Eenvoudig lekker.

0
31


Aan de buitenkant van de Veluwse tuin vindt ik langs de
houtwal met oude Zomereiken een alleraardigst bloeiend plantje. Net
als de Witte winterpostelein heeft ook deze soort de achternaam gekregen van John
Clayton (1694–1773), die in Amerika veel planten verzamelde. Het is Roze
winterpostelein (Claytonia sibirica, synoniem: Montia sibirica 1773). De Engelsen noemen deze plant ook wel Siberian
springbeauty. Zowel van dichtbij en  als er meer dan een plantje staat is het inderdaad een mooi
gezicht.

De afmeting van de plant  is tussen de 10
tot 40 cm hoogte. Als het plantje  geen winterknoppen
heeft is die eenjarig (therofyt). Als de plant wel winterknoppen op of iets
onder de grond heeft ontpopt hij zich als een tweejarige plant en dat noemt men
dan hemikryptofyt. De fraaie bloemetjes hebben  roze kroonbladen met evenwijdig aan de rand
een donkerder roze lijn en diep ingesneden. De bloemen zijn 1½ tot 2 cm in
doorsnee en bloeien in mei, juni, juli en augustus. Als de zaadjes rijp zijn
worden ze door de vruchtkleppen tot wel 1,5 meter weggeschoten. Ook bezitten de
zaadjes een aantrekkelijke stof voor mieren wat de verspreiding bevordert. De
bladeren zijn niet behaard. De wortelbladeren groeien in een los rozet. Ze zijn
ruitvormig tot breed elliptisch en gesteeld. De 2 bladeren onder de bloeiwijze
zijn niet, zoals de Witte postelein, met elkaar vergroeid. Oorspronkelijk komt
deze plant uit Noordoost-Azië en het noordwesten van Noord-Amerika. Maar heeft
zich door menselijk toedoen zich ingeburgerd in West-Europa.  Al in de 19de eeuw kreeg dit plantje vaste
wortel in Engeland. In ons land begon zijn opmars honderd jaar later. Waarschijnlijk
zijn plantjes/zaad met kwekerij producten via Engeland in Nederland  tussen 1925 en 1949 aangekomen. Op eigen
kracht heeft de Roze postelein zich hier verspreid en ingeburgerd zonder dit al
te agressief te doen. Nu is Roze postelein plaatselijk vrij algemeen in het
oosten en midden van het land, in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in
stedelijke gebieden. Je kunt ze aantreffen op halfbeschaduwde tot beschaduwde
plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke,
humushoudende, zure, vaak kalkarme en omgewerkte grond (zand en leem). De Roze
postelein groeit dan ook in bossen (omgewerkte grond in loofbossen en
naaldbossen en parkbossen), bosranden, heggen, struwelen, waterkanten
(beschaduwde beekoevers), kwekerijen, tuinen, plantsoenen, begraafplaatsen en
soms tussen straatstenen waar weinig betreding is.

In de alternatieve
geneeskunde werd een smeersel van gestampte bladeren gebruikt bij snijwonden en
andere uitwendige verwondingen. Het sap van de plant werd gebruikt als
oogdruppels bij pijnlijke en rode ogen. Maar daar waag ik me (nog) niet aan. In
de tuin zie ik volop Edelhertprenten staan tussen de Roze postelein die
afgeknabbeld is dus dan durf ik het ook wel aan!

Voordat deze fraaie exoot gaat
bloeien zijn ze  namelijk smakelijk eetbaar
en zitten vol met vitaminen. Evenals Witte winterpostelein is Roze
winterpostelein winterhard en kunnen de blaadjes rauw gegeten worden als hoofdsalade,
garnering bij allerlei recepten of gekookt als spinazie. In de zomer kunnen ze
soms wat bitter smaken maar zijn dan even goed te gebruiken. Dit stamppotrecept
heb ik zelf eens geprobeerd:  500 gr
kruimige aardappels  in schil, in blokjes
1 kleine knolselderij, geschild en in blokjes. 300 gr blaadjes van de Roze winterpostelein,
1½ eetlepel plantaardige boter/margarine, en peper naar behoefte. Doe de
aardappelen in de pan met water en breng aan de kook, doe hetzelfde voor de
knolselderij maar in een andere pan. Laat beide gaar koken (ongeveer 20 min).
Wanneer de aardappelen en knolselderij klaar zijn, afgieten, samen voegen en
lichtjes doorroeren met een vork. Het moet niet gepureerd worden, maar de
stukjes moeten wel "breken". Voeg de 1½ eetlepel plantaardige boter/margarine
toe, goed mengen. Daarna de gewassen blaadjes van de Roze winterpostelein
erdoor heen roeren. Wanneer het teveel afkoelt kun je de pan nog op een laag
vuurtje zetten terwijl je alles door elkaar mengt en de winterpostelein is
geslonken. Daarna serveren met de inmiddels klaargemaakte  warme hartige kastanjechampignons.
Misschien voor sommige culinaire kokgoden te eenvoudig simpel om klaar te maken
maar wel heel lekker!