Eikfuifbuffet.

0
7


Elk jaar begint de astronomische
herfst op een andere tijd. En nooit op 21 september, zoals we misschien
vroeger op school leerden, maar op de 22 of 23ste. De astronomische herfst is,
in onze tijdrekening, zelfs nog nooit op de 21 september begonnen. Seizoenen ontstaan omdat de aarde rond de zon draait in ongeveer één jaar tijd
en scheef staat ten opzichte van de zon. Als de aarde precies recht zou staan,
zou er weinig verschil zijn tijdens het rondje rond de zon. Het noordelijke
deel van de aarde is tijdens onze zomerperiode het meest naar de zon gekanteld,
waardoor er meer instraling is, de dagen langer zijn en het warmer wordt. In
onze winterperiode wordt juist het zuidelijk halfrond het meest opgewarmd.
Tijdens de tussenliggende seizoenen, lente en herfst, worden de dagen
respectievelijk langer en korter. Onder invloed van deze seizoenen bereiden
planten en dieren zich in de herfst voor om de winter te overleven. Ook zo de
zomereiken  (Quercus robur) in onze tuin.
Na de bloei groeit het vruchtbeginsel van de bloemen uit tot de eikels. Het
steeltje en vruchtbeginsel van de bloem verharden tot een soort kapje, dit is
het bekende hoedje die je vaak nog aan eikels ziet zitten. Ze hebben een
gemeenschappelijke lange steel (van 2 tot 9 cm). De eikels groeien met 1 tot 5
bij elkaar. Ze zijn langwerpig-eivormig. Jonge eikels hebben donkere
lengtestrepen. De zaden zijn zeer kortlevend en hebben een houdbaarheiddatum
van een jaar.

Is de eikel op een goede plek gevallen kan deze uitkomen met twee kiemblaadjes. Dit noemt men ook tweezaadlobbig.
Wanneer de zogenoemde mast uit de boom valt, is er veel voedsel aanwezig voor
dieren. Eikels zijn zeer voedzaam en bevatten tot 38 % vet. Vanwege dit
belang mocht de eik niet zomaar gekapt worden. Hij kreeg daardoor een
belangrijk aandeel in de bossen. Omdat de zomereik meer en grotere eikels
produceert dan de wintereik, werd de eerste veel meer aangeplant. Eikels zijn
een belangrijke bron van voedsel voor verschillende dieren die in het bos
leven. Muizen, eekhoorns en vlaamse gaaien leggen bijvoorbeeld een voorraad aan
van de eikels. Ze verstoppen ze als
wintervoorraad om de winter te overleven maar waarbij een flink deel wordt
vergeten. Hierdoor zorgen ze tevens voor de verdere verspreiding van de eik. Wilde
zwijnen eten er graag van om een vetreserve op te bouwen voor de winter. In de middeleeuwen werden de varkens in de
herfst de bossen ingedreven en "vetgemast". In die tijd ontstond ook
het gezegde "op eiken groeit de beste spek". Daarnaast werden ze ook
gebruikt als wintervoer voor de varkens die op stal bleven. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog werden eikels ook wel gebruikt als aanvulling van het voedselpakket,
of om een surrogaatkoffie van te maken. Heel lekker was het niet, bovendien
zitten er voor de mens giftige tannines (looizuur) in. Tannine binden namelijk eiwitten en zorgen er
voor dat ze neerslaan zodat ze de essentiële functies voor het lichaam niet
meer verzorgen met alle gevolgen van dien. Bij veel teveel opname van tannine
kan maagklachten, darmenproblemen, braken, diarree, verlammingsverschijnselen,
nierfalen op treden en je kan er zelfs dood aan gaan. De houtduiven
(Columba palumbus) in onze tuin hebben
daar blijkbaar geen last van.

Ze vreten
zich letterlijk rond aan de eikels.  Als
ze eenmaal een eikel gegeten hebben worden ze steeds gulziger. Ik ga er even
rustig bij zitten om deze bizarre schranspartij te bekijken. Met klapperende
vleugels gaan ze zelfs onderste boven hangen! In deze positie slikken ze de
eikel ook door!  Soms was ik geneigd om
de brandweer te bellen om de houtduiven uit hun benarde situatie te bevrijden,
maar na zo'n tien minuten zaten ze toch weer normaal op de takken.  Ook wordt de eikel soms met hoedje en al naar
binnen gewerkt. Oeff…. dan moet je toch een sterke maag hebben! En dat hebben ze
ook.

Het 
spijsverteringsstelsel van de houtduif heeft een paar bijzonderheden. De
krop is over het algemeen sterk ontwikkeld bij de graaneters, terwijl hij
eerder klein is en zelfs kan ontbreken bij de insecteneters. Bij de houtduif
die zeer goed ontwikkeld en zelfs speciaal gebouwd voor de productie van
kropmelk. In de vertering van de granen speelt de krop een relatief geringe
rol, het is een vergaarzak waarin de granen een soort zwel- of weekproces
ondergaan. Om te weken of te zwellen is water nodig. Vandaar de noodzaak tot
drinken, ook een uur na de opname van voedsel. De kliermaag die relatief klein
is bij de duif, echter groot bij sommige andere vogels, speelt bij de
graaneters een geringe rol bij de vertering. De spiermaag daarenboven trekt
zich regelmatig en ritmisch samen en dit zowat 2 tot 3 maal per minuut. De maag
werkt zoals een molen en heeft van te voren ingeslikte stenen nodig voor haar werking.
Zelf heb ik eens bij het opensnijden van een houtduivenmaag zeker vijf grote gladde kiezelstenen en meerdere kleinere ruwe steentjes aangetroffen. De samentrekkingen
van de maag word erdoor  gestimuleerd en de vertering van het voer wordt
zo verbeterd. De dunne darm is betrekkelijk korter bij de vogels dan bij b.v.
de zoogdieren. Hij is langer bij de graaneters. Dat is noodzakelijk omdat in de
dunne darm de feitelijke vertering van het voedsel plaats vindt. Hoe beter
de maalderij van de spiermaag functioneert, hoe meer voedingselementen er in
oplosbare toestand vrij komen om in de dunne darm opgenomen te worden. De
kwaliteit van de brij die door de spiermaag afgeleverd wordt is dus van levensbelang. Na het turven van het hoogste aantal van twaalf binnen gewerkte
eikels  vliegt een houtduif richting de
mammoetboom. Vleugelklapperend wordt ze door haar jong met zeurende geluidjes verwelkomt
 om voedsel te krijgen. Het is alweer het
vierde nest wat de houtduiven in de tuin hebben grootgebracht. Het ouderdier
spert zijn snavel open en voert het gulzige jong. Gezien de vele
vliegoefeningen van het jong zal niet meer lang duren en kan dan op eigen
vleugels de wereld in vliegen. Vanuit de mammoetboom kijk het jong vol
interesse naar de andere houtduiven die in de zomereiken bezig zijn. Als de
weergoden genadig zijn en het jong deze winter overleefd mag ze mee doen aan het volgende eikfuifbuffet.