Natuur onder hoogspanning.

0
3


Op het
eerste oog is het Nieuw Annendaalsbosch een saai uitziend bos met grote
eentonige naaldbospercelen. Er wordt gelukkig steeds meer van deze donkere
naaldbospercelen omgevormd naar gemengd- en loofbos. In dit soort bossen zijn
zon overgoten windluwe kapvlaktes de moeite waard om beter te bekijken. Al vlug
stuit ik op kleine 5 centimeter hoge verse "molshoopjes" die gemaakt
zijn door zandbijen. De ingang zit meestal niet helemaal in het midden. Bij een
ingang zie ik een Grijze zandbij (Andrena vaga) zitten. Het is een van de
grootste zandbijen. Het vrouwtje wordt 13 tot 15 millimeter lang. Het mannetje
is kleiner en wordt 10 mm. Deze bij is zwart met een egaal lichtgrijze, donzige
beharing over het gehele borststuk en kop. Het achterlijf is kaal en
zwartglanzend. Het mannetje, dat duidelijk kleiner is dan het vrouwtje, lijkt
een wit snorretje te hebben. De bij heeft een vrij korte tong en bezit
verzamelharen voor het stuifmeeltransport aan de achterpoten. De soort vliegt
van maart tot en met mei, met de piek halverwege april. Vanaf de tweede helft
van mei worden ze niet meer waargenomen. Als voedsel wordt wilgenstuifmeel
gebruikt; de zandbij is een soortspecifieke specialist. Hun vliegperiode is dan
ook beperkt tot de bloeitijd van de wilgen. Iets later op het jaar haalt ze ook
stuifmeel van paardenbloemen. De Grijze zandbij is wijdverspreid in Noord-,
West- en Centraal-Europa. In Nederland is hij vrij zeldzaam.

De Grijze zandbij
leeft vooral in zandgrond in heide, bos of zandgroeves, in open plekken nabij
dijken en rivieren. Hier op de kapvlakte in het Nieuw Annendaalsbosch is deze
kleine pionier ook te vinden. Het is verrassend om te zien hoe snel
warmteminnende dieren reageren op zo'n nieuwe kapvlakte in het bos. De Grijze
zandbij is dan ook een echte pionier en is in staat om snel een geschikte plek
te bewonen. De populatie in Nederland is al jarenlang stabiel. In maart zijn de
eerste mannetjesbijen waar te nemen. Ze worden een paar dagen voor de vrouwtjes
actief. Op zoek naar vrouwtjes vliegen ze laag over de grond. Als een vrouwtje
verschijnt, vliegen ze er naartoe en proberen soms meerdere mannetjes tegelijk
ermee te paren. De enige functie van de mannetjes is paren. Nadien sterven ze
dan ook. Het sterkere geslacht moet de rest maar opknappen! De vrouwtjes graven
een nest met aan het eind 6 tot 10 broedcellen. Na het uitgraven van een
broedcel gaat ze op zoek naar wilgenstuifmeel en nectar. Iedere keer dat ze het
nest verlaat, sluit ze het af met zand. Het stuifmeel brengt ze mee als dikke
gele bollen aan haar achterpoten en het nectar in de krop. In het nest kneed ze
van het stuifmeel en nectar een bolletje. Daarop legt ze een eitje. Zodra de
broedcellen gevuld zijn, stopt ze met werken en sterft ook zij. De volwassen
dieren leven dus minder dan een jaar. Uit de eitjes komen larven. Deze spinnen
zich tijdens de zomer in en vormen een cocon. Daarin ontwikkelt ze zich tot een
volwassen bij en overwintert in haar cocon tot het volgende voorjaar. Dan
graaft ze zich naar boven en begint een nieuwe cyclus. De Grijze zandbij is een
solitaire bij, wat wil zeggen dat ze alleen in een nest wonen. Dit wilt echter
niet zeggen dat hun nesten volledig geïsoleerd liggen. Integendeel, vaak leven
ze in kolonies van soms meer dan 50 nesten per vierkante meter. In
tegenstelling tot het donkere bos gonst het hier op de kapvlakte van het leven.

Helaas groeien ook dit soort kapvlaktes na een aantal jaren weer dicht met
bomen. Het zou mooi zijn als in het Nieuw Annendaalsboch op paden en bij
kruisingen meer licht op de bodem zou kunnen komen. Dit bos kan best wel wat meer
variatie gebruiken. Om dit te realiseren zijn er een paar goede
aanknopingspunten zoals de twee trajecten van de hoogspanningsleidingen die
door het bos lopen.

Als de bomen onder de hoogspanningsdraden te hoog worden en
een gevaar dreigen te vormen voor de nationale stroomvoorziening gaat men over
op radicale kaalslag. Zou het niet mooi als in dit bosgebied Staatsbosbeheer en
Tennet samen de handen in elkaar vouwen? Het zou werkelijk een meerwaarde zijn
voor het Nieuw Annendaalsbosch als deze trajecten van de hoogspanningsleidingen
samen met een paar tussen liggende kapvlaktes als jaarrond begrazing door grote
grazers beheerd zouden worden. De grote grazers bijvoorbeeld Schotse
Hooglanders en Exmoorpony's houden de groei van grote bomen tegen en zorgen
voor een gevarieerde vegetatiestructuur die de biodiversiteit ten goede komt. Zo kan het ad hoc kapbeheer achterwege blijven en wordt de nationale stroomvoorziening
op een natuurvriendelijke manier gewaarborgd. Daarnaast zou je de akker (groene
vlak) waar de twee hoogspanningskabeltrajecten elkaar kruisen ook toevoegen aan
de begrazingseenheid. Het zou een goed voorbeeldproject zijn hoe we om kunnen
gaan met het beheer onder hoogspanningsmasten in Limburg en voor de rest in
Nederland. Stel je voor dat alle terreinen onder hoogspanningsleidingen als
natuurbegrazingsgebied wordt beheerd! Dit levert meteen een belangrijke
bijdrage aan de verdere totstandkoming van de natuurverbindingszones van zowel
binnen, en nog veel belangrijker, buiten de ecologische hoofdstructuur van
Nederland! Maar zover is het helaas nog niet. Als dit idee om te beginnen in
het Nieuw Annendaalsbosch wordt gerealiseerd heb je als wandelaar in dit bos tenminste
al iets leuks om naar toe te wandelen. Hopelijk slaat de vonk van (natuur)beheerders
over want stroomvoorziening, beheer, recreatie en natuur hoeven niet perse
altijd onder "hoogspanning" te staan!