Beukgeheugensteuntje.

0
28
Het bos achter het huis wordt weer langzaam aan gehuld in het ontluikende groen. Ook de Beuk (Fagus sylvatica) in de tuin en in het bos achter het huis lopen alweer uit. Het is nu heerlijk in het bos om te kijken naar de voorjaarsflora zoals de Gewone salomonszegel en Dalkruid. Als je de Beuk een beetje van dichterbij bekijkt zie je dat ze zelf al bloeien. Beuken beginnen vaak pas na 40 tot 60 jaar volop te bloeien. De bloei is in de maanden april-mei en vindt vaak maar eens per 5 tot 8 jaar plaats.
 
  
De zilver groenachtige bloemen verschijnen tegelijk met de bladeren. Mannelijke bloemen in bolvormige tot eivormige, dichte katjes, hangend aan lange, zijdeachtig behaarde stelen. Elke bloem heeft een roodbruin, klokvormig bloemdek en 4 of meer meeldraden. Vrouwelijke bloemen met 2 (soms meer) bijeen. Ze worden omhuld door een 4-spletig napje en staan op een dik, rechtopstaand steeltje. De vrouwelijke bloeiwijzen staan dichter bij het eind van de takken dan de mannelijke katjes en zijn veel schaarser. Alleen kruisbestuiving leidt tot zaadzetting. Het napje van de vrouwelijke bloeiwijze groeit uit tot de stekelige, houtig wordende, bruine bolster, waarbinnen meestal 2 (soms 3) beukenootjes rijpen. Deze bestaan uit een 3-zijdige vruchtwand met vleugelranden, waarbinnen zich het olierijke zaad bevindt. Als de vrucht rijp is, springt het napje, met 4 kleppen, bij zonnig weer open, maar vaak ook valt het geheel af en opent het zich op de grond. De zaden kiemen in het volgende voorjaar. Hopelijk wordt het een goed mastjaar. De bladeren van een tak staan afwisselend in twee rijen en bevinden zich in hetzelfde vlak, zodat ze elkaar niet beschaduwen. Een beuk heeft licht- en schaduwbladeren. De eerste zijn wat dikker en met een opperhuid die de verdamping beperkt. De tot 10 cm lange bladeren zijn eirond tot elliptisch met een spitse top, ondiep gezaagd, met een dicht gewimperde, zeer ondiep gegolfde rand en een korte steel. Ze verschijnen in de lente, tegelijk met de katjes. Eerst zijn ze doorschijnend lichtgroen, rimpelig en zijdeachtig behaard, later worden ze glanzend donkergroen en in de herfst goudbruin. De zijnerven lopen door tot de bladrand. De steunblaadjes vallen vroeg af. Mensen hebben de Beuk zowel in mythen, symbolen, cultuur, medicinale als in de praktische toepassingen gebruikt. Eigenlijk ook niet vreemd de Beuk heeft een wijde verspreiding in Europa. Een van de mooiste toepassingen die de Beuk de mens heeft gegeven is de boekdrukkunst. De eerste boekingen werden verricht op plankjes van beukenhout en bij het uitvinden van de boekdrukkunst werd beukenhout gebruikt om letters en houtsneden te vervaardigen (men wilde belangrijke dingen boekstaven). Omdat beukenhout bij bewerking niet splintert was deze zeer geschikt om houtsnedes en drukletters van te maken. Het maakte de opkomst van de boekdrukkunst mogelijk. Later werden deze letters vervangen door metaal. In Nederland verwijst dit oude gebruik nog in de Friese taal. Daar noemt men de Beuk: Boek. De hang naar het verleden is blijkbaar in ons onderbewustzijn steeds aanwezig. In het bos kun je in de gladde beukenstammen nog steeds woorden of symbolen aflezen die in de bast gekerfd zijn als geheugensteuntje.