Groen licht.

0
29


Als je de afrit 10 van de A6 neemt en via de N309
(Larserdreef) richting  Lelystad rijdt
zie je aan de linkerkant een hoogspanningsmast staan. Niks bijzonder zou je
zeggen totdat je even beter kijkt, zie je dat er grote takkenhopen op de armen
van de mast bevinden.

Vorig jaar was hier al eens eerder langs gereden en het
was niet moeilijk om te raden van wie die waren.

Alle nesten waren toen bezet
door broedende witte ooievaars (Ciconia ciconia). Helaas had ik toen geen tijd
om te stoppen voor een plaatje. Maar geen nood  het is niet de eerste keer dat ik nesten in
hoogspanningsmasten zie. Een paar jaar geleden was ik in de buurt van Rossum in
de Bommelerwaard bij de Waal. Ook hier bevinden zich bezette ooievaarsnesten in
een hoogspanningsmast.

Witte ooievaars houden
wel van een beetje van spanning in hun huwelijk! Deze hoogspanningsmasten zijn
nu eenmaal door hun hoge positie een mooie uitvalbasis om vanuit het nest de
omgeving in de gaten te houden en om vandaar uit voedsel te vinden. De ooievaar
is in ons waterrijke Nederland echt terug van weggeweest. In de jaren zeventig
deze soort bijna uitgestorven. Tussen 1910 en 1982 kelderde het aantal
Nederlandse ooievaars van 500 paar naar slechts één paar. Dit was voor de
Vogelbescherming de reden om in 1969 te starten met een
‘herintroductieproject’. In het project werd er gefokt met witte ooievaars in
gevangenschap. Een aantal succesvolle broedparen en enkele jongen werden naar
verschillende buitenstations gebracht, waar het fokprogramma werd voorgezet. De
nakomelingen hiervan leven nu in de vrije natuur. Het programma was een groot
succes. In 2000 broedden er 396 paar in ons land, vandaag de dag zo’n 700.
Prachtige aantallen, maar dat betekent nog niet dat we achteruit kunnen
leunen. Ondanks het succes kan de ooievaar nog steeds iets meer thermiek onder
zijn vleugels gebruiken om de aantallen hoger te krijgen. Natuurontwikkeling,
aanwezigheid van ooievaars en het aanbieden van nestgelegenheid zijn drie
belangrijke sleutelwoorden. Het aanbieden van nestgelegenheid voor ooievaars is
absoluut geen mode gril van deze tijd. In tegendeel zelfs. In het politieke
hart van Nederland is de ooievaar al eeuwen verbonden met Den Haag. Reeds 200
jaar geleden is een stadswapen aan Den Haag toegekend met onze geliefde
ooievaar, naar links stappend, met een paling in de snavel. De oudste
afbeelding van de Haagse ooievaar stamt uit 1541: het gaat om de luidklok
‘Jhesus’ van de Grote Kerk. Uit de 16e eeuw stammen ook de eerste afbeeldingen
in kleur van de Haagse ooievaar. De eerste vermeldingen van ooievaars in Den
Haag zijn nog veel ouder. In het stadsarchief bevinden zich zeer oude
documenten. Uit het midden van de 14e eeuw zijn rekeningen gevonden waar een
post is opgenomen voor het maken van speciale kunstnesten voor ooievaars!

De ooievaar wordt van oudsher gezien als een brenger van voorspoed en geluk. En
natuurlijk niet te vergeten van nieuw leven! Kortom, een beter symbooldier kan Den
Haag en de rest van Nederland zich in deze tijd niet wensen.

Op het kaartje zijn de bovengrondse hoogspanningsleidingen (paarse lijnen) van Nederland te zien. De grote rode bolletjes zijn de broedgevallen die ik zelf heb gezien in Lelystad en Rossum.Op internet heb ik nog een paar recente broedgevallen in een
hoogspanningsmast gevonden van noord naar zuid (kleinere rode bolletjes) in
Hasselt, Bemmel en Neunen.  Naar mijn
inzicht wordt er veel te weinig gebruik gemaakt van de reeds aanwezige
hoogspanningsmasten als broedgelegenheid voor ooievaars bij natuurontwikkelingsgebieden
en dat zijn gemiste kansen. Het rode pijltje wijst het Stevolgebied in
Midden-Limburg aan als voorbeeld.

Dit voormalige
grindwinningsgebied en het zuidelijker gelegen Grensmaasproject wordt steeds aantrekkelijker zodat er elk jaar weer
ooievaars worden waargenomen en er staan veel hoogspanningsmasten (rode vierkantjes). Vanwege het
ontbreken van hoge menselijke bebouwing, oude hoge bomen in het maasdal biedt de combinatie
van grootschalige natuurontwikkeling en hoogspanningsmasten
ongekende mogelijkheden voor de ooievaar. Uiteraard zijn er in Nederland nog
veel meer gebieden waar deze drie voorwaarden elkaar ontmoeten. Veel mensen
ervaren hoogspanningsmasten als horizonvervuilers. Waarom zou je lelijke dingen
niet mooier maken? Ze staan er nu toch eenmaal! Dus waarom zou je deze
landelijke stroomvoorziening niet inzetten als broedgelegenheid voor zeldzame
bedreigde vogelsoorten? Juist door het aanbrengen van kunstnesten, frame met
waterdoorlatende bodem, op veilige uitgekozen plekken in deze hoogspanningsmasten
is voor energienetbeheerders een kleine inspanning  met een groot resultaat voor natuur en
zichzelf. Als voorbeeld heb ik een plaatje geleend van de visarendonderzoeker Ruud
Kampf. Dit kunstnest is in 2005 gemaakt bij het Naardermeer. Ruud bedankt.

De
afmeting is wellicht iets kleiner dan de ooievaar nodig heeft maar het geeft
een idee dat het mogelijk is en hoe je ze op de hoogspanningsmast kunt bevestigen. Daarna is dit frame
ingericht met takken om het aantrekkelijk te maken voor de visarend. Door het
medegebruik van grote nestbroeders zoals ooievaar, zeearend, visarend,
slechtvalk  en de kleinere boomvalk
dragen zij  bij aan het oppoetsen van een betere imago van
groene stroom en aan een visuele acceptatie van hoogspanningsmasten in het
landschap bij het grote publiek! Groene
stroom wordt nu eenmaal groener met broedende ooievaars! Het zou mooi zijn als zowel
de Haagse politiek, energienetbeheerders, Provincies, Gemeentes en
natuurbeherende instanties van deze nood een deugd maakt. Ik zou in ooievaarstermen
zeggen: klepper dit voort, klepper dit voort!! Bij deze roep ik deze instanties dan
ook op om alle (stop)lichten op groen te zetten voor onze witte ooievaars in
Nederland.