Wormen in Naarden …

0
87
De eerste les op maandagmorgen!
 
In 2005 begon een onderwijzeres van groep drie (in België :de eerste klas) de maandagmorgen gewoonlijk met het laten vertellen door de kinderen van hun belevenissen van het weekeinde. De school staat in Hilversum.
Dit is een gewoonte met een van de voordelen:
je hoeft er in het weekeinde niets aan voor te bereiden. Het nadeel is echter, dat je overal een antwoord op zal moeten hebben !
Voorin de klas staat een trap-bankje, waardoor de kinderen, die op het bord moeten schrijven, er beter bij kunnen. Op maandagmorgen wordt dit in het midden van de groep gesleept en de juf gaat er op zitten.
Die morgen was er weinig behoefte aan inbreng, zodat ze aan een opmerking wat meer aandacht kon geven.
Die opmerking kwam van Peter. Hij vertelde deze week bij opa en oma op bezoek te zijn geweest. Was het leuk geweest? Nou, eigenlijk niet, want opa was kwaad geworden.
Wat bleek ?
Er werd televisie gekeken en toen was er een mijnheer geweest, die gezegd had, dat hij er voor zou zorgen !
Waarvoor ? >>Nou, voor Wormen in Naarden ! En toen was opa erg kwaad geworden op die mijnheer!
 
Het duurde heel even voordat juf het doorhad, waar het over ging. Zij had de premier ook gezien, die beloofd had, dat het kabinet wat ging doen aan de Normen en Waarden in onze huidige maatschappij. Zij corrigeerde even de opmerking van Peter. De klas lachte niet eens.
Maar toen vroeg ze
>>Wie weet wat Normen en Waarden kunnen zijn ?
En dit werd dan ook het onderwerp van het hele eerste lesuur.
De kindergedachten kwamen aardig in de buurt van de betekenis die men er aan moest hechten. Alles wat normaal is in de samenleving, zonder dat daar persé een wet aan te pas moest komen.

In de eerste opzet van de Europese Grondwet werden deze opschreven als alle eigenschappen in het sociaal verkeer, die men aan een moderne maatschappij moet kunnen opleggen. Men ging uit van wat hierover in de geschriften van de christelijke en joodse godsdiensten is gezegd en geschreven.
Het liberale denken in de Unie ging echter zover, dat men daartoe door enkele van oorsprong christelijke landen aangespoord, deze grondslag verliet en niet meer als zodanig accepteerde.

En daarbij eventuele andere godsdiensten, die hun lidmaten in Europa hadden gevestigd en zouden gaan vestigen, tegen het hoofd stoten.
 
Dat ze die mensen en zich zelf hiermee beledigden, hadden ze niet door.
 
Europa moet een democratie zijn. En in een democratie moeten alle en allerlei bevolkingsgroepen, van welke kerkelijke of sociale aard dan ook, een plaats vinden, die hen vrede en veiligheid garandeert. Ook wanneer als basis een of meer voor Europa voor de handliggende godsdiensten daarvoor hun waarden hadden aangedragen.
Deze vernieuwers gaven hiermee aan, dat die nieuwe culturen niet omschreven konden worden, zonder ze buiten te sluiten.
En de nieuwe tekst werd als volgt:
 
>>>De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren.
Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie,verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen<<<

Mijn grote bezwaar is, dat door het wegvallen van de vermelding, waarop deze normen en waarden zijn vastgelegd, er geen REFERENTIEKADER meer bestaat.
 
Europa moet men zien als een geografisch geheel, dat loopt van IJsland tot Cyprus en van de Noordkaap, Lapland tot Gibraltar. En de praktijk van alledag bewijst, dat men daar per »regio« nog al eens andere betekenissen toedenkt aan een van de genoemde normen en waarden.
Iedereen kan zich beroepen op wat voor zijn land, regio onder een bepaalde waarde-omschrijving verstaan moet worden. En wie bepaalt dan waar in welk geval het gelijk ligt?
 
En hierop kan met toch geen Grondwet gaan vestigen ?
 
Zonder een her-wijziging zal deze wet dus voor mij onaanvaardbaar zijn en blijven, hoeveel miljoenen de regering aan »nadere verklaring« nog denkt te moeten uitgeven