Bosuilen menukaart.

0
3


Zittend
onder het afdak kijk ik naar de laatste bloemen van de Vlinderstruik. Nu het
donker begint te worden vliegen er weer nachtvlinders rond die hun leven niet
zeker zijn. Een Grootoorvleermuis heeft een nachtvlinder te pakken en vliegt
daarmee onder het afdak. De vleermuis gaat handig onderste boven hangen en bijt
de vleugels van de nachtvlinder eraf. Met smakelijk smakkende geluiden wordt de
rest opgegeten. Ik ben helaas te laat met mijn toestel maar het is wel weer een
mooie waarneming. Op het natte gras springt een beest. Ook dit dier moet in
onze tuin opletten dat hij niet wordt opgegeten. In de verte hoor ik de Bosuil.
In de tuin is ook een Egel gesignaleerd maar die zit sinds gisteren weer bij de
buren. Maar de Bruine kikker (Rana temporaria) maakt zich daar blijkbaar niet
zo druk om en ging rustig op een bemoste houtplank zitten. De Bruine kikker is
een van de bekendste soorten kikkers en komt in grote delen van Europa voor.
Het is dan ook de algemeenste kikkersoort in Nederland. De Broene kwekker zoals
ze die in Limburg noemen komt in zeer vele biotopen voor, zoals bossen,
heidevelden, graslanden, ruderale terreintjes, en duinen. Enige voorwaarde is
de aanwezigheid van begroeiing en een strooisellaag of andere vochtige plekjes
waar hij overdag kan schuilen. In heel open gebieden als agrarische
landschappen of zeer droge gebieden komt de soort niet voor. De Bruine kikker is
slechts tijdens de voortplanting en de overwintering aan water gebonden en
leeft buiten de wintermaanden en het vroege voorjaar op het land. In Nederland
worden verschillende biotopen gebruikt als voortplantingswater; van sloten en
kleine poelen tot rietgordels van grotere visrijke wateren. Ook minder
natuurlijke wateren als stads- en tuinvijvers worden veelal voor dit doel
gebruikt. Het landbiotoop bestaat vaak uit naastgelegen houtwallen, bossen,
tuinen en andere begroeide delen met een strooisellaag die als schuilplaats
wordt gebruikt. De Bruine kikker is een relatief grote, gedrongen kikker met
een grote, platte kop en een relatief stompe snuit. De kikker wordt gemiddeld
ongeveer 7 tot 9 centimeter lang. Mannetjes kunnen tot maximaal 10 cm lang
worden. De vrouwtjes worden gemiddeld groter en bereiken maximaal 11 cm. De
kleur van de Bruine kikker is altijd bruin, vrouwtjes neigen vaak meer naar
rood, maar de variatie is enorm en ieder exemplaar heeft een iets afwijkende
tekening. Kenmerkend is de grote donkerbruine driehoekige vlek van de neusgaten
over het oog naar de bovenzijde van de voorpoot, in de vlek is het trommelvlies
gelegen dat ongeveer dezelfde kleur heeft en moeilijk te zien is. Het
trommelvlies of tympanum is ongeveer 3/4 van de diameter van het oog, een
verschil met sommige andere soorten. Op de bovenlip is vaak, maar niet altijd,
een lichtere streep aanwezig. Op de bovenzijde van de rug zijn twee huidplooien
of dorsolaterale lijsten aanwezig die goed zichtbaar zijn door de lichtere
kleur, met op het midden van de rug een lichtere maar niet altijd duidelijk
zichtbare streep. De achterpoten zijn altijd donker gebandeerd al kan de
intensiteit variëren van duidelijk gebandeerd tot nauwelijks waarneembaar. De
buik is wit tot geelwit en vertoont soms een lichte grijze marmertekening bij
de mannetjes tot een gele of rode marmertekening bij de vrouwtjes. De keel is
vaak wit of soms grijs met vaak een lichtere middenstreep. De kleur van de
kikker verandert tijdens de voortplantingstijd, de vrouwtjes krijgen gele en
rode kleuren aan de flanken. Mannetjes worden wat grijzig, soms met blauwe
vlekjes op de flanken. De kleur van de rug en bovenzijde van de kop is zeer
variabel: van uniform bruin en ongetekend tot juist duidelijk gevlekt. Bij
populaties in berggebieden komen grillige zeer donkerbruine tot zwarte vlekken
voor. De meeste exemplaren hebben een onregelmatige tekening van donkere
grillige vlekken op een lichtbruine achtergrond. Geel- en oranjebruine en zelfs
roodachtige exemplaren komen ook voor. De ogen puilen duidelijk uit en zijn aan
de zijkanten van de kop gepositioneerd. De achterpoten zijn zeer lang, de vijf
tenen dragende achterpoten hebben zwemvliezen, de vier vingers dragende
voorpoten niet. Een volwassen Bruine kikker is een echte nachtactief dier. Vanuit
het plankje houdt hij de omgeving in de gaten. Dan ziet of hoort hij iets
bewegen. Een kleine kever loopt over het plankje en pakt de prooi met zijn
snelle lange schiettong en duwt ze met behulp van de ogen omlaag. Volwassen
kikkers hoeven maar twee tot drie keer per week te eten, in tegenstelling tot
de jongen. Deze moeten veel voedsel eten om probleemloos verder te kunnen
groeien. Terwijl ik er naar kijk hoor ik weer de Bosuil die boven ons in de
Zomereik luid en duidelijk roept. De Bruine kikker heeft veel natuurlijke
vogelvijanden zoals de Bosuil, Witte ooievaar, Buizerd en nog twintig andere
soorten vogels. Maar ook zoogdieren zoals de Bunzing, Das en Vos zijn niet vies
van een vers kikkerbilletje. Maar vanavond blijft de Bruine kikker veilig in de
dekking van de Rododendronstruiken en verdwijnt in de duistere nacht tussen de
ondergroei van de weelderige Klimop. Heel verstandig als je geen onderdeel wilt
zijn van de Bosuilen menukaart.