Was dat van Spinoza een ontologisch godsbewijs? [1]

0
27

Het is nogal algemeen
gebruikelijk om, naar de typering van Immanuel Kant, ook het
godsbewijs van Spinoza als een "ontologisch godsbewijs" aan
te duiden. Maar is dat wel juist?

J. Sobel behandelde in het 2e hoofdstuk
in zijn Logic and Theism. Arguments for and against Beliefs in God
[New York, Cambridge University Press, 2004] ‘Classical Ontological Arguments’: eerst het godsbewijs van Descartes (the simplest), dan
dat van Spinoza (which is better) en tenslotte Amselmus (the best… the argument that started the fun)… Cf. books.google – de pagina
met Spinoza's "primary, short and sweet proof of Proposition 11".
[Cf. dit blog van 22 juli 2010]

En zo
zijn er wel meer behandelingen volgens welke Spinoza's bewijs sterke
overeenkomst zou hebben met het godsbewijs dat Anselmus van
Canterbury als eerste bracht en waarmee dat van Descartes tamelijk
grote overeenkomst vertoont. Maar ook dat van Spinoza?

Anselmus van Canterbury betoogde
(in een gebed tot God notabene) dat God van alle goede eigenschappen
de volmaakte vorm heeft; want God is 'datgene dan wat zich niets
hogers denken laat' ['id quo maius nihil cogitari potest' – afgekort
IQM]. IQM móest wel bestaan, want een werkelijk bestaand IQM zou
hoger zijn dan een alleen gedacht-maar-niet-bestaand IQM en dat moest
dan weer gedacht kunnen worden. Kortom, God, het gedachte hoogste
wezen, bestond.

Ik volsta met hier twee uit vele
voorbeelden te geven, van hoe als min of meer vanzelfsprekend
Spinoza's argumentatie als "ontologisch godsbewijs" wordt
getypeerd.