brak water. De kluut profiteert dan ook van de natuurontwikkelingsprojecten in deze
gebieden.

Vooral zilte kreken, schorren,
inlagen,  zandplaten en schelpenbanken zijn
als broedgebied in trek. De nabijheid van ondiep water en losse, slikkige
bodems is een vereist, daar kluten liefst daarin naar voedsel zoeken. Het menu
bestaat uit kleine kreeftachtige, insecten en wormen. Deze prooi wordt gezocht
op de tast met een  sterk omhoog gebogen,
lange dunne snavel. Met snelle maaibewegingen wordt de snavel als een zeis door
het water bewogen, de beide snavelhelften een stukje uit elkaar. Voelt de kluut
daar iets tussen komen, dan sluit hij zijn snavel en de prooi is gevangen. De
typische vorm van de snavel  maakt het
mogelijk om heel nauwkeurig ook de zone net boven de bodem af te zoeken en om
ook in troebel water, een groot voordeel gezien het leefgebied van de kluut.
Nederlandse kluten zijn trekvogels en bijna allemaal brengen ze de winter door
langs de kusten van Zuidwest-Europa of West-Afrika. Door de
herstelwerkzaamheden in de breebaartpolder kun je er veel  andere vogelsoorten aantreffen. Zoals bontbekplevieren, grutto's, tureluurs,
steenlopers,  goudplevieren.

Dan komt er
een grote groep lepelaars (Platalea leucorodia) 
langs. In de vlucht zijn de jonge lepelaars te onderscheiden van de
oudere dieren door de zwarte vleugelpunten.  Sommige lepelaars landen in het ondiepe water
en gaan fourageren. Aan de oever worden ze gade geslagen door twee grote
zilverreigers (Casmerodius albus)  en een
blauwe reiger (Ardea cinerea). Ook komen
er paar grauwe ganzen (Anser anser) aanzeilen.

Doordat de lepelaars richting de
reigers lopen zie ik een paar kleine visjes uit het water springen en de
reigers zien hun kansen waar! Wat een mooi schouwspel! Op de achtergrond  zijn de lichtblauw tot paarsblauwe bloemen te
zien van de zeeaster (Aster tripolium). Voor rotganzen zijn de bladeren een
belangrijk onderdeel van hun menu. We besluiten om naar de nieuwe zeedijk te
lopen.

In de verte is het zeehondenkijkwand al te zien. De Dollard was tot in de veertiende eeuw bewoond land onder invloed van
een wispelturige Waddenzee. Vanaf de Marcellusvloed in 1362 nam het water
regelmatig bezit van de Dollard. Als de zee zich terugtrok, volgden
inpolderingen. In 1953 bereikte de Dollard zijn huidige omvang. Na het
afsluiten van de Zuiderzee en de Lauwerszee is dit nog de enige zeearm waar
zoet en zout water  elkaar ontmoet in het
Nederlandse waddengebied. Dit noemt men een estuarium. De Dollard is daarmee
ook een van de laatste Europese brakwater getijdenlandschappen. Heel bijzonder
dus. Hierdoor ontstaat voedselrijk brak water. Dit is belangrijk voor een groot
aantal planten en dieren die alleen in het Waddengebied kunnen leven. Via de
kijkgaten kun je zonder ze te storen de  groep gewone zeehonden (Phoca vitulina) zien liggen. Vanaf een afstand lijken de zeehonden wel op een rij grote keien maar soms bewegen ze. De zonnende zeehonden geven je een
rustgevende gevoel van een ongerept natuurgebied.

