Hartverwarmende hoop.

0
2
Het Roodborstje (Erithacus rubecula) is
met zijn opvallende kleur en zijn gitzwarte grote ogen een mooi en
nieuwsgierig vogeltje. Hij is niet bang voor mensen en is daardoor ook
bij mij een geliefde tuinvogel. Als ik in de tuin een beetje aan het
rommelen ben is het Roodborstje, als de hond er niet is, als de eerste
erbij. Ook als ik in mijn luie tuinstoel lig komt mijn Robin regelmatig kijken.
En zeker als die het geluid van het roerende lepeltje in de koffiemok
hoort staat hij al op het vensterbankje van het afdak te wachten op de
kruimeltjes van het koekje. Toch wel leuk die sociale controle in je
eigen tuin! De vogels die zich in de
winter laten zien zijn meestal afkomstig uit de
Scandinavische landen. In het najaar trekken deze dan naar onze
omgeving. De Roodborst is met zijn 14 cm en 19 gram iets kleiner dan de
Huismus. Tussen
het mannetje en het vrouwtje zijn geen uiterlijke verschillen. Het
Roodborstje is zeer onverdraagzaam in
hun eigen territorium waar ze geen soortgenoten worden geduld. Zijn
oranje borst wordt gebruikt als
verdedigingsmiddel om eventuele indringers af te schrikken.
Roodborstjes markeren de grenzen van hun territorium met een
luid gezang. Bij de zangvogels gaat het roodborstje in tegen de
algemene regel en zijn het zowel de mannetjes als de vrouwtjes die
zingen. Omdat er geen zichtbaar onderscheid is, worden ook vrouwtjes
aanvallend onthaald tot hij zijn abuis inziet en onmiddellijk tot
hofmakerij overschakelt. Als het vrouwtje met trillende vleugeltjes
bedelt geeft hij het vrouwtje lekkere hapjes. Als twee mannetjes elkaar
ontmoeten kan het tot een zeer heftig "losse veren" vechtpartij
uitlopen. De vogel broedt tot twee keren vanaf april tot juli. Het
vrouwtje van het Roodborstje maakt een slordig diep nestje op de grond
dat bestaat
uit gras, mos, wortels en bladeren. De nestplaats bevindt zich tussen de
klimop, bodembedekkers of tussen het hout in het houthok. Het
Roodborstje wilt zich ook al eens te nestelen in de oude koffiepot die
in de haag hangt. In een nest worden vier tot zeven eieren
gelegd. Het zijn witte eieren met roestbruine vlekken. Op dit legsel zal
het vrouwtje twee weken broeden. In de broedperiode wordt zij door het
mannetje gevoerd, soms wel drie keer per uur. De eerste drie weken
worden de jongen door beide ouders gevoerd. Na deze periode kunnen
de jongen al goed vliegen en hebben ze geen speciale hulp meer nodig van
de
ouders. Jonge vogels bezitten een volledig gevlekt verenkleed, zonder
oranje. Dan zijn ze goed gecamoufleerd en wekken zo geen agressie op
bij de mannetjes. Als ze het eerste levensjaar halen krijgen ze in het
najaar het volwassen verenkleed. De lente daarop zijn ze
geslachtsrijp. Zelfs in hartje winter, midden in de nacht, weet het
Roodborstje menig hart te verwarmen met zijn heldere zang en staat dan
symbool op hoop van een nieuwe lente.