Maar de ligging en open
verbinding met de zee maken het gebied ook aantrekkelijk voor industrie met de
daarbij behorende scheepvaart en het uitbaggeren van de vaarroute. Het
functioneren van het estuarium is door menselijk ingrijpen ernstig verstoord  en bevindt het natuurgebied zich in een
slechte ecologische conditie. Bij vloed stroomt het water nu veel te
snel de Eems in. De hoge stroomsnelheid zorgt ervoor dat het slib niet
bezinkt, maar met eb en vloed mee blijft bewegen. De troebelheid van het water
zorgt voor een keten van problemen: meer slib betekend  minder zuurstof in het water en daardoor
minder vissen. Vanwege minder bodemleven ook minder natuur. Waardoor het zijn
rol als hoogwaardig natuurgebied niet langer kan waarmaken. Zowel in Nederland
als Duitsland werken overheden aan plannen die tot een verbetering van de
ecologische toestand van de Eems-Dollard moeten leiden. Maar tegelijkertijd blijven
die twee landen ook doorgaan met baggeren voor de  uitbouw van vaarwegen richting de havens in
het estuarium. Het zijn dus terechte ernstige zorgen van de Nederlandse en
Duitse natuur- en milieuorganisaties over deze ontwikkeling. Tijd voor Europese
samenwerking dus! Op korte termijn moet er veel minder bagger gestort worden in
de Eems. Op lange termijn moet ingezet worden op volledig systeemherstel. Eb en
vloed moeten meer ruimte krijgen door een ander kustbeheer. In Duitsland zal de
rivier de Eems meer ruimte moeten krijgen.

Over dit systeemherstel zijn
inmiddels zijn er afspraken gemaakt met diverse organisaties, bedrijven en
overheden die allen op een of andere manier werken in of aan de Dollard. Het is
te hopen dat die maatregelen worden uitgevoerd want de Dollard is belangrijk.
Voor de visstand, vogels,  mensen en voor
de zeehonden. Wat is het leuk dat je hier van zo'n relatief kleine afstand gewone
zeehonden op het land kunt observeren. Iedere dag met hoog water verzamelen de
zeehonden zich onder aan de dijk om uit te rusten, eten te zoeken en te
zonnebaden. De Dollard is de kraamkamer voor de Waddenzee. Hier ligt de
oorsprong van veel voedsel voor dieren die leven in de Waddenzee.

Zo ook voor
deze prachtige zeehonden. De vrouwtjes van de gewone zeehond kunnen gemiddeld
vanaf hun vierde jaar jongen krijgen, de mannetjes zijn gemiddeld pas vanaf hun
zesde jaar vruchtbaar. Ze paren van eind juni tot in augustus. De zwangerschap
van de gewone zeehond duurt elf maanden. Daarvan zijn de eerste maanden een
zogenaamde 'stille zwangerschap'. Het bevruchte eitje nestelt zich namelijk pas
na een maand of twee in de baarmoeder en begint dan  te groeien.
Eigenlijk is de draagtijd dus maar 9 maanden. Tegenwoordig worden de
jongen vanaf half mei geboren. Dertig jaar geleden was dat nog half juni.
Onderzoekers ontdekten dat de zeehonden steeds vroeger in het jaar jongen
krijgen. De jongen worden geboren met laagwater, op drooggevallen zandbanken.
Ze moeten vrijwel meteen, zodra de vloed opkomt, kunnen zwemmen. Tot drie weken
na de geboorte drinkt het jong melk bij de moeder. In die tijd groeien
zeehondenpups van rond 10 kilo tot 24 kilo. Dat gaat zo snel doordat de
zeehondenmoedermelk heel erg voedzaam is, met een vetgehalte van 45%. Om te
zogen gaan moeder en jong met laagwater op een zandplaat liggen. Precies in de
tijd wanneer de jongen nog bij hun moeder drinken, is het ook het drukst met
pleziervaart en wadloop-activiteiten. Daarom zijn er in de Waddenzee speciale
rustgebieden aangewezen, waar gedurende de geboorte- en zoogperiode van
zeehonden geen mensen mogen komen. Zo kunnen de jongen, zonder gestoord te
worden, genoeg melk drinken om groot te worden. Na de zoogtijd gaat de moeder
weer haar eigen weg en moet het jong zichzelf redden. Dan moeten de jongen hun
eigen kostje bij elkaar scharrelen en pas dan leren ze zichzelf vis vangen en eten. Ondanks de afstand is ook hier stilte geboden om de gewone zeehonden niet te
storen als je gluurt bij de kijkwand